Shri Durga Puja, Vienna 1982

Vienna (Austria)


Send Feedback
Share

Shri Mataji Nirmala Devi

Shri Durga Puja

‘Vereer de wapens van de Godin’

Wenen, Oostenrijk

26 september 1982

Engelse transcriptie: ISDP verified
Nederlands: eindversie 20/10/2008

Vandaag is het de eerste keer dat we deze puja in Oostenrijk houden. Dit is een historisch land dat verschillende omwentelingen doorgemaakt heeft, om zoveel levenslessen te leren. Maar mensen leggen geen verband tussen de rampen en hun eigen fouten. Daarom blijven ze steeds opnieuw dezelfde fouten herhalen.

Het bezoek aan Wenen was uitgesteld, en ik kwam toe op de verjaardag van Machindranath [n.v.d.r.: een Sahaja yogi baby]. Het is voorspoedig voor jullie allemaal dat hij vandaag zijn eerste levensjaar vervolledigt. Ik zegen hem met alle bloemen, de allermooiste bloemen, en zegen hem en zijn familie, al zijn relaties en zijn familie. Er zijn zoveel zaken voor de eerste keer gebeurd. Ik moet zeggen, het is de eerste keer dat ik naar Wenen, naar Oostenrijk ben gekomen, en de eerste keer dat ik naar de verjaardag van een kind kom, zijn eerste verjaardag. En op een Ashtami, dat is vandaag, de achtste dag van de maan, van de wassende maan, shuklapakshi het is de eerste keer dat alle wapens van de Godin vereerd moeten worden. Dit was een zeer goed idee omdat deze wapens, die altijd aan het werk zijn, niet alleen om het kwade te vernietigen maar ook om het goede te beschermen, nooit eerder vereerd geweest zijn; en omdat vandaag, als mensen hun belang en betekenis beseffen, veel problemen zoals atoombommen en dergelijke die ontwikkeld zijn, zouden kunnen opgelost worden door ze af te leiden in de juiste richting, door ze te gebruiken voor het vernietigen van de slechte en niet de goede krachten; en zo ook het menselijk leven te beschermen en te voeden.

Dezelfde wapens kunnen in een verkeerde richting gebruikt worden; maar als ze goed gebruikt worden, kunnen ze toegewijd worden aan Gods werk. Alles wat door mensen gemaakt is, wat op het eerste gezicht op een instrument voor vernietiging lijkt; maar als mensen hun wijsheid gebruiken zullen ze ontdekken dat al deze uitvindingen, die aan hen verschenen zijn vanuit het onbewuste, er zijn voor het werk van God. Al het wetenschappelijk onderzoek, alles wat gedaan is, al deze gereedschappen die je gemaakt hebt, zijn er om voor God te gebruiken. Op een manier kunnen we zeggen dat mensen gewerkt hebben om methodes te ontwikkelen als instrumenten, zoals sociale, economische, politieke instellingen, om het mechanisme van Gods werk te verbeteren. Het Onbewuste heeft gewerkt via mensen. Al deze instellingen, als ze er toe aangezet worden de goede zijde van hun activiteit te ontplooien en niet hun helse activiteiten, kunnen ze zich verenigen om het werk van het Goddelijke te volbrengen. Zoals mensen in het Oosten geloven dat God dit mooie menselijke lichaam gecreëerd heeft, en het aan de mensen is om mooie, artistieke kledij te maken, om de schoonheid van wat God gecreëerd heeft te versterken, om die schoonheid te vereren en om het mooie dat God creëerde te respecteren. En dat is gebeurd op veel gebieden van het leven, van menselijke activiteiten, en het had op elk gebied moeten gebeuren als ze hun wijsheid gebruikt hadden.

De kwestie van kennis, die ik eerder besproken heb, is zeer belangrijk om te begrijpen. De kennis die verboden was ten tijde van Adam en Eva, is een groot probleem geweest voor mensen om te begrijpen. Het was zo, dat toen God de mens voor het eerst creëerde – naast de hemelse wezens, die perfect waren – hij wilde zien of deze mensen konden groeien als volk, en in hun bewustzijn, in hun onschuld zouden ze zelfrealisatie krijgen. Maar het was een experiment, en toen schoten de mensen tekort tegenover God, omdat ze luisterden naar lagere bekoringen of lagere verleidingen. Zo faalden ze en verloren ze hun onschuld. Het verlies van onschuld was de zonde die het eerst begaan werd, en deze zonde bracht de mensheid een nieuwe wending. Nu, deze kennis waarover ik vertelde, is niet de werkelijke kennis. Het was avidya, de kunstmatige kennis, die kennis dat “ik iets ben” en “ik het doe”; het ego. Tot het dierlijk stadium was er geen ego, en toen begon het ego te groeien, we kunnen dit het begin van de oorspronkelijke zonde noemen: “Ik ben iets. Ik doe iets. Ik ben degene die het kan doen.” Akkoord?

Dus zei God: “Laten we eens zien. Laten we eens zien hoe weinig moed ze hebben, en laat hun beslissen.”

Dus werd het plan aangepast; we zouden nu incarnaties op deze aarde moeten krijgen om deze mensen te helpen, hen te leiden, in evenwicht te brengen, om ze een juist begrip over dharma[1] bij te brengen, zodat ze in evenwicht blijven. Maar iedere keer weigerde dit ‘ik’ het evenwicht te aanvaarden. En dit ‘ik’ verwijdert zich zeer ver van de realiteit. Vandaag ook, wanneer we tot Sahaja Yoga komen, zie ik de mensen – ze groeien niet erg snel. Door dit ‘ik’ hebben ze vragen, twijfels, problemen. Door deze oorspronkelijke zonde kunnen mensen niet snel groeien. Het is: “Ik ben vrij, ik ben vrij. Waarom dat? Waarom dit?” Wie ben jij om vragen te stellen? Wie heeft jou gemaakt? Heb je jezelf gemaakt? Wat heb je gedaan om een mens te worden? Waarom gedraag je je zo egoïstisch tegenover God?

“Waarom heeft God ons gemaakt? Waarom dit?”

Wie ben jij om vragen te stellen? Maar het is zo; de vragen blijven duren, en zulke mensen zijn zeer gevaarlijk voor Sahaja Yoga. Als ze naar een Puja moeten komen, ben ik ongerust, niet omdat er iets zou gebeuren met de Puja, maar omdat we hen helemaal zouden kunnen verliezen. Zulke egoïstische, domme mensen geraken verloren. Als moeder heb ik gewoon medevoelen en liefde voor hen, en ik ben verdrietig omdat ze gered hadden kunnen worden. Maar hun brein dat vragen blijft stellen, kan hun doen verdrinken. Dit is de fundamentele, eerste zonde die mensen gecreëerd hebben.

Daarnaast hebben we nog het probleem dat we uit een dierlijk stadium geëvolueerd zijn naar het huidige stadium. Dus zitten er brutale dierlijke conditioneringen in jou. Dan zijn we door andere conditioneringen gegaan, die in de loop van de geschiedenis zijn ontstaan door deze ‘meneer ik’, die instellingen gestart heeft en religie begon te organiseren. Neem bijvoorbeeld het christendom: Christus kwam om het ego te doorbreken. Maar mensen bouwden er juist een groot ego mee op. Nu zijn er sommige Sahaja yogi’s die geloven dat Sahaja Yoga een christelijke Sahaja Yoga of een hindoe Sahaja Yoga is. Dat blijft nog steeds hangen, het blijft hangen, dat het een christelijke Sahaja Yoga is. Voor christenen moet het christelijke Sahaja Yoga zijn; voor hindoes moet het een hindoe Sahaja Yoga zijn. Voor moslims is het een islamitische Sahaja Yoga; het moet aansluiten bij de islam, omdat ze niet uit hun eigen conditionering geraken, dus moet het erbij aansluiten, het moet alles wat daar is verklaren. Ze geraken er niet uit, zie je? Het kon ook een katholieke Sahaja Yoga of een protestantse Sahaja Yoga zijn. Het kan zelfs dieper gaan.

Zo gaat het maar door, zie je. Je trekt Sahaja Yoga dus in je eigen categorieën, in je eigen kleine vakjes. Maar het is net andersom: Sahaja Yoga is de oceaan, iets universeels, het is een Maha Yoga. Het is niet bedoeld voor christenen, hindoes, moslims; het is bedoeld voor mensen zoals ze zijn. Ken je dieren die christen, hindoe of moslim zijn? Dit alles komt enkel door die oorspronkelijke zonde: dat we iets zijn – we zijn christenen, we zijn hindoes, we zijn moslims. In Sahaja Yoga moet je begrijpen dat alle rivieren, of het de Ganges of de Yamuna is, of de Theems of de Donau, elke rivier, allemaal stromen ze naar dezelfde oceaan en worden ze de oceaan. Wanneer alle rivieren in de Ganges stromen wordt ze samen ‘Surasari’ genoemd, wat betekent ‘de rivier van de goden’. Niemand noemt ze nog bij de namen van die zijrivieren. Op dezelfde manier is Sahaja Yoga de oceaan. Je kan het niet benoemen. Probeer haar identiteit niet in andere dingen te vinden. Als je daarmee begint, wordt je verstand zoals dit kleine kopje. Bovendien, als je uit een georganiseerde religie komt, is het zeer belangrijk te begrijpen dat georganiseerde religies je kopje nog versterken, het lost niet op. Als het een ongeorganiseerde religie is, dan is het een kop van aardewerk, die in deze oceaan kan opgaan. Maar als het stevig, degelijk porselein is – ‘Meissen’ – is het onmogelijk. Dan hou je vast aan al die gewoontes, al die stevigheid, en is het zeer moeilijk. Je moet er steeds Christus bijhalen, of Mohammed, of Zarathustra, of zo iemand die je zou moeten leiden.

Nu is je gids je Spirit, die onbegrensd is, zodat je hen er niet meer bij hoeft te halen. Ze hebben allemaal hun plaats binnen in jou, ze maken deel uit van jou. Maar vasthouden aan één van hen is opnieuw een teken dat je niet groeit. Je weet dat je alles bent. Je hebt Shri Krishna in je, die ontwaakt is, je hebt Christus in je, je hebt Ganesha in je, je hebt Brahmadeva en Mohammed; je hebt ze allemaal; Mozes, allemaal, in jou; hoe kan je je dus identificeren met één enkele persoon? De reden is dat je nog steeds geconditioneerd bent, en je wil het in je eigen kader plaatsen. Probeer het dus in een positie te brengen waar er geen beperking is.

We kunnen onze conditioneringen zoveel erger zien worden met onze stijl, omdat we als mensen de gewoonte hebben om gesloten groepen te vormen. Het kan binnen in onszelf zijn: eerst sluiten we onszelf af als ‘ik’; “ik ben xyz.” Vervolgens kunnen we een club vormen, bijvoorbeeld: “Wij zijn mensen die mes en vork gebruiken.” Mensen die mes en vork op deze manier gebruiken, vormen één groep, en anderen die ze op een andere manier gebruiken vormen een andere groep. Kijk, zo gaat het maar door; allerlei soorten stommiteiten waarmee mensen groepen vormen. Maar goed, gebruik ze zoals je wil, het maakt geen verschil. Je eet hetzelfde voedsel, het verteert, het werkt op dezelfde manier. Maar als het op uiterlijkheden aankomt, op menselijke activiteiten, zullen ze het bestek op een andere manier gebruiken, sommigen gebruiken hun handen, vingers, en iemand zal misschien – weet ik veel – dolken gebruiken. Ik weet niet hoe ze erin slagen zover te gaan. Dus, dit is wat het is. Bij elke activiteit die ze doen, beginnen mensen er een gesloten circuit van te maken: “Zo doen wij het. Zo doen zij het, hoe het is – de methode van een andere groep.”

Deze groepsvorming is het ergste, en is tegen de natuurwetten. Je kan individueel verschillend zijn wat je uiterlijk betreft, wat de kleur van je haar betreft, of de kleur van je ogen; het is dat God je zo gemaakt heeft. Maar alle andere zaken die jij gecreëerd hebt zijn dood. Alle methodes van groepsvorming die je gecreëerd hebt, zijn absoluut waardeloos. Ze zijn maar fictief. Er zit geen waarheid in, niets dat de moeite waard moet zijn. Het is maar een mythe! Men moet begrijpen dat er niet een soort Sahaja Yoga is die een christelijke Sahaja Yoga is, of een protestantse Sahaja Yoga of een katholieke Sahaja Yoga. Ik zie dit op een heel subtiel vlak, waar mensen over collectiviteit spreken, dat ze niet begrijpen dat we niet collectief zijn omdat we zoveel etiketten opgekleefd hebben, zoals de conditioneringen over wat we doen. Het zou in Zwitserland kunnen zijn, of in Oostenrijk, het zou in Rome kunnen zijn, of in India, waar dan ook. Van deze conditioneringen moeten we verlost geraken. We moeten weten dat we mensen zijn, gecreëerd door God, en wat er ook in ons zit dat echt is, door hem gemaakt, is het enige dat we moeten zijn; van al de rest van de conditioneringen moeten we proberen ons te ontdoen.

Alles is complementair; op deze plaats moet je iets leren, op die plaats moet je iets leren. Iedere plaats bevat iets om te leren en om te begrijpen. En er is niets dat sommigen kunnen blijven beschouwen als iets dat hoger of lager is. Maar natuurlijk, waar dit ego meer ontwikkeld is, waar deze oorspronkelijke zonde meer ontwikkeld is, daar is het mogelijk dat deze mensen meer conditioneringen opgebouwd hebben. Vanzelfsprekend is de conditionering veel sterker. Of waar ze zich niet bekommerden om religie, om God, en bleven hangen – bijvoorbeeld, kan je zeggen, in Afrika en zulke plaatsen – is het mogelijk dat de contioneringen gebaseerd zijn op andere krachten, die adibhautik genoemd worden, d.w.z. deze die gemaakt zijn uit wat God gemaakt heeft. Zoals, wanneer ze de maan zien, zijn ze bang van de maan, of als ze de bomen zien, hebben ze schrik van de bomen. Een soort mythische ideeën over de natuur zelf. Zie je, er zijn dus twee stijlen, zoals je altijd weet: de ene waar ze mythische ideeën ontwikkelen over de natuur, de mythische kant van de natuur, dat is adibhautik; en de adidaivik zijn de fictieve ideeën over wat jij kan maken, jij’ bent God, ‘jij’ bent de Deva’s, en ‘jij’ wil creëren. “Ik ben dit, ik ben dat.”

Er zijn dus twee types conditioneringen die verschijnen; en in de moderne tijd is het zeer verwarrend, deze beide kanten – ik weet niet waar ze werken. Bijvoorbeeld, onlangs kwam ik langs de begraafplaats van Wenen, en ik was verbaasd dat het een begraafplaats bleek, want het blokkeerde op de rechter Swadisthan.

Dus zei ik: “Alle bhoots[2] moeten nu wel actief zijn, want ik begrijp niet hoe een begraafplaats rechter Swadisthan kan hebben?” Zo kan het verklaard worden, dat alle bhoots nu actief zijn; of misschien zijn ze opnieuw geboren, zie je. Ze moeten al honderden keer dood geweest zijn, ze moeten graven en graven gemaakt hebben en er zijn enkel maar lege graven, en nu zijn ze actief. Of misschien dat de bhoots zelf actief zijn, ze zijn daar niet meer; ze zijn daar verdwenen; dat zou kunnen.

Dus moeten we nu oordelen op basis van onze vibraties en niet vanuit ons begrip of wat we denken of wat we begrijpen met ons verstand. Door vragen te stellen, en door er te veel over te praten, kan je Sahaja Yoga niet begrijpen. Voor Sahaja Yoga moet je deze hogere bewustzijnstoestand bereiken, waar je vibraties kan ontvangen, vibraties kan voelen en je moet bereid zijn je er helemaal aan aan te passen. Zolang je nog vastzit aan het ego zodat je nog steeds Sahaja Yoga in vraag stelt en je jezelf buitengewoon vindt – het is beter dat zo iemand geen puja bijwoont. Dat is het beste voor hemzelf. Het is goed voor zo iemand met twijfels dat hij de puja niet bijwoont, omdat puja alleen bedoeld is voor mensen die een staat van bewustzijn bereikt, ontvangen hebben, die staat noemen we nirvikalpa[3], waar dus geen vikalpa is, waar er geen twijfel in je gedachten is. Als er nog steeds twijfels in je hoofd hangen, is je intellect zeer machtig, en het zal je neerhalen. Dus ofwel zeg je vóór de puja aan je verstand dat het zich rustig moet houden. Zeg het nu niet te spreken: “Blijf nu even stil, nu moet ik groeien en moet ik de zegeningen van het Goddelijke ontvangen. Hou je dus gewoon stil, en als je dat niet kan, kan ik niet groeien.”

Ik vertelde je al dikwijls dat het brein net zoals een ezel is. Als je achter de ezel loopt, stampt hij je, hij zal je zeggen dat je de slechterik bent, je bent de slechtste; zelfmedelijden zal je overspoelen. Als je de ezel voorgaat, zal hij zijn oren naar jou richten, je kan hem vasthouden zoals je een ego vasthoudt, je kan gaan waarheen je wil, doen wat je wil. “Wat is er verkeerd?” Het zal je niet onder controle houden. Als je boven op de ezel gaat zitten, zal hij je voor de gek houden, om te zien hoe je reageert. Als je je geest dus toestaat rond te dwalen, door je ogen of door je aandacht, of om het even hoe, door je tong of je zintuigen, zal hij zeggen: “akkoord”, hij zal wat langs de zijkanten gaan grazen, hij zal niet vooruitgaan, hij zal naar de ene kant gaan en wat grazen, dan naar de andere kant.

Grégoire: Zou ik nu, terwijl u erover spreekt, een snelle vertaling geven voor de Franstaligen die geen Engels begrijpen?

Shri Mataji: Oh, wil je dit helemaal vertalen?

Grégoire: Ik kan het in 2 minuten.

Shri mataji: Ik denk, Grégoire, dat het beter zou zijn later te vertalen, omdat het nu beter stroomt; akkoord?

Dus deze ezel, de ezel wil gras eten. Hij weet dat je het niet erg vindt dat hij gras eet. Dus hij loopt rond, eet gras, allerlei viezigheid, vuil, wat dan ook, wat je hem ook toestaat te eten, hij blijft maar eten, alle vieze dingen, alle vieze gedachten, alle vuile gedachten en alle soorten dingen, zonder zich vragen te stellen, zie je? Alleen hier in Sahaja Yoga stellen ze vragen, maar niet wanneer ze viezigheid en vuil moeten eten en allerlei verdorven en zondige dingen; die stellen ze nooit in vraag. Dan zeggen ze: “Wat is er verkeerd?” Maar Sahaja Yoga zullen ze onderzoeken. Wat het heiligste van het heilige is. Wat het hoogste van het hoogste is. Alleen deze poorten staan open voor jou. Dat is hoe je het bereikt; anders niet, het is niemand toegestaan dit te bereiken.

Het water dat mijn voeten wast is de nectar, is de tirtha, die zelfs voor de geleerden verboden was in de oude tijd. Vaidya’s[4] waren niet toegestaan, en ze moesten ervoor vechten. Alleen de Goden mochten het drinken. Alleen de Goden mochten het drinken. Vandaag ben jij in de positie van de Goden geplaatst. Maar heb je de nodige capaciteiten? Verdien je het? Of blijf je vragen stellen, heb je nog steeds problemen? Dan is het beter dat je een verbod krijgt. Het is uitzonderlijk dat je die nectar zou kunnen nemen. Het staat in de ‘Devi Purana Bhagavatam’, als je dat gelezen hebt, dat het hen verboden was ze te nemen. Dus zo is het, het brein gedraagt zich als een ezel. Maar als de ezel weet wie zijn ruiter is, die de weg kent, en weet hoe het brein te beheersen en weet waar het moet werken, dan zullen diezelfde ezel, diezelfde instrumenten, diezelfde instellingen, dezelfde zaken die je rond je hebt, je er met een grotere snelheid brengen, op een zeer comfortabele manier.

Vertel je brein dus vandaag, dat we er genoeg van hebben, van de gedachtespelletjes. Nu willen we verblijven in het rijk van God. Zeg het aan je brein, helemaal, zeg het aan je brein. Het is belangrijk. Dit is het brein dat je naar allerlei dingen geleid heeft; het heeft je alle viezigheid en vuil en dat alles gegeven. Zeg het gewoon aan je verstand.

Moge God je zegenen!

Voor het thema van vandaag, kunnen we dus zeggen dat we de onschuld binnen onszelf moeten bereiken, en de onschuld van de Virata moeten voelen. De kwestie van Ganeshavirata, kunnen we zeggen, of Virata Ganesha, waar we in de Virata de onschuld moeten voelen, zodat we onschuldig worden, onze zonden weggespoeld worden, dat we door die onschuld gezuiverd worden, zodat we dit ‘ik-bewustzijn’ verliezen, deze oorspronkelijke zonde weggespoeld wordt, en we dat mooie wezen worden dat het trotse kind van God is, en de bekroning van deze schepping.

Moge God je zegenen!

Nu mag je vertalen, Grégoire. Het is in orde. Je kan vertalen. Ik weet dat het veel is, maar soms vind ik dat als de stroom niet behouden wordt…

Grégoire: Excuseer mij, Moeder, ik had u niet moeten onderbreken.

Shri Mataji: Nee, het is al goed, het is in orde.

[Gregoire vertaalt naar het Frans en Ruth naar het Italiaans]

Shri Mataji: Je kan de band terugspoelen, en met dat op de achtergrond – hou het zacht – zal je spontaan kunnen gaan spreken. Zal dat goed zijn? Om terug te spoelen? Dat zal je een goed…

Grégoire: Ik dacht enkel maar drie minuten voor het Frans, en drie minuten voor het Italiaans, op een zeer samenvattende manier.

Shri Mataji : Kan jij dat?

Grégoire: Dat kan ik, ja.

Shri Mataji: In orde.

[Gregoire vervolgt de vertaling]

Shri Mataji: Velen vragen mij, vroeger ook al: “Moeder, waarom zijn we zo geworden? Waarom heeft God ons niet gewoon bewust gemaakt van onszelf, zonder dat we al die fouten moeten maken? En waarom moeten we door deze hele vicieuze cirkel gaan?” Ik wilde toen niet zeggen dat je de oorspronkelijke zonde begaan hebt, dat je ongehoorzaam was geweest tegenover God. Anders zou het allemaal op een andere manier uitwerken, niet zo langdurig. Want als je ze dat vertelt, gebeurt er iets anders met hen: ze worden links en beginnen zich schuldig te voelen over de oorspronkelijke zonde, zie je.

Dus moeten we van het ego overgaan naar het deel over de oorspronkelijke zonde. Maar dat deel vermijd je maar, we kunnen enkel zeggen in het begin, dat evolutie niet kon plaatsvinden zonder dat deze vrijheid je gegeven werd, zie je. Omdat de vrijheid eerst getest werd, de vrijheid werd je gegeven, je had een goede plaats om te leven, je leefde onder de volledige bescherming van God, in de tuin van Eden, je kan zeggen, het was prachtig, alles was wondermooi. Er ontbrak daar niets. Maar desondanks, wanneer mensen de vrijheid kregen, deze vrijheid zou gewoon getest worden, gingen ze onmiddellijk over tot lagere zaken, zie je. En zo moest God dan het hele plan aanpassen, omdat die lagere zaken van het leven zo aantrekkelijk waren, zelfs met alle zegeningen die ze hadden. Alle vijandigheid en, we kunnen zeggen, alle dierlijke gevoelens, bleven aantrekkelijk voor mensen, en dat was het meest verrassende. En wanneer deze dingen gebeurden, moest de vrijheid zelf natuurlijk de test van vooruitgang doorstaan. En die test was deze hele schepping van menselijke wezens die plaatsvond.

Maar om hen dat allemaal te vertellen, dat het enkel de oorspronkelijke zonde is die voor een probleem gezorgd heeft, dan zeggen ze: “Oh, God, waarom heeft u de oorspronkelijke zonde gecreëerd?” Dus is het beter te zeggen dat het onvermijdelijk is voor je evolutie, dat je vrijheid getest moet worden, omdat als je de hoogste vrijheid moet bereiken, je eerst moet weten of je ze kan dragen of niet. En met dat inzicht… dus, het heeft zoveel jaren gekost voor de mens om er in te groeien, om te begrijpen dat de mens niets kan verdragen. Hij kan geen vrijheid dragen, hij kan niet tegen geld, geen hoge positie, geen comfort, hij kan niets verdragen. En dat is wat we nu ook zien in Sahaja Yoga: als ze comfort krijgen, gaan ze er weer gewoon bij zitten. Als ze zegeningen van materiële weelde krijgen, zal het opnieuw gebeuren, weer hetzelfde, die tuin van Eden komt opnieuw naar jou, en wanneer ze naar je terugkomt, verval je opnieuw in dezelfde toestand; het is niet goed.

Nu moet je begrijpen dat je buitengewoon moet zijn, dus je moet dit allemaal beheersen. Niets is belangrijk, niets is belangrijk; alleen de Spirit is belangrijk. Alleen dan kan je eruit geraken… Ook dit kan een verleiding zijn voor je, zie je. Alle zegeningen die je krijgt, zijn verleidingen. Wees dus voorbereid. Niets is belangrijker dan de Spirit, weet je. We zijn tot alles bereid om de Spirit te bereiken; we maken ons niet druk over welke zegeningen of wat dan ook we kunnen krijgen. Maar wat we willen is de vrijheid van de Spirit die niet hunkert naar iets, hunkert naar materiële zaken, zodat je als een lamp bent die licht geeft, zonder aan de lamp zelf vast te blijven zitten. Of de lamp nu van goud of zilver is of wat dan ook, ze brandt, zelfs als ze van klei gemaakt is. Dat is wat bereikt moet worden door de Sahaja yogi’s, wat begrepen moet worden. Omdat dit een zeer delicaat stadium is, waar ik zie dat mensen weer afglijden.

Dus nu moeten we nederig zijn en zeggen: “Tot nu toe wist ik niets Moeder, tot nu toe, ik moet het leren.” Omdat dit de kennis van de wortels is, die je niet kent. Dit is nieuwe kennis voor jou. Wat kan je in vraag stellen? Je weet niets. Je moet over de kennis van de wortels leren. Stel je nederig op, en alleen dan zal je de zegeningen van deze nieuwe groei ontvangen. Dat is de innerlijke groei, binnenin, de Antar Yoga. Tenzij je nederig wordt, zal het niet uitwerken. Je moet nederig worden, want zodra je vragen begint stellen, is het je ego dat vragen stelt. Dus word nederig, en groei erin, en verdiep je in de kennis van de wortels.

Het is verrassend dat enkel in India deze kennis werkelijk gezocht werd, en mensen gingen er heel diep in. Dat is waarom ze allemaal naar India moesten komen. Zelfs Christus ging naar India om te weten hoe mensen zoeken, om hen te ondersteunen, te helpen. Het is dus belangrijk dat de kennis van de wortels opgedaan wordt in die gebieden waar het beter mogelijk is. Het is gemakkelijker waar de wortels niet verstoord werden; dat is India, het land waar mensen ernaar gezocht hebben. Maar zodra ze uiterlijk groeiden, werden ze weer dom en dwaas; en wanneer we ze zien, zien we dat ze naar buiten gericht zijn. Maar we zien niet welk enorm werk de zieners in India gebracht hebben, ontzagwekkend. Ik bedoel, neem één van hen en dat volstaat al om je een volledig idee over Sahaja Yoga te geven.

Neem een eenvoudige persoon, zeer eenvoudig, zoals bijvoorbeeld Sai Nath, die er zeer eenvoudig uitzag, maar wat een fantastische oceaan van kennis bezat hij. Hij was niet opgeleid of zo. Niemand weet waar hij geboren was, wat er gebeurd was, waar hij vandaan kwam en waar hij geleefd had, en hoe hij opgegroeid was tot die leeftijd. Niemand kent zijn achtergrond. Of neem Adi Shankaracharya, of Kabir, of eender wie. Bijvoorbeeld, neem Machindranath; als je over Machindranath leest, zal je het niet begrijpen; je zal denken dat hij een soort mysterieuze kennis brengt. Zij presteerden een enorme taak! Ze gingen helemaal naar links en naar rechts, en ze deden allerlei experimenten. Als je de boeken ziet die geschreven werden over de ‘Nav Naths’, de ‘Negen Natha’s’, en over Machindranath’s leven. Machindranath bereikte zo’n diepte, en hij ontdekte zoveel over de plaatsen waar vrouwen de leiders waren. Ik denk dat hij in België moet geweest zijn, waar vrouwen de baas waren en de echtgenoten net als watjes; en dit en dat en allerlei zaken ontdekte hij en wat er gebeurde en hoe hij dat probeerde recht te zetten.

Het is de beweging in een andere richting, zie je, naar de wortels toe, hoe uit deze wortels hier en daar zulke vreselijke bomen gingen groeien en zo werkte hij het uit. En het is zo symbolisch dat je om hun werk te begrijpen, echt heel diep moet zijn en diepgaand; voor een menselijk brein is het tot nu niet mogelijk de hoeveelheid werk die zij gedaan hebben te vatten. Het is onmogelijk te zien. Bijvoorbeeld, als je Adi Shankaracharya’s beschrijvingen ziet of zelfs Markandeya’s beschrijving van je Moeder, opmerkelijk! Welke kleine details hij kon zien, vanuit welke hoeken. En elk klein detail van Moeder kon hij zien, zoals een kind zou zien, begrijp je, absoluut dicht bij de Moeder. Dat betekent dat de onschuld volledig en perfect was. Anders kan je deze punten niet zien die zij gezien hebben, alle details zoals de drie plooien van de Moeder. Hoe kan iemand dat zien, maar een kind ziet dat moeders drie plooien hebben, dat ze drie plooien in haar lichaam heeft. Enkel een kind kan het zien. Het is enorm, ik zeg het je, het is enorm, hun onschuld, hun diepgang en hun moed. Echte moed is nodig om in die diepgang te groeien.

Onschuld is dus het eerste dat moet bereikt worden, maar het moet niet via Christus of via Ganesha gaan, jij moet het zelf bereiken. Dat betekent dat jij de onschuld bent, jij bent het. Je moet het niet zeggen, je hoeft niet langs iemand te passeren, jij bent het, je kan het gewoon rechtstreeks verkrijgen. Die zaken zijn bedoeld voor mensen die niet gerealiseerd zijn, bedoeld voor domme mensen, voor mensen die het niet rechtstreeks kunnen bereiken. Jullie kunnen het allemaal rechtstreeks bereiken, dat is je zegen, dat is het mooiste, dat je het allemaal rechtstreeks kan verkrijgen. Maar je moet in die toestand van onschuld komen waardoor je zo subtiel wordt, zo sukshma, omdat onschuld het subtielste is waarmee je alle gebieden binnentreedt, om de kennis van de wortels te hebben, de kennis van de levensboom. En dat is niet bedoeld voor domme, egoïstische, dwaze mensen. Zij worden rakshasa’s[5], ik zeg het, zij zijn rakshasa’s.

Wij volgen hun weg dus niet, we moeten de andere richting uit, dus we moeten binnenin onszelf nederig worden en proberen de onschuld te doen ontwaken, dat is de heilige onschuld, pavitra – onschuld binnen in je. In het Sanskriet bestaat er geen woord voor onschuld, verrassend. Omdat voor hen alles wat heilig, voorspoedig is, alles bevat. Er is geen afzonderlijk woord voor onschuld, omdat ze zich niet kunnen voorstellen dat onschuld zomaar in het niets kan bestaan, het moet ergens in zitten, zie je, er is altijd een soort kopje dat het water moet bevatten. Ze kunnen zich geen water voorstellen dat zomaar vrij in de lucht hangt, zie je. Het moet ergens in een kopje zitten. Dus zullen ze zeggen ‘voorspoedige tijd’, ‘voorspoedige persoon’ of ‘heilig ding’, ‘voorspoedige nacht’, ‘voorspoedige dag’, alles zit ergens in bevat, als een vat. Het vat dat onschuld kan bevatten, zie je.

Dus opnieuw, de voorspoedigheid, voorspoedig is een adjectief. Het is niet mogelijk te zeggen dat dit massieve onschuld is, de shubbha. ‘Shubbha’ zelf is een adjectief, er is geen substantief voor onschuld. Onschuldig kan bestaan, maar onschuld zelf bestaat voor hen niet, omdat het overal bestaat, dat is onschuld. Het is een zoveel breder idee, een breder idee van de Virat Ganesha. Het zit in de hele Virata[6], hoe kan je het tot onschuld terugbrengen. Dit is zo subtiel, te subtiel om in een substantief gegoten te worden. Het is veel te subtiel en wij moeten zo subtiel worden.

Moge God jullie allemaal zegenen!

[Nu begint het puja protocol – hierna volgen enkele opmerkingen van Shri Mataji tijdens dit gebeuren]

Je kunt nu mijn voeten wassen. Wat we eerst kunnen doen, dat wie mijn voeten niet eerder gewassen heeft steek alsjeblieft je hand op – tot daar… Hij heeft nog niet gewassen? In orde, kom maar

Dit zijn de eenentwintig namen, dit zijn de eenentwintig namen, van Shri Vishnu, die je evolutie vertegenwoordigt, van het dharma in jou. Eerst het behoud en dan de evolutie. Dat is de Vader in jou. En omdat jullie allemaal jullie evolutie zoeken roepen we de eenentwintig krachten op, eenentwintig kwaliteiten van dit vader-aspect van God. Eenentwintig krachten. Deze eenentwintig namen vertegenwoordigen de eenentwintig kwaliteiten van evolutie in ons. Het Sushumna kanaal heeft eenentwintig kwaliteiten. Je mag vertalen, in het Frans is beter.

Vishnu, Vishnu, het is de kracht van Vishnu, of, we kunnen het Narayana noemen. Vishnu is de vader.

Krita Yuga. Dit is de Krita Yuga. ‘Krita’ betekent wanneer het effectief zal zijn, wanneer het effectief zal worden. Het werk zal gedaan worden. Dit is de ‘Yuga’, de tijden waarin het zal gedaan worden. Krita Yuga. Dit is het speciale tijdperk tussen Kali Yuga en Satya Yuga, tijdens Krita Yuga worden dingen gedaan, het werk zal af zijn. De tijd van verrijzenis waarin je handen zullen spreken. Dat is het. Zie je. Vertaal het. Krita Yuga. ‘Kri’ betekent ‘doen’.

[Ganesha Atharva Sheersha

Twam bhoomi rapo…. Shri Mataji stopt de Atharva Sheersha om te verklaren…..]

Kijk, svatojayte betekent het principe, je doet het principe van het hele universum ontwaken, het principe van het universum en pratye betekent dat je ook de ervaring ervan geeft, zodat hij diegene is die het principe oproept en je ook nog de ervaring geeft. Pratye, pratye is de ervaring die bewijst, die je bestaan bewijst, zie je. Je geeft je eigen pratye, wat wil zeggen dat je jouw ervaring geeft waarmee het bewijst dat je bestaat.

[een yogi leest het Ganesha Atharva Sheersa]

Het zou beter “Jij bent God in de mens” zijn. God in de mens… Hij is geen mens, in geen geval, hoe kun je hem zo noemen?

 


[1] dharma: geheel van leefregels die ervoor zorgen dat de harmonie tussen alles wat leeft gerespecteerd en ondersteund wordt; spirituele wetten die de mens(heid) op het middenpad van groei en evolutie houden; rechtschapen gedrag

[2] bhoot: geest van een overledene

[3] nirvikalpa: twijfelloos bewustzijn

[4] vaidya: Ayurvedische dokter

[5] rakshasa’s: demonen, incarnaties van negatieve krachten

[6] Virata: het Kosmische Lichaam