Mahashivaratri Puja 1983

(India)


Send Feedback
Share

Shri Mataji Nirmala Devi

Mahashivaratri Puja

New Delhi, India

11 februari 1983

Engelse transcriptie: IBP verified
Nederlands: verified/gecontroleerd 29/11/2013

Ik ben blij dat jullie allemaal een plaats hebben kunnen vinden in deze kleine ruimte. Waar er liefde en begrip is, kan een kleine ruimte door veel harten worden ingenomen. Maar zonder een groot hart is, wat je ook krijgt, nooit voldoende. Vandaag zullen we Shiva Tattwa[1] in ons vereren, het principe van Shiva. Voor alle Sahaja yogi’s is dit ontzettend belangrijk, want Shiva is het ultieme doel dat wij moeten bereiken. Shiva wordt vertegenwoordigd door onze Spirit[2], dus Shiva te worden is het ultieme doel van al het andere.

Al het andere werd geschapen – zoals bijvoorbeeld Vishnu Tattwa[3] en Brahmadeva[4] – enkel en alleen om mensen te creëren, hen te laten evolueren en hen uiteindelijk naar Shiva te leiden. Dat is het ultieme doel. Maar mensen raken zodanig verwikkeld in Brahmadeva’s Tattwa dat het zelfs al moeilijk is om in Vishnu Tattwa te geraken. Ze raken verstrikt in de vijf elementen, die de buitenste laag in ons hebben gecreëerd. Alle chakra’s hebben een buitenste laag, te vergelijken met een vat; maar het verlangen om de Spirit te zijn is van het allergrootste belang in Sahaja Yoga. We moeten dus naar binnen kijken, naar onszelf als Sahaja yogi’s: hebben wij enkel en alleen dat verlangen? Of hebben we nog steeds vele andere verlangens die in ons rondwaren?

Want zie je, het grootste probleem bevindt zich in de Nabhi chakra, zowel in het Oosten als in het Westen. Sommige mensen hebben nog steeds een fundamentele drang naar eten, wat erg verbazend is – zelfs in Sahaja Yoga nog, wat betreft de Nabhi chakra.

Ook heel wat mensen hechten veel belang aan bezittingen en geld. En ook al worden ze alsmaar subtieler, toch ontstaat er geen onthechting in hen. Het wordt subtieler. Naarmate je zelf subtieler wordt, wordt ook de gehechtheid subtieler, en moeilijker weg te krijgen. Vooral mensen die leiders worden in Sahaja Yoga, of die een grote rol spelen in Sahaja Yoga, worden voortdurend aangevallen. Ze worden aangevallen, zij het door hun mannen, hun vrouwen, broers, zussen, zonen, kinderen, of vanuit welke richting dan ook.

En hierdoor escaleert de situatie, want al deze leiders die aangevallen worden proberen alle godheden ontevreden te stellen door kleinigheden hier en daar. Dit gedrag moet als volgt begrepen worden: je bent een subtieler persoon geworden en je bent hoger aan het groeien, dus uiteraard vallen de negatieve krachten jou aan. De frontlinie ligt altijd onder vuur, niet de achterste linie. Zij die zich vooraan bevinden liggen dus altijd onder vuur, en zij moeten ontzettend voorzichtig zijn wat betreft de manier waarop ze zich gedragen. Want als iemand sluw is, dan zal hij sluw blijven, maar sluw op subtielere wijze. Hij zal niet gewoon het tegenovergestelde worden, maar zijn sluwheid zal subtieler worden. Is hij een gierige man, dan wordt hij gierig op subtielere wijze. Of als hij is een egogericht persoon is, dan wordt hij egogericht op een subtielere manier.

Maar om je te ontdoen van deze eigenschappen in je, moet je het tegenovergestelde doen. Ben je bijvoorbeeld gierig, word dan uitermate vrijgevig, en geef alles weg wat je hebt. Maak geen berekeningen, praat niet over geld en maak je geen zorgen over geld. En ben je verkwistend of te toegeeflijk, gedraag je dan precies omgekeerd. Zolang je niet het omgekeerde wordt, kun je niet van deze eigenschappen af raken. Als je bijvoorbeeld een opvliegende man bent, heel opvliegend, word dan zo zachtaardig dat je er zelfs geen probleem van maakt als iemand je slaat. Wat ze ook zeggen, het is oké. Zo raak je verlost van je gewoontes die subtieler en subtieler worden.

Een andere manier om er mee om te gaan, is alert zijn. Wanneer je alert bent, begin je jezelf te zien als een losstaande persoon met de gewoontes die hij heeft, en begin je te begrijpen waarom je je zo gedraagt: “O, ik begrijp het, ik kende jou vroeger, tien jaar geleden, vóór mijn zelfrealisatie. Ik ken u, meneer, u zit zo in elkaar.” En vervolgens stel je je tegenover die persoonlijkheid om hem daarna los te laten.

Neem nu iemand die een negatieve, linkse persoon is: wat je ook doet voor die persoon, hij zal alsmaar subtieler worden. Als het een meisje is, zal ze zomaar om niets beginnen huilen en zich ellendig voelen. Is het een jongen dan zal hij nadenken en analyseren; hij zal een analist van Sahaja Yoga worden, op subtielere wijze.

Wat zij zouden moeten doen is voor hun foto gaan staan en naar hun reflectie kijken: dat is de ander, die gestorven is. En probeer daar gewoon de spot mee te drijven, of ernaar te schreeuwen, afhankelijk van de situatie. Als het een agressieve eigenschap is, dan is het beter de spot ermee te drijven, omdat het dwaas is. En als het iemand is die zich agressief opstelt, schreeuw er dan naar: “Wat denk je te bereiken door zo agressief te zijn?!”

Want al deze dingen zonderen je af van de realiteit. Je wezen moet gezuiverd worden. En alleen met jouw hulp kan ik dat doen. Veel mensen zeggen: “Moeder, u bent almachtig.” Goed, dat ben ik, ik kan alles doen. Maar ik kan niet raken aan je vrijheid. Dat is een feit. Ik kan niet voorbij je vrijheid gaan. En als ik niet voorbij je vrijheid kan gaan, dan moet jij het doen. Wanneer je uit eigen vrijheid naar binnen komt, dan zal ik je alle mogelijke zegeningen schenken. Maar als je buiten wilt blijven staan dan zal ik je niet met een revolver in de hand naar binnen duwen.

Nee, op die manier zal het nooit werken. Dit is een hindernis waar Sahaja yogi’s zich van bewust moeten zijn: het feit dat je op elk moment vrij bent, en vrijer, en absoluut vrij. Maar hoe vrijer je wordt, hoe erger je situatie wordt wat betreft de confrontatie met het negatieve. Als er bijvoorbeeld vier mensen om je heen staan, dan zullen zij het eerst aangevallen worden. Logischerwijs begrijp je wel dat de frontlinie altijd onder vuur ligt, niet de achterste linie. Alhoewel de wet suggereert dat de achterzijde eerst moet komen, want alle negatieve krachten zouden van achteraan moeten komen. Maar ze zijn erg slim. Ze weten dat de laatsten vaak vanzelf afhaken; het is niet nodig daarheen te gaan. Dus proberen ze de frontlinie. Zij die naar hun gevoel de leiding hebben en verantwoordelijk zijn moeten dus heel goed oppassen hoe ze zich gedragen, hoe ze hun verantwoordelijkheden opnemen, en hoe ze het oplossen. Of ze hun oude gewoontes behouden op een subtieler niveau, of ertegen vechten. Dit is zeer belangrijk. En zo kun je jezelf op een intelligente manier bijschaven.

En zodra je onthecht wordt, neem je afstand van al deze dingen – maar enkel op mentaal niveau. Op spiritueel niveau zal ik voor je zorgen. Op mentaal niveau moet je tot de logische conclusie komen: “Ik moet vechten tegen deze onzinnige dingen! Ik moet alert zijn op deze onzin die in mij aanwezig is.”

Shiva Tattwa is onschuldig, volmaakt onschuldig. Hij is erg krachtig en buitengewoon onschuldig. En het geheim om hem te bereiken is gewoon hem tevreden te stellen. Als je Shiva tevreden stelt, al ben je een rakshasa[5] of wat dan ook, dan schenkt hij je allerlei zegeningen. Een rakshasa kan hij alleen een hoge ouderdom geven, een lang leven. Maar een heilige zal hij de staat van satchitananda[6] schenken. Dus zelfs al schenkt hij iets aan een rakshasa, dan mag men zich hier geen vragen bij stellen. Hij kan je een lang leven geven, maar wat maakt dat uit? Zelfs al leeft hij duizenden jaren, hij bereikt er nog niets mee, want hij zal nooit jullie zelfrealisatie krijgen. Een heilige schenkt hij dus het eeuwige leven eigen aan de Spirit. Dat is de zegening van Shiva Tattwa.

En Vishnu Tattwa schenkt spirituele groei aan een heilige, en het licht van de wijsheid om alles te zien en te begrijpen via het collectieve bewustzijn. En aan een rakshasa geeft hij dood; hij doodt. Mensen die niet zo diep zijn vragen zich wellicht af waarom Shiva de zegening van een lang leven aan een rakshasa zou geven. Zo zijn de karakters van de verschillende godheden nu eenmaal. Als een rakshasa bijvoorbeeld lang wil leven, dan gaat hij naar Shiva, hij stelt hem tevreden door hem te eren, zijn lofzang te zingen, zijn zegeningen te vragen, door tapas[7] voor hem te doen en over Shiva’s onschuld te spreken; en zo krijgt hij een lang leven. Soms is het zelfs beter dat deze rakshasa’s op aarde leven dan in het onderbewuste. Ze kunnen afschuwelijk zijn. Ze kunnen een heel aantal bhoots[8] verzamelen om mensen te martelen. Het is dus beter ze onder het toezicht van Vishnu te houden. Hij kan ze hier beter aan dan in het onderbewustzijn.

Maar Shiva’s stijl verschilt heel erg van die van Vishnu. Je moet de meest uiteenlopende stijlen hebben, want er zijn zoveel permutaties en combinaties in mensen. Als je maar één stijl hebt, wat doe je dan met de stijlen van andere mensen? De stijl van Vishnu is dus zo dat als je je ongehoord probeert te gedragen, hij trucs uitspeelt om je weer op het juiste pad te brengen. Stel nu dat een Sahaja yogi – Vishnu heeft namelijk niet zoveel interesse in andere mensen, alleen in Sahaya yogi’s – als een Sahaja yogi zich misdraagt, stel dat hij wijn wil drinken, dan zegt hij: “Goed, drink dan wijn.” En als hij de wijn drinkt dan wordt hij ziek, hij krijgt autopech, of hij wordt op een of andere manier beledigd. Er overkomt hem dus iets, en hij wordt zo zwaar gestraft dat hij zegt: “O God, wat heb ik gedaan?” Dat is Vishnu Tattwa.

Maar Shiva werkt op de tegenovergestelde manier. Als je Shiva’s stijl ziet dan werkt het zo: als je drinkt, dan verdwijnt hij gewoon uit je hart. Je krijgt een hartaanval en je sterft. Hij doodt ook. De één doodt rechtstreeks en op positieve wijze, hij doodt echt – de ander door terugtrekking. Hoe kun je bestaan als Shiva verdwijnt? Dat is één aspect. Een tweede aspect is dat al degenen die geboren zijn met de Shiva Tattwa – zoals onze Sai Nath[9], Shirdi Sai Nath, of andere mensen zoals hij, zelfs de Devi’s kunnen dat soms doen – zij drinken alle wijnen van de wereld, al het vergif van de wereld. Shiva deed dat ook.

Toen Sai Nath ontdekte dat er zoveel mensen tabak rookten, rookte hij alle tabak van de wereld op. Hij wilde alles in Maharashtra oproken, zodat niemand het kreeg. Dat is de stijl van Shiva: om al het vergif in zich op te nemen. En om al het vergif in zichzelf te kunnen absorberen kan hij de moeilijkste situaties controleren; de controlerende functie gebeurt dus via ons brein. Want de Virata[10] is in ons brein, het werkt via ons brein. Hij haalt dus trucs met je uit. En dat werkt bij ons, want we zien dat hij iemand heeft gedood en we denken: “Goed zo Moeder, u hebt die persoon gestraft.”

Maar Shiva Tattwa bezorgt je problemen die je in principe niet kunt zien, maar die sneller werken. Zoals hartproblemen; of iemand die een zwakke Shiva Tattwa heeft kan alle ongeneeslijke ziektes van de wereld hebben. Dan wordt er niemand gedood, maar die persoon lijdt elke minuut. Zo corrigeert Shiva.

Wanneer Shiva Tattwa ontwaakt is in ons, veranderen onze prioriteiten volledig. Zo zie ik nu dat degenen die bijvoorbeeld vanuit het Westen naar India zijn gekomen veel zijn veranderd wat betreft hun prioriteiten, maar toch is er nog niet zoveel verandering als er zou moeten zijn. Natuurlijk zijn ze wel duizendmaal beter dan hun medemensen die geen gerealiseerde zielen zijn. Maar toch is er nog erg veel gehechtheid aan spullen en geld. Deze onthechting moet zich vestigen. Want mensen zijn nog niet volledig correct, en er is geen alertheid.

Om een overduidelijk voorbeeld te geven, zal ik je vertellen over een man, die bij zijn komst werd gevraagd om elf roepie te geven voor de puja. Hij zei: “Om principiële redenen worden wij niet verondersteld iets te geven.” Ik bedoel, uit principe betaal je dus alleen voor je eten en overnachting, en niet voor de puja. En van de andere kant zien ze zelfs niet hoeveel extra Moeder voor ons uitgeeft, waar we niet voor betalen. Daar houden ze geen rekening mee. Zoals ik laatst zei: nu vragen mensen mij om hiervoor te betalen, en morgen willen ze dat ik hun huishuur betaal. Zo ging het echt.

Dit was de situatie toen ik vroeger in Londen de ashram oprichtte. Ze vroegen mij alle gebruiksvoorwerpen in de ashram, ik betaalde de huur, ik betaalde alles. En dan zeiden ze: “We hebben geen strijkplank, stuur er ons één.” Natuurlijk is het nu lang niet zo erg als toen. Maar toch: als ze vijf roepie moeten betalen voor de taxi, denken ze: “O, we moeten de taxi betalen, dat moet Moeder doen.” Maar als ik 7000 tot 8000 roepie betaal zodat jullie naar Haridwar kunnen, dan is dat oké. Dat is goed. Niemand vraagt zich dan af hoe Moeder voor ons betaalt.

Dit is echt verbazingwekkend, en het stoort me enorm jullie houding te zien in dit opzicht. Iemand blij maken moet je met je hele hart doen. Stel dat je bijvoorbeeld cadeaus moet kopen voor je vrienden, dan vind je het niet erg om daar geld aan uit te geven. Maar voor een puja heb je er iets op tegen. Voor jullie was betaalden jullie ook altijd; ik bedoel, ik zag de rekening en ik was verbaasd hoeveel geld men uitgaf. Maar bij 21 roepie werd het een kwestie van principe, stel je voor! Kijk ernaar. Als je ernaar kijkt dan zal je geschokt zijn over jezelf. Zo zie je maar dat je ondanks dit alles toch je realisatie hebt. Hoe vrijgevig is dit niet! Het is echt ongelooflijk oppervlakkig. Het is heel oppervlakkig. De onthechting van dit oppervlakkige leven moet dus verdwijnen.

Een gewone dorpeling begrijpt dat beter, omdat hij onschuldig is. Hij is onschuldig. En jullie zijn niet onschuldig. Daarom bekijken jullie alles met jullie verstand. Je denkt erover na: “Hoeveel hebben we betaald? Hoeveel kost dit?” En zo verder. Maar als een onschuldige dorpeling zelfs maar vier anna’s[11] heeft, dan wil hij daar graag iets mee doen: “Moeder, dit is alles wat ik heb.” Zo is er een parabel in de Bijbel. Dit is de situatie. Je moet zorgen dat onze onthechting begint op het meest oppervlakkige niveau van geld. Je hebt helemaal geen vrienden nodig – waarvoor is het nodig iets aan vrienden te geven? Wat is het nut van deze vrienden? Welke vriend heb je nodig behalve Shiva Tattwa? Bedenk het eens: wat is je leven zonder God?

De onthechting moet dus beginnen. De prioriteiten moeten veranderen en je moet beseffen dat God degene is die je vriend is, die je Vader is, die je Moeder is en die vereerd moet worden, en niets anders doet ertoe. ‘Tana, mana, dhana’, alles is voor God. Natuurlijk wil ik niets van jullie, dat weet je. Maar zo zou de houding moeten zijn van een mens.

Eerst ontstaat dus deze houding in een persoon. Natuurlijk heb je in Sahaja Yoga het grote voordeel dat zij die zich deze houding hebben eigengemaakt in materieel opzicht zoveel geholpen werden dat je er onmiddellijk het bewijs van ziet. Het bewijs is er, en zij die deze houding niet aannemen lijden daaronder. Het bewijs is er dus.

Ik zal je een voorbeeld geven van een goudsmid. Ik had hem de opdracht gegeven iets te maken voor de puja. En ze gaven hem veel goud, alles. En toch was hij nog zo dom om te proberen er geld aan te verdienen. En hij kreeg kanker en stierf. Ik deed niets. Maar ik wist dat hij geld verdiende, ik wist alles. Ik wist veel dingen, maar ik zei hem er niets van; niets, nooit, geen woord. Hij kreeg kanker en stierf, hij is niet meer. Want Shiva Tattwa verdween. Het was voor een puja: het geld van de heiligen; er moest iets gemaakt worden, en hij had dit niet mogen doen. Dat is het bewijs. Maar iedereen die hem kende, kreeg de schrik van zijn leven: “O God, laat ons nu ten minste nooit meer zoiets doen!”

Zo gaat het ook met al wie in overgave leeft op het gebied van geld. Niet dat ik iets van hen afneem, of dat ik iets van jullie vraag. Maar ik heb het over een ander soort houding; en zij zijn de wereld in getrokken, ze hebben geld verdiend, ze zijn heel rijk en doen het heel goed, het gaat uitstekend met ze. Ze krijgen zo veel zegeningen – alles. Dit komt eerst voor de Nabhi chakra: we moeten beginnen bij Shiva.

Alle gehechtheid kan aangevallen worden met Shiva Tattwa, want Shiva Tattwa is schitterend als een diamant, schitterend. Elk facet kan gereinigd worden, eenvoudigweg door het ontwaken van onze Kundalini en door onze waakzaamheid. En verder kun je zien dat we nog andere gehechtheden hebben. Een ervan is vriendschap; sympathieën, vriendschappen. Sympathie gaat altijd uit naar een persoon die in nood is, of iets in die aard. Jullie hebben geen sympathie, jullie hebben zoveel mensen gemarteld. De keerzijde hiervan kan zijn dat je iemand teveel haat, of teveel van iemand houdt, of iets dergelijks. Onthechting ontstaat dus als je niemand haat en van niemand houdt. Je laat het aan God over. Dit soort van onthechting: dat je het aan God overlaat. “Dat is Gods beslissing. Ik ga er niet over oordelen. Ik oordeel enkel over hun Kundalini; ik laat hun Kundalini ontwaken. Als het lukt: alles goed en wel, als het niet lukt: geen probleem.”

Je hebt jezelf dus onthecht van de verantwoordelijkheid om anderen te beoordelen. Je oordeelt enkel over de Kundalini, en als het werkt, is het goed. In feite ben je gewoon als een barometer, meer niet, of als een machine die geneest. Je bent er niet bij betrokken. Deze betrokkenheid bij persoonlijke levens en persoonlijke relaties zoals je moeder, zus, broer en al dit soort onzin, moet wel opgenomen worden. Als je moeder bijvoorbeeld niet in orde is, dan moet je erop toezien dat het weer goed komt met haar. Dat is heel belangrijk: je moeder moet in orde zijn. Als ze niet in orde is, zeg haar dan: “Ik eet niets meer dat door jou gemaakt is.” Klaar. “Zorg dat je de vibraties goed voelt.” Zeg haar: “Zorg dat je de realisatie krijgt, want anders wil ik niets met je te maken hebben. Ik zal alleen kijken, met je praten en weer weggaan.” Laat haar die onthechting zien. Wees sterk. Je moet je moeder genezen. Dat is ontzettend belangrijk, want de moeder is een deel van Sahaja Yoga, dus het is heel belangrijk. Maar ik heb gezien dat veel mensen gewoon niet weten hoe eraan te weerstaan. Je moet protesteren; blijf protesteren, steeds weer opnieuw, want zo bewijs je je moeder de grootste dienst. Wat kun je haar nog meer geven? Wat je ook geeft ter wereld heeft geen betekenis, behalve je moeder te corrigeren met het oog op een beter leven, een eeuwig leven, het leven van God.

Dan is er je vrouw. Je vrouw brengt je in een zeer gevaarlijke situatie. Als je vrouw negatief is dan zal ze je steeds ideeën inpraten die op het verkeerde moment zullen uitwerken, en je zult je afvragen waarom je je deze dingen liet ontvallen, en hoe het kwam dat je deze dingen zei; waarom je dit hebt gedaan en waarom je dat hebt gedaan. Maar je moet je vrouw vertellen: “Je moet je gedragen, en je moet jezelf tot de orde brengen, niets aan te doen. Er is geen compromis mogelijk. Ga jij maar in de ene kamer, dan zal ik in de andere kamer blijven. Je moet jezelf verbeteren. Ik ga je niet helpen.” Dat zou namelijk zelfs nog gevaarlijker kunnen zijn, want als een vrouw geblokkeerd is dan weet je dat er zich zeer ernstige ziektes in de Muladhara ontwikkelen. Daarom moet je streng zijn voor je vrouw. Je moet zorgen dat ze het doet, en je moet haar zeggen: “Ik zal niets eten dat door jouw handen gemaakt is. Ik wil niets met je te maken hebben, ik praat niet met je en ik zal in een andere kamer slapen. Ik wil niet dat je mijn kleren aanraakt. Als je niet naar me luistert, heb ik niets met je te maken, want ik ben je man. Welk dharma ik ook volg, jij moet mij daarin volgen; en luister je niet naar mij, dan heb ik niets met je te maken.”

Een vrouw kan hetzelfde doen met haar man: hoe langer hoe meer desinteresse tonen, op zo’n manier dat hij beseft dat het hem geen liefde meer oplevert. Zo corrigeerden vrouwen hun mannen lang geleden. Maar tegenwoordig is het natuurlijk zo dat als je vrouwen iets geeft ze al lang tevreden zijn. Zelfs al is er een minnares in het spel, zolang ze diamanten geven aan hun vrouw wil zij zich best tevreden stellen met de minnares. In India wordt dit nog altijd niet geaccepteerd. Maar in het Westen zie ik dat niemand er graten in ziet; al heeft de man tien minnaressen, het maakt niet uit, zolang hij jou maar het geld geeft kan het niemand iets schelen. Dit is heel verknipt.

De relatie met je vrouw, met je moeder en met je man – je persoonlijke relaties – moeten dus rechtgezet worden.

En kinderen moeten beschermd worden. Je zou je kinderen niet mogen toestaan het slechte pad op te gaan. Als ze verkeerde dingen doen en niet naar Sahaja Yoga komen, dan is het je plicht te zeggen: “Ik geef je geen geld meer, ik doe niets meer voor je. Ik kijk je niet meer aan als je niet meer naar Sahaja Yoga komt. Wat kun je je kinderen meer geven dan God?

Je kunt het. Jullie kunnen het allemaal. Maar je moet beseffen dat ik het niet noodzakelijk moet doen. Er zijn zoveel mensen die zeggen: “Moeder, uw man is niet echt een Sahaja yogi.” Maar dat is oké. Ik weet wanneer ik hem moet meebrengen, en ik weet wanneer ik mijn kinderen moet meebrengen; want als zij in Sahaja Yoga waren dan zou iedereen gezegd hebben: “Ze hebben een familiebedrijf opgestart.”

Het is beter dat ze er niet in zijn, zeker in India. Als ze het mij moeilijk maken dan betrek ik hen er beter niet bij, ook mijn broers niet. Stel je voor: mijn eigen broers; ik bedoel, ze hebben allemaal ontzettend veel respect voor mij, absoluut. Mijn broers zeiden zelfs: “Gelukkig logeer je nu in mijn kamer, dan zullen de vibraties heel goed zijn voor mij. Wat vind je van mijn vibraties?” Dit zegt hij allemaal, terwijl hij niet eens een Sahaja yogi is. Ik heb hen allemaal zelfrealisatie gegeven, alles is gebeurd, maar los daarvan zijn ze geen Sahaja yogi’s. Anders zullen zij medezeggenschap krijgen over het geld, zie je. “Hoeveel geld krijg je? Goed, kom; dit is het geld dat we hebben”, en zo ontstaan alle problemen. Met al die familie in de buurt weet je maar nooit. Iemand zal zeggen: “Shri Mataji heeft dit gezegd.” “O, maar de dochter van Mataji heeft dat gezegd.” Zo gaat het. Ik wil al die druk niet op mijn schouders hebben.

Dat is de beste manier; ik wou dat onze politici dat begrepen, dat je beter nooit familieleden in de buurt hebt. Dat is de beste manier om te besturen. Als je je familie om je heen hebt dan zul je nooit de juiste dingen doen. En zelfs al doe je wat juist is, dan zal je familie het ruïneren.

Al degenen die Sahaja yogi’s zijn moeten dus weten dat je je familieleden niet moet proberen te helpen op een manier waarop ze misbruik kunnen maken van Sahaja Yoga. Als jij bijvoorbeeld een Sahaja yogi bent, breng dan je moeder mee en laat haar voor mij zitten. Breng eerst haar vibraties in evenwicht, zorg dat ze in orde is en breng haar dan mee. Je vader en moeder corrigeren is niet Moeders verantwoordelijkheid. Het is je eigen verantwoordelijkheid. En doen ze het goed, breng dan – net zoals je mij bloemen geeft – je familieleden mee als een heel waardevol familiegeschenk. Dat is een veel beter idee dan te verwachten dat ik ze uitklaar. Als iemand een Sahaja yogi is dan wil hij van alle drie de generaties vóór en na hem van beide kanten, dat ze genezen worden – en dat gebeurt ook. Zoals Malhotra mij liet doen.

Je moet je dus losmaken van deze familiebanden en van onze emotionele onevenwichten en onze emotionele problemen door in te zien dat het enige dat deze mensen moeten krijgen Sahaja Yoga is. Maar sommige mensen zouden beter niet in Sahaja Yoga zijn, zoals mijn eigen man, mijn dochter en mijn familieleden. Ik hou hen erbuiten. Als er zo’n soort mensen zijn dan zou je ze niet in de buurt mogen laten komen van Sahaja Yoga. Je moet zelf het onderscheidingsvermogen hebben om dit uit te maken.

Maar mijn familieleden zijn wel ontzettend dharmische[12] mensen, uitzonderlijk dharmisch, heel rechtschapen. Ze hebben een groot zelfrespect, en alle andere kwaliteiten. Ze zijn er klaar voor, maar toch zijn ze niet in Sahaja Yoga. Zo kan niemand van jullie zeggen: “Die zei dit, en die zei dat.” Het draait om wat Moeder zegt.

Deze onthechting moet zich ontwikkelen, en dat vergt tijd. Vooral voor Indiërs. Ze zijn constant bezorgd om hun kinderen, hun moeder of hun vader, en zo gaat het altijd maar door en door en door. Jaren aan een stuk: mijn zoon, mijn dochter, mijn zoon, mijn vader – onophoudelijk. Nu zijn er God zij dank heel veel die zich hebben losgemaakt van hun verantwoordelijkheden, met behulp van Sahaja Yoga, of hoe dan ook, en zij hebben nu rust gevonden in zichzelf, want je hebt je eigen verantwoordelijkheid. Deze onthechting moet dus overgaan op al wie naar Sahaja Yoga komt, want we zijn hier om de zegeningen van Sahaja Yoga te krijgen. Wij zullen die zegeningen zijn, met trots. Je moet je in je familie begeven, goed. En al wie Sahaja Yoga wil hebben, kan het krijgen. Je zou hen niet tot Sahaja Yoga moeten dwingen, maar je kunt Sahaja Yoga wel aan hen opdringen. De tijd is gekomen om over Sahaja Yoga te praten tegen hen. In het begin zei ik altijd: “Spreek er maar niet met hen over.” Maar als het geen nut heeft en ze niet in Sahaja Yoga willen komen, zeg dan: “Je bent niet goed voor Sahaja Yoga; vraag me niet waarom.” En dan zullen ze komen. Sommige mensen moet je totale onverschilligheid tonen: “Je bent onbekwaam, je bent nutteloos, je bent te materialistisch.” Dan zal die persoon zeggen: “Ik zal je bewijzen dat ik het wel kan.”

Zodra al dit soort onthechtingen gevestigd worden dan rijzen de onthechtingen van het niveau van de Nabhi chakra naar je emotionele kant in je Hart chakra. En op dat punt moet je zelfs onthecht zijn van een vorm van collectiviteit die wij als ‘collectiviteit’ beschouwen. Ik noem het een samenzwering van bhoots, geen collectiviteit. Alle nutteloze Sahaja yogi’s zullen altijd samenhokken en grote bezwaren uiten tegen alles wat enigszins praktisch is. En ze zullen overal suggesties voor geven. Maar er hoeven helemaal geen suggesties te zijn.

Er zijn geen alternatieven, want Shiva is absoluut. Wat gezegd is, is gezegd; doe het daarmee, dat is het beste. Alternatieven zullen het tweede of derde beste zijn, of nutteloos. Maar er is geen alternatief voor Shiva Tattwa.

Ik zal een voorbeeld geven: ik vroeg de mensen van Delhi ooit een openluchtprogramma van zeven dagen te organiseren met andere mensen. Dat was praktisch: ik wist dat het zou regenen. Het moet regenen. Regen kun je stoppen, maar het moest regenen voor alle dorpelingen. We kunnen het niet alleen omwille van Sahaja Yoga doen ophouden. Maar natuurlijk zijn Sahaja yogi’s belangrijk, dus zei ik: “We zullen hen laten samenkomen met andere Sahaja yogi’s.” Maar zij begonnen met een alternatief idee, vanuit de gedachte dat het niet comfortabel zou zijn. En ik bedoel, het was in orde, maar op een ander niveau voelden ze zich niet comfortabel bij andere Sahaja yogi’s – op een ander niveau. Maar het besef moet er zijn dat als Moeder iets gezegd heeft het ook gedaan moet worden – wat het ook is. Zelfs al zegt ze: “Je moet iemand doden”, dan moet je doden. Tot die hoogte moet je gaan. Je moet tot de limiet gaan. Zelfs als ze zegt: “Je moet sterven”, dan zou je moeten sterven. Als ze zegt: “Nu moet je leugens vertellen”, zeg dan: “Ik zal leugens vertellen.”

Zoals Radhaji, zij zei: “Wat zijn mijn punya’s[13] en wat mijn papa’s[14]?” Ik ben zijn vrouw. Wat kan ik anders doen dan dat wat hij mij zegt?” Dat is Shiva Tattwa.

Wanneer deze ontwaakt is dan herkent hij ten eerste de Shiva in mij. En hij ziet dat dit Shiva Tattwa is. Hij begrijpt het, want in Shiva Tattwa bega je geen zonden, je bent zonder zonden. Wanneer je de Spirit bent, ben je zonder zonden, er is geen zonde in jou. Als Shiva bijvoorbeeld vertrekt uit iemand die vervolgens sterft dan beschouwt men dat als een zonde. Waarom verlaat hij iemand? Het is een zonde, nietwaar? In de algemene veronderstelling – in het algemeen vindt men het een zonde als Shiva vertrekt uit iemand en hem laat sterven. Als bijvoorbeeld een vrouw sterft en haar kinderen blijven achter, dan kun je Shiva daarvoor verantwoordelijk stellen: “Kijk, u bent weggegaan en nu zitten deze kinderen zonder moeder”, of zonder vader, of iets dergelijks.

Maar Shiva is zonder zonden en dus is alles wat hij doet zonder zonden. Alles wat jij doet is dus ook zonder zonden; het idee van zonden bestaat niet meer, want je ego begaat de zonden. Ego begaat zonden. Maar als je geen ego hebt, dan is er geen zonde, want je doet niets. Je bevindt je in akarma[15]. Als bijvoorbeeld de zon heel fel schijnt en iemand in de zon wil gaan staan, dan verbrandt hij. Dat is niet de schuld van de zon; de zon schijnt gewoon, dat is de taak van de zon. En wat ook de taak is van Shiva, hij doet het. Hij is niet zondig. Onze mentale houding leert ons: dit is een zonde, dit is geen zonde. Maar als we ego hebben, begaan we zonden.

Als je een tijger zegt: “Je begaat een zonde, want je eet een koe op”, dan zal hij zeggen: “Ik heb nooit geweten wat een zonde is. Ik weet niet wat een zonde is.” Zo is er een verhaal van missionarissen die weggingen uit een dorp. En de dorpelingen – arme, onschuldige dorpelingen – bedankten hen. Ze zeiden: “Goddank vertelden jullie ons over zonden. Wij wisten niet eens wat een zonde was!”

Onschuldige mensen weten niet wat een zonde is. Want de Spirit is onschuldig, hij kent geen zonden. Hij gehoorzaamt de andere bron van onschuld. Daarom bestaat er geen zonde voor iemand die onschuldig is. Voor Shiva bestaat er geen zonde, of hij zijn zegeningen nu aan een rakshasa wil geven of een heilige. Er is geen zonde voor hem, want hij is bholenath. Hij staat boven zonden. Wat hij ook doet, hij staat boven zonden, want ego kan hem niet omhullen. Er is geen ego. Omdat wij ego hebben, begaan we zonden. Is het ego er niet dan zijn wij er niet; wie begaat dan de zonden? Als wij er niet zijn, wie begaat dan de zonde? Shiva kan geen zonden begaan, dus als wij Shiva zijn dan kunnen wij geen zonden begaan.

Al deze ideeën om alternatieven voor te stellen op een mentaal niveau zijn dus ook verkeerd. Wat ik ook zeg, onmiddellijk komen er tien suggesties. Zo stel ik jullie op de proef. Want jullie zijn gewend aan discussies, zie je. Dus vroeg ik: “Oké, Subramanian, wat heeft u hierover te zeggen?” Want Lord Subramanian is er nu eenmaal, dus moet ik het hem vragen. Dan vraag ik het aan Venugopalan, daarna aan Maureen en aan alle andere mensen. “Wat hebben jullie hierop te zeggen?” En dan geven zij hun suggesties.

Maar als je kijkt naar het overleg van alle heilige godheden, dan komen er geen suggesties; geen suggesties, geen alternatieven. Geen alternatieven voor Moeders ideeën, niets. Absoluut. Het is absoluut. Niemand van hen geeft mij suggesties. Nooit. Geen twijfel mogelijk. Ze luisteren niet naar jullie, ze luisteren naar niemand. Er is geen twijfel. Zo’n harmonie, volledige gehoorzaamheid. En ze zijn niet alleen gefocust op hun specifieke kwaliteiten, maar als hun gevraagd wordt iets te doen, dan doen ze het. Dat is het verschil. Ze proberen het. Soms komt het namelijk wel eens voor dat ik zeg: “Ga deze kant op, dan vind je die plek”. En als je die plek dan niet vindt, dan zul je zeggen: “Kijk Moeder, u zei ons deze kant op te gaan, dus gingen we die kant op, maar we vonden de kerk niet…” In zo’n geval zeg ik zoiets niet opdat jij de kerk zult vinden, maar gewoon om te zien hoe je denkt.

Ik vertel jullie nu mijn eigen trucs, goed? Dus let goed op. Ik zei: “Ga die kant op”, en je vond de kerk niet, het spijt me. Ik had het niet moeten zeggen. Of je had er niet heen moeten gaan. Maar dat is niet waar. Ik moet je vertellen dat dit niet waar is. Wat ik probeer te zien is wat jij hierover zegt. Als je slim bent dan zul je zeggen: “Ik was er en ik zag de plek niet, maar ik zag iets anders, Moeder. Dat is dus de reden dat u mij daarheen stuurde. Nu weet ik waarom.” Zo is het. Dan weet ik: ‘hij is een Sahaja yogi’. Maar als je zegt: “O, ik ging erheen omdat ik dacht dat ik dit zou vinden, maar het was er niet. En u stuurde mij erheen, u hebt mij gestuurd!” Afgelopen, als je zegt: “U heeft dit gezegd en dat is er gebeurd.” Ik zei het, geen twijfel; maar alleen om je op de proef stellen. Want één van de aspecten van jullie Moeder is Mahamaya[16], dus wees op je hoede. De manier waarop je reageert, is van groot belang voor mij om te zien hoe ver je al staat. Dit is één van de manieren waarop je beoordeeld wordt. Maar een dorpeling zou het anders aanpakken, zie je. Stel ik zeg hem: “Als je wilt dat ik naar dat dorp ga, neem dan de kar, en ga die kant op met de ossenkar. Zo zullen we het doen.” Als er dan een greppel is waar ik in terechtkom, dan zal hij zeggen: “Moeder, het spijt me dat u dit overkwam, ik had het kunnen voorkomen.” Zie je? Hij neemt er dus zelf de verantwoordelijkheid voor op. Hij neemt alles op zichzelf. “U vroeg het mij, dus moest ik wel die kant op gaan; maar ik had het kunnen voorkomen als ik voorzichtiger was geweest.”

Dit is het verschil met het niet nemen van de verantwoordelijkheid. Het is eigen aan de mens anderen verantwoordelijk te stellen. Het beste is nog Moeder hiervoor te gebruiken. Maar hiermee verlies je al je punya’s.

“Het is míjn verantwoordelijkheid, ik zal een fout hebben gemaakt. Ik zal wel de een of andere fout hebben gemaakt, of anders wil Moeder misschien dat ik hier iets uit leer.” Steeds als je iets doet of als ik je iets zeg, is dit enkel opdat je hier iets uit leert. Ik hoef niets te leren. Als je altijd aanneemt dat je iets moet leren, dan ben je volleerd. Je moet dus iets leren. En als je dat eenmaal begrijpt, dan zal er een zekere onthechting in je groeien, en een overgave. Je zult versteld staan van het feit dat je volledig vrij zult zijn van de nodeloze zorgen die je doorgaans hebt, en de lasten die je draagt. Als je begrijpt dat de hele vertoning, al het werk, het hele drama gemaakt is door Moeder, en dat jij er gewoon in meespeelt, dan is het zo simpel! Dit moet je begrijpen. En hier ligt de vreugde in. Niet in het beoordelen, of in het vinden van alternatieven. Probeer het! Zij die het probeerden hebben er enorm van genoten. Zo zijn er zoveel dingen. Elke minuut. Ik geef je een voorbeeld.

Ik geef je het voorbeeld van Grégoire, de laatste keer dat ik bij hem thuis kwam. Hij liet me maar niet met rust over zijn vrouw. “Wanneer zal ze bevallen? Hoe moet ze bevallen? Wie moet er bij haar blijven?” Van ’s ochtends tot ’s avonds had hij het alleen daar over. “Goed,” zei ik, “Er zal iets geregeld worden. Deze vrouw hier zal bij jullie blijven.” En dan: “Hoe kan ik naar India gaan?” ‘Ik’ was zo belangrijk! Hij besefte dit niet op dat moment; hij dacht dat het ontzettend belangrijk was dit te doen. Uiteindelijk, vlak voordat ik vertrok, zei ik hem: “Grégoire, je hebt me echt teveel last bezorgd deze keer. Maar het is niet erg.” En hij zei: “Het spijt me.” Toen belde hij me op een dag en zei: “Moeder, mijn vrouw is opgenomen voor een miskraam. Ze is in het ziekenhuis, er is geen hoop.” Ik zei: “Vergeet het. Ga maar terug naar het ziekenhuis, het komt wel goed met haar.” Hij ging naar het ziekenhuis en ze zeiden: “Het is een wonder. Ze is perfect in orde, er is geen probleem. Alles is in orde.”

En toen hij me dit vertelde besefte hij het eindelijk: “O, Moeder zorgt overal voor, waarom zou ik me zorgen maken? Waarom zou ik me zorgen maken?” Dit is de hoofdzaak. Toen werd het kind te vroeg geboren, en hij kwam weer naar mij. Dus overtuigde ik hem weer: wat ik zeg en wat ik doe dat weet je al. Ik zorg voor jullie. Maar als je jezelf verantwoordelijk stelt en begint na te denken, dan kan ik je niet helpen. Weet dus gewoon dat je het aan God moet overlaten. Het is allemaal voor je eigen bestwil, voor jouw hitha. Alles is voor jouw hitha. Wat er ook gebeurt; soms moet ik tegen je roepen, soms moet ik je terechtwijzen, en soms moet ik je vragen hier niet te komen.

Sommige mensen bezorgen me een vreselijk gevoel als ze me aanraken. Dan zeg ik: “Jij mag hier niet komen. Jij mag niet voor me staan, ga hier weg.” En dat is hen tot hulp. Maar als ze daar blijven staan, dan zullen de bhoots nooit weggaan, want de bhoots willen mij lastigvallen.

Als je dit dus eenmaal begrijpt, dan word je volledig onthecht, en dan zul je weten dat we voor onze bestwil, voor onze vooruitgang, moeten zorgen dat Moeder tevreden blijft, en als we het soort dingen doen die haar niet aanstaan dat het snel afgelopen is met ons.

Dit te begrijpen vereist niet een zekere leeftijd of positie, geen kwalificaties, niets: je hebt er een wijze geest voor nodig. Een diepzinnige persoonlijkheid. Ik heb heel jonge mensen gezien die zo verstandig zijn, terwijl hun ouders verschrikkelijk domme mensen zijn. Je hebt dus gewoon een wijs, diep karakter nodig om dit te doen, en dit moet je proberen te ontwikkelen. En je krijgt het alleen door trouw te blijven aan Shiva Tattwa, die rotsvast is – die Shiva is, achara: onbeweeglijk, absoluut. Het is niet relatief, het is in het geheel niet relatief; het is nergens aan gerelateerd – absoluut. Dat geeft je de diepte. De diepte die vereist is om je te vestigen, om diep te graven.

Shiva is je guru. De guru is degene die je de zwaartekracht geeft om recht omlaag de diepte in te gaan.

Dat is heel belangrijk. En daarom hoop ik met behulp van de puja vandaag jullie te verankeren in dat grootse principe van Shiva. Laat je aandacht – elk deeltje van je aandacht – vervuld zijn van schittering en vreugde door de zegening van Shiva Tattwa. Ik zegen jullie allemaal!

Moge God jullie zegenen!

Om te beginnen zullen we eerst de Devi vereren, en daarna de Shiva.



[1] Shiva Tattwa: de essentie, het principe van Shri Shiva

[2] Spirit: het Atma, het Zelf, de diepste (goddelijke) essentie van ons wezen, die zuivere liefde, vreugde en bewustzijn is

[3] Vishnu Tattwa: de essentie, het principe van Shri Vishnu

[4] Brahmadeva: Goddelijk aspect dat in de Swadisthan chakra verblijft; godheid die deel uitmaakt van de drie-eenheid die het universum geschapen heeft. Incarneerde slechts eenmaal in menselijke vorm, als Hasrat Ali, schoonzoon van de profeet Mohammed.

[5] rakshasa:  demon, incarnatie of belichaming van negatieve of duivelse krachten

[6] satchitananda: bewustzijn, gelukzaligheid

[7] tapas, tapassya: boetedoening; beproevingen die men moet doorstaan om spiritueel te groeien, ascetisme

[8] bhoot: vorm van negativiteit; ziel van een overledene die nog sterk gehecht is aan het aardse leven; negativiteit die soms ons subtiele systeem binnendringt.

[9] Sai Nath van Shirdi: (1918) Soefi heilige die leefde in Shirdi, Maharashtra. Een van de 10 oorspronkelijke meesters, ook gekend als Sai Baba van Shirdi.

[10] Virata: het grote kosmische lichaam; manifestatie van God (in ons brein)

[11] anna, ana: 1/16de van een roepie; oude munteenheid in India

[12] dharmisch: volgens de gedragscode van het dharma; rechtschapen

[13] punya’s: de vruchten van goede daden in ons leven, die bijdragen aan ons karma ( = universele principe van actie en reactie; “wat men zaait, zal men oogsten”)

[14] papa’s: de gevolgen van slechte daden of zonden, die bijdragen aan ons karma

[15] akarma: zonder (het gevoel) iets te doen

[16] Mahamaya: grote (opperste) illusie