Sahastrara Puja 1984

Château de Mesnières, Rouen (France)



Send Feedback
Share

Shri Mataji Nirmala Devi

Sahastrara Puja

‘Het begin van een nieuw tijdperk’

Rouen, Frankrijk

5 mei 1984

Engelse transcriptie: ISDP verified
Nederlands: eindversie 02/12/2011

Het is zo heerlijk voor jullie moeder om zoveel mooie Sahaja yogi’s samen te zien, op deze dag van de Sahastrara. Ik denk dat het begintijdperk van Sahaja Yoga nu beëindigd is, en dat er een nieuw is begonnen.

Het begintijdperk van Sahaja Yoga ving aan met het openen van de Sahastrara. En geleidelijk aan evolueren we naar de vervollediging, en ik zie dat er zoveel grote Sahaja yogi’s zijn vandaag de dag. Het is een heel natuurlijk groeiproces waar jullie doorheen zijn gegaan. Het beginpunt was, kunnen we zeggen, gewoon het ontwaken van de Kundalini en het doorboren van het fontanelgebied. Net zoals je boven je hoofd deze bandhans ziet, op dezelfde manier heb je ze ook in je hoofd. En op dezelfde manier zijn ook de chakra’s ingebouwd in je Sahastrara. In het begintijdperk van Sahaja Yoga hebben we dus de godheden laten ontwaken in je (energie)centra, in het verlengde merg en in de hersenen. Maar nu is de tijd voor ons gekomen om het te verspreiden op horizontaal niveau. En om het op horizontaal niveau te laten evolueren, moeten we begrijpen hoe we dit kunnen doen.

Zoals de zeven kleuren van de regenboog hebben wij zeven kleuren van het licht van deze centra, van de chakra’s. En als we beginnen vanuit de rug, vanuit de Muladhara, en omhoog gaan naar deze kant, de Agnya, dan is het in een andere volgorde geplaatst, als je het goed kunt zien. Ik bedoel daarmee dat in de Sahastrara, omdat het een holronde ruimte is, het belangrijk is te begrijpen dat het midden van het fontanelgebied overeenkomt met ons hart. Het hart is dus het meest cruciale punt in het tweede tijdperk. Ik hoop dat je begrijpt wat ik bedoel.

Als je dus je aandacht naar je Sahastrara wilt brengen is het eerste wat je moet doen, aandacht besteden aan je hart. In de Sahastrara komen de Hart chakra en het hart zelf – de Atma[1] – samen. Dat wil zeggen dat de Jagadamba of de Atma één wordt met het hart. We zien dus dat op dit punt de yoga[2] plaatsvindt. Op dit ogenblik is het dus zeer belangrijk te beseffen dat we een grotere sprong moeten maken. De volledige Sahastrara beweegt op deze manier, al deze chakra’s werpen hun licht op deze manier, in wijzerzin; en het middelpunt daarvan is het hart. En de essentiële boodschap van alle religies, van alle profeten, van alle incarnaties is mededogen, en dat bevindt zich in deze chakra, het Hart.

We begrijpen dus dat we nu, in het tweede tijdperk, mededogen moeten hebben. Alles draait nu om de manifestatie van dit mededogen. Als God Almachtig geen mededogen zou hebben, dan zou hij dit fantastische universum nooit hebben geschapen! Eigenlijk is zijn kracht, of de Adi Shakti[3], de belichaming van zijn mededogen. En dit mededogen heeft de volledige evolutie tot stand gebracht, tot op menselijk niveau, en zelfs tot jullie bevrijding als Sahaja yogi’s. En mededogen is altijd omhuld met vergiffenis. Zo zie je dus hoe de Drie-eenheid op dit punt samenkomt. De Zoon van God is vergiffenis – hij is de belichaming van vergiffenis. Je hebt dus God Almachtig die de getuige is, de Moeder die het mededogen is, en het Kind dat de vergiffenis is; en zij ontmoeten elkaar allemaal in de Hart chakra, in de Sahastrara.

Nu moet je leren hoe je de Sahastrara kunt ontwikkelen. Jullie kennen de godheid die in de Sahastrara verblijft heel goed. Nu is de plaats van de Sahastrara in je hoofd, waar jullie denken dat het ligt, maar daarnaast is het ook het centrum van het hele universum. En om dit centrum te ontwikkelen moet je aandacht besteden aan je Hart chakra in het fontanelgebied. Als je aandacht besteedt aan het fontanelgebied, dan moet je daar de desbetreffende godheid vestigen. Maar deze godheid moet eerst in het Hart gevestigd zijn.

Nu is het zo dat jullie heel veel geluk hebben dat jullie deze godheid in eigen persoon bij jullie hebben. De mensen die zelfrealisatie kregen voordat ik op deze aarde kwam moesten zich de godheden inbeelden, en in hun voorstellingsvermogen waren zij nooit volmaakt. Maar zoals men zegt is zij ter hoogte van de Sahastrara mahamaya[4] – zo staat het beschreven – dus als je die persoon ziet dan kan het zijn dat je die persoon niet door en door kent, of niet op de meest volmaakte of de meest volledige manier; want Mahamaya Shakti[5] is veel grootser dan je eigen voorstellingsvermogen. Daarom moet je je overgeven. Met het beperkte voorstellingsvermogen van je hersenen kun je de godheid niet zien.

Men heeft ook gezegd dat zij Bhakti Gamya[6] is: je kunt haar leren kennen door bhakti[7], door devotie. Devotie moet er dus zijn, maar deze devotie moet wel een ongelooflijk zuivere devotie zijn, in de zin dat er geen venijn meer in je hart zou mogen zitten. Je hart moet zuiver zijn. En het hart zuiver houden is zeer moeilijk. Mensen hebben altijd een relatief begrip van de realiteit, maar de realiteit is absoluut. Om dat te bereiken moet je je dus ontdoen van alle mogelijke onzuiverheden die zich nog in je hart bevinden. In het begin probeerden we namelijk onze realisatie te krijgen terwijl ons hart nog niet zo zuiver was. Toen hadden we nog vele gehechtheden en we identificeerden ons met valse zaken. En we dachten ook dat we, door het verkrijgen van de realisatie, heel machtige mensen zouden worden. En zelfs na de realisatie lieten we ons nog meeslepen door onbeduidende zaken. We begonnen om gunsten te vragen voor onze familie, onze vrienden, onze moeders en zussen; en de vrouwen dachten aan hun mannen en hun broers en kinderen. Ze vroegen allemaal om zegeningen voor alle mensen met wie ze banden hadden. Maar al deze bindingen overstegen jullie heel snel, dat weet ik.

Nu is de taak van een Avatar[8] de verlangens van zijn bhakta’s[9] in vervulling te brengen. De taak van een Avatar bestaat erin de verlangens te vervullen van zijn bhakta’s, zijn toegewijden. Zo werd Shri Krishna bijvoorbeeld door de gopi’s gevraagd: “Wij willen dat u bij ons bent, bij elk van ons individueel.” Dus deelde hij zich op in meerdere Krishna’s, zodat hij bij elk van hen kon zijn. Maar dat was een zuiver goddelijk verlangen, mijns inziens; het was een zuiver goddelijk verlangen van de gopi’s. Maar toen jullie me om hulp vroegen in verband met jullie broers, zussen, moeders en vaders, probeerde ik daar ook aan te beantwoorden, in de mate van het mogelijke. En ook de kshema[10] waar jullie om vroegen, de ashrams waar jullie om vroegen, alle dingen die jullie nodig hadden – wat jullie ook verlangden, het werd allemaal vervuld. Op Krishna’s niveau was het dus yoga kshemam vahamyaham. Er werd dus op de kshema toegezien op Krishna’s niveau, omdat dit beloofd was.

Maar wat is nu het volgende dat er in het nieuwe tijdperk moet gebeuren? Aangezien jullie nu allemaal mooie families en goede ashrams hebben, fijne jobs, iedereen is gelukkig, laten we aan het komend tijdperk denken. Het volgende tijdperk is er één van mededogen, zoals ik al zei. Maar als er ook maar één van je chakra’s nog steeds zwak is dan kan het licht, dat wit wordt door de zeven kleuren, vervagen, of het zou onvolmaakt kunnen zijn. Daarom moeten alle chakra’s die zich in ons bevinden verzorgd worden. Besteed dus aandacht aan elke chakra, en leg je mededogen, het gevoel van mededogen in deze chakra’s. Neem nu bijvoorbeeld de chakra van Shri Ganesha. Dan besteed je aandacht aan Shri Ganesha en je vestigt hem met behulp van je gedachten – want je gedachten zijn nu goddelijk – in de Muladhara chakra, vanuit het diepste respect.

Nu moeten jullie ook weten dat ik in de beginperiode van Sahaja Yoga nooit over deze dingen tegen jullie heb kunnen spreken. Dit is een veel subtielere handeling, een subtieler werk. Leg dus nu je gevoel in die chakra. De chakra is de pradesha, het land – en de koning is Shri Ganesha. En dat is het land. Als je dus je aandacht op die chakra richt, richt dan je gevoelens naar hem, richt je gevoelens van liefde en verering naar hem, om te beginnen. En om vervolgens je mededogen tot uiting te brengen hoef je niets anders te vragen dan enkel: “O God van onschuld, breng onschuld naar alle mensen van de wereld.” Maar je moet wel eerst zelf onschuldig zijn om dat te kunnen vragen; anders is het een ongeautoriseerde vraag – je hebt met andere woorden het recht niet dat te vragen.

Om onschuld te begrijpen moet je dus proberen jezelf te begrijpen – hoe je gedachten werken. Als je bijvoorbeeld naar iemand kijkt, heb je dan het gevoel dat je hem of haar wilt bezitten? Voel je je er erg tot aangetrokken, of komt er een onzuiver gevoel in je op? Bij een onschuldige persoon, een mooie persoon, of een vrouw, of een mooi landschap of een mooi kunstwerk zou je onmiddellijk gedachteloos moeten worden – er zijn geen gedachten meer. En als er geen gedachten meer zijn dan is er ook geen sprake van het ervaren van bezitsdrang of eender welk soort van onzuivere gevoelens.

Maar als je tot Shri Ganesha bidt, ook al ben je er nog niet volledig toe bevoegd, vraag dan: “Maak me alsjeblieft onschuldig, zodat ik de bevoegdheid zal krijgen u om een gunst te vragen, zodat ik, waar ik ook ga, de bron van onschuld zal worden. Zodat ik onschuld zal uitstralen, waardoor mensen, als ze naar me kijken, voelen dat ik onschuldig ben.” Dat is mededogen, het mededogen om hem te vragen jou de kracht van het mededogen zelf te geven. Hierdoor zal, in de prachtige centra die je hier ziet, het licht zich horizontaal beginnen te verspreiden – het zal zich beginnen te verspreiden in het sympathische zenuwstelsel.

Je wordt dus de kracht van de onschuld in eigen persoon. Je wordt niet dom of kinderachtig, maar je wordt kinderlijk. Je hele gedrag is uitermate waardig en onschuldig. Als je iemand ziet die waardig is, dan is het normaal gezien geen onschuldige persoon, omdat hij het veinst – hij probeert opzettelijk ernstig over te komen om te laten zien dat hij heel waardig is, om indruk te maken op anderen. Maar een kind veinst nooit onschuld, of waardigheid, of wat dan ook, want een kind is zich niet bewust van opzettelijk gedrag. Je ontwikkelt dus die zeldzame combinatie van onschuldige waardigheid.

Nu is een andere kwaliteit – van bijvoorbeeld Shri Ganesha als hij zich op horizontaal niveau begint te manifesteren – dat je onderscheidingsvermogen krijgt. Maar dat is een kracht, ik zeg het opnieuw – je zult de ‘kracht van onderscheidingsvermogen’ ontwikkelen. Nu moet je het verschil begrijpen tussen de ‘kracht van onderscheidingsvermogen’ en ‘onderscheidingsvermogen zelf’. ‘De kracht’ betekent dus dat het in actie treedt. Je hoeft bijvoorbeeld niet eens te spreken, maar als je ergens staat dan zal je onderscheidingsvermogen zelf handelen in de situatie. Zoals een Sahaja yogi, veronderstel dat het een goede Sahaja yogi is, met de trein reist en dat de trein een ongeluk krijgt – meestal zal dat niet gebeuren – maar zo ja, dan zal er niemand sterven. Je vestigt dus dat onderscheidingsvermogen, dat een kracht op zichzelf is die uit eigen beweging handelt. Je hoeft het niet op te dragen te handelen; het handelt gewoon, en jij wordt enkel de drager, een prachtige, zuivere drager van dat onderscheidingsvermogen. En dan moet je geloven dat je nu alles horizontaal verspreidt.

In het begintijdperk van Sahaja Yoga moesten jullie mij persoonlijk zien. Jullie moesten mij persoonlijk zien. In Sanskriet noemen we het ook wel dhyeya, dat is het doel. Jullie wilden het doel vòòr je hebben. (Maar kijk, er is geen woord voor in het Engels!) Dhyeya: ‘dat wat je moet bereiken’. (Er is geen woord voor in de Engelse taal, wat kun je eraan doen?) Je verlangde daar dus voortdurend naar, en je voelde je gelukkig, veilig en vreugdevol toen je dat in persoon vòòr je had.

Maar dan in het tweede tijdperk – nu – zullen jullie er minder naar verlangen om Moeder om je heen te hebben; jullie zullen het van me overnemen. Ik heb het nu wel over het goddelijke verlangen, en vanaf vandaag moeten jullie hieraan werken. Ik ben bij je, dat wéét je; maar ik hoef niet in dit lichaam te blijven, want ik weet niet eens of ik wel in dit lichaam besta of niet. Maar eenmaal dit verlangen begint te werken zul je de meest fantastische wonderen zien gebeuren. Als een kind wordt geboren bij een moeder dan krijgt zij automatisch melk. De natuur is dus verbonden met het geheel. En ze is ook verbonden met jouw goddelijke verlangen. En dit is onmiskenbaar het geval als je een goddelijke persoon bent.

Je kunt me dus overal tegenkomen: als je op straat loopt, kun je ineens tot de ontdekking komen dat Mataji naast je loopt. Nu is dus het tweede tijdperk begonnen, en je moet niet schrikken als je ziet dat ik op je bed zit en mijn hand op je hoofd leg. Of misschien zie je me wel in de vorm van Christus je kamer binnenwandelen, of als Shri Rama. Dat moet gebeuren, dus zorg dat je erop voorbereid bent. Er zijn je al zoveel wonderen overkomen, maar dan op oppervlakkig niveau. We hebben gezien hoe het licht zich boven mijn hoofd vormde, en de foto’s hebben je ook enkele wonderen getoond. Maar er zullen vele dingen gebeuren; je zult dingen zien die je je nooit zou kunnen voorstellen. En dit mòet gebeuren, gewoon om je te overtuigen van het feit dat je een zekere hoogte in je evolutie hebt bereikt, in het nieuwe tijdperk van pragya[11]. Dit is namelijk een nieuw stadium waarin je nu zult binnentreden, op een horizontale manier.

In dit tijdperk zul je niet langer vragen om oppervlakkige dingen, maar wel om subtielere dingen – alles wat subtiel is. Het vragen zal verdwijnen, en vanaf dat moment zul je heel krachtig worden. Alles wat ik zeg, gebeurt, zoals je weet; maar er is één ding: ik kan je niet bevelen te evolueren. Het werk van de Kundalini in je is volbracht, en dat is heel wat. Nu moet het nieuwe werk van mededogen, van het door te geven aan anderen, door jou worden gedaan. En hoe helderder en helderder het licht wordt, hoe groter en groter het gebied wordt dat het bestrijkt. Je wordt dus de gever van mededogen.

In mijn vorige lezing, die je al hebt gehoord, heb ik jullie verzocht om tapas[12] te doen. Met je geest in volledige overgave moet je de pelgrimstocht doorstaan, zeg maar, door dit kasteel. En dat is slechts een glimp van de tapas die je moet doen, want mij werd verteld dat sommigen van jullie kleine moeilijkheden moesten doormaken en dat jullie toch wel een klein beetje hebben geleden tijdens je pelgrimstocht. Maar het is leuk om je avontuurlijk op te stellen en op plaatsen te komen waar zelfs de duivels zich niet wagen. Plezier, dat kennen ze niet! Zij maken nooit plezier! Zie hoe ellendig ze zich voelen! En als je weet hoe je plezier kunt beleven aan de zogenaamde ongemakken, weet dan dat je je op het juiste pad bevindt. En als je automatisch onderscheidingsvermogen begint te ontwikkelen moet je ook weten dat je op de goede weg bent. Als je nog vrediger wordt en je irritatie verdwijnt als sneeuw voor de zon zodra je merkt dat iemand je aanvalt, weet dan dat je op de goede weg bent. Als je ziet hoe een beproeving of een ramp de persoonlijkheid overrompelt en je hierdoor niet van streek raakt, weet dan dat je op de goede weg bent. Geen enkele… Als niet het minste gekunstelde gedrag indruk op je maakt, weet dan dat je op de goede weg bent. Als geen enkele mate van andermans materieel welzijn je ongelukkig maakt, als het je helemaal niet ongelukkiger maakt, weet dan dat je op de goede weg bent.

Zelfs de grootste moeite of inspanningen zijn nog niet voldoende om een Sahaja yogi te worden. Wat je ook mag proberen, je kunt er geen Sahaja yogi mee worden – terwijl jullie het hebben bereikt zonder de minste inspanning. Jullie zijn dus heel bijzonder. En eenmaal je beseft dat je bijzonder bent, dan zul je hier nederig door worden. En dan, als het zover is gekomen dat je nederig wordt door te zien dat je iets hebt bereikt, dat je verschillende krachten hebt, dat je onschuld uitstraalt, dat je onderscheidingsvermogen hebt, en als je als gevolg daarvan nog meer mededogen ontwikkelt, een nog nederigere persoonlijkheid en een nog zachtere persoonlijkheid, dan mag je geloven dat je je in het hart van je Moeder bevindt.

Dit is nu het teken van de nieuwe Sahaja yogi in het nieuwe tijdperk, die met nieuwe kracht vooruit moet schrijden. Waar je zo snel zult groeien dat je zonder meditatie in meditatie zult zijn; zonder in mijn aanwezigheid te zijn zul je in mijn aanwezigheid zijn; zonder erom te vragen zul je gezegend worden door je Vader. Dit is wat je te wachten staat, en opnieuw heet ik jullie vandaag welkom in dit nieuwe tijdperk, op deze grootse dag van de Sahastrara.

Moge God jullie allemaal zegenen.



[1] Atma: de Spirit (de diepste (goddelijke) essentie van ons wezen, die zuivere liefde, vreugde en bewustzijn is)

[2] yoga: verbinding, eenheid, eenwording

[3] Adi Shakti: ondersteunende, vrouwelijke, moederlijke oerkracht, scheppende kracht van het universum, die belichaamd wordt door Shri Mataji; primordiale (oorspronkelijke) kracht

[4] mahamaya: grote (opperste) illusie

[5] Mahamaya Shakti: de kracht die de maya of illusie belichaamt

[6] Bhakti Gamya: één van de 108 namen van Shri Mataji: ‘Zij die gerealiseerd is door devotie.’

[7] bhakti: liefdevolle toewijding, devotie

[8] Avatar: goddelijke incarnatie; manifestatie van een godheid op de aarde – er zijn vier types incarnaties: de Vader, de Primordiale Meester, de Zoon, de Moeder

[9] bhakta: toegewijde volgeling

[10] kshema: Sanskriet voor ‘welzijn’

[11] pragya: verlichte kennis

[12] tap/tapas: vrome soberheid, ascetisme