ORF Radio Interview- OVER HAAR JONGE JAREN

Meli Ashram, Vienna (Austria)

1986-07-09 ORF Radio Interview, 50' Add subtitles:
Download video (standard quality): Download video (full quality): View and download on Vimeo: View on Youku: Download audio:
Transcribe/Translate oTranscribe


Interview – OVER HAAR JONGE JAREN – Wenen – 9 juli 1986

Translation not verified. Dear yogi, register as volunteer to do so.
Vertaling niet geverifieerd. Beste yogi, registreer als vrijwilliger om dit te doen.

Q.: Wat waren de omstandigheden waarin U opgroeide?

Shri Mataji: Mijn familie?

Q.: Ja.

Shri Mataji: Ik behoorde tot een familie van zeer verlichte mensen. Mijn vader was linguïst; hij beheerste veertien talen en kende ongeveer zesentwintig talen en hij vertaalde zelfs Koraneshariv in het Hindi.

Mijn moeder was toendertijd gespecialiseerd in wiskunde. Beiden waren dus zeer goed ontwikkelde en verlichte mensen.

Ten tijde van Mijn geboorte droomde Mijn moeder over iets wat ze niet kon verklaren, maar achteraf had ze het grote verlangen om een tijger op te zoeken in het open veld.

Mijn vader was een groot jager omdat tijgers een bedreiging waren in de streek waar wij leefden. Het was een (voormalige Britse) regeringspost die Chinduara heette.

Er was toen een koning die zeer geïnteresseerd was in Mijn vader. Er kwam een brief om te melden dat er een grote tijger uit de bossen te voorschijn was gekomen en men was bang dat hij gevaarlijk zou kunnen zijn voor de mensen. Daarom nam Mijn vader Mijn moeder en Mij mee naar die plaats. We zaten daar op wat wij een Machan noemen, iets dat gebouwd was om hoog in een boom te zitten, vanwaar men gemakkelijk kan schieten. En Mijn moeder vertelde Me dat er een grote, enorme tijger van grote afmetingen, zeer gracieus te voorschijn kwam op het veld. Zij voelde een overweldigende liefde voor de tijger. Het was een dag met volle maan. Zij voelde een zeer groot mededogen voor de tijger. En toen Mijn vader zijn geweer schouderde om te schieten, hield ze hem tegen; ze stond het niet toe. De tijger ging weg en kwam nooit meer terug naar dat woud. Dit voorval zette Mijn vader aan het denken, omdat hijzelf een gerealizeerde ziel was. Hij dacht dat dit – wat wij noemen – een (incarnatie van de) Godin Durga zou kunnen zijn, die van een tijger houdt, omdat Zij geboren moest worden via Mijn moeder, omdat de symptomen nogal raar waren, namelijk dat een dame graag een tijger gaat bekijken. Hij vroeg Mijn moeder: “Ben je nu tevreden, nu ik zo met mijn geweer geknoeid heb? Is er een Durga in je schoot dat je probeert de tijger te beschermen?” Zij zei: “Ja, ja, stop ermee, ik sta het niet toe.”

Zoals dit waren er veel voorvallen in Mijn leven. Ik stam van een christelijk gezin af. Protestanten.

Toen Ik geboren werd, voelde Mijn moeder geen weeën. Ik werd geboren en ze wist niet hoe. Ik had geen bloed op Mijn lichaam. Niets. Ik was schoon-gewassen. Daarom gaven ze Mij de naam: Nirmala. Maar Mijn grootmoeder zei dat Zij (Ik) Nishkalanka moest heten. Dit betekent: “die geen vlekken op zich heeft.” Maar dit is een mannennaam. Men besliste toen Mij Nirmala, de onbevlekte, te noemen, wat hetzelfde betekent.

Al deze voorvallen … samen met het feit dat Mijn vader een gerealiseerde ziel was … Hij voelde enorme vibraties vanwege Mij. Hij voelde dat dit leven groots zou zijn, en dat Zij (= Ik) grote dingen zou verwezenlijken. Ik weet niet hoe, of hij het droomde, of werkelijk begreep, maar altijd, zoals Ik het Me herinner, wanneer hij met Mij sprak, zei hij dat Ik een manier moest bedenken om grote groepen “en masse” hun realisatie te geven. Voortdurend. Zoals Ik al zei, was hij een zeer geleerd en een erg belezen man; hij gaf Mij een degelijke, goede opvoeding in religie, in verschillende religies, en ook een goede opvoeding wat betreft omgang met mensen.

Wat zijn hun problemen, waarom reageren zij zo? Waarom volgen ze God niet? Waarom zijn ze hypokriet? Over alle dingen sprak hij met Mij. Hij wist ook een en ander over Kundalini, maar niet zo heel veel. Natuurlijk, toen Ik ter wereld kwam, wist Ik alles over Kundalini, vanaf Mijn prille jeugd. Ik was een zeer bewust persoon, zeer zelfbewust. Ik wist niet hoe Ik erover moest praten, omdat de mensen dat bewustzijn niet hadden. Je kan er niet met iedereen over praten.

Ik werd voor een zeer vrolijk en tegelijkertijd zeer ernstig persoon gehouden, zeer diepzinnig. En toen begon Ik Mijn studies als kind. Ik was niet zo erg geïnteresseerd in de lessen, maar Ik las de biografieën van belangrijke mensen en dergelijke. Op zeer jonge leeftijd las Ik Bernard Shaw. Terwijl de anderen “Great Expectations” lazen (“Great Expectations” = “Grote verwachtingen” van Charles Dickens), las Ik Bernard Shaw. Ik had geen interesse in specifieke lectuur, zoals tekstboeken, omdat Ik vond dat ze kinderachtig waren en er niets te lezen viel. Toen vertelde Ik Mijn vader dat Ik geneeskunde ging studeren. Waarom? vroeg Hij. Ik zei dat Ik met dokters moest spreken. Hij zei: “Moet je met dokters spreken? “Ik zei: “Ja.” Dat is wat er gebeurde in Mijn kindertijd, toen Ik ongeveer zeven jaar oud was. Mijn vader was lid van de Congrespartij. Hij was bij de Congrespartij gegaan toen Ik vier jaar was. Hij had een zeer westerse levensstijl. Zijn kleren werden in Londen gemaakt. Dat soort man. Wij hadden gouvernantes, enzomeer. Hij gooide dit alles overboord en werd een echte Indiër en ging het leven leiden van een martelaar. Toen deed hij ons onze talen studeren: Sanskriet. Hij liet Me studeren in een Indische school en niet in een missieschool, omdat de missionarissen zeer onvriendelijk waren. Ze gooiden ons de school uit, toen Mijn vader lid werd van de Congrespartij. Ze waren totaal tegen ons.

Toen Ik zeven jaar werd, ging Ik met Mijn vader naar Mahatma Gandhi. Hij woonde ongeveer 70 mijl van ons vandaan. Maar de eerste keer dat hij Mij erheen bracht, vond Mahatma Gandhi Mij aardig en vroeg: “Laat het Kind bij mij.” Ook al had Ik geen kledij bij Me, toch bleef Ik daar en Mijn vader stuurde Mij al het nodige. Hij (Gandhi) was erg op Mij gesteld, maar Ik was een klein meisje. Hij begreep dat er iets speciaals met Mij was. Hij vroeg Mij raad over ernstige problemen, verrassend genoeg soms.

Zoals bijvoorbeeld op een dag toen hij het gebedenboek in orde wilde maken. Hij vroeg Mij: “Hoe zal ik het samenstellen?” … Enzovoort. Ik zei hem hoe en hij deed het zo. Gewoonlijk ging Ik terug naar Mijn school, in Mijn dorp. Elk jaar opnieuw en hij noemde Mij “Nepali”. Iedereen noemde Mij Nepali in die periode. Ik groeide zeer vertrouwelijk met hem op. Hij was een zeer lieve man voor kinderen en anderzijds zeer strikt met zichzelf en anderen. Zeer streng. Een man met een zeer strikte discipline. Hij deed iedereen om vier uur ’s morgens opstaan, een bad nemen om klaar te zijn voor het morgengebed om vijf uur. Hij liep ook altijd snel. Ik leerde ook snel te wandelen in zijn gezelschap. Hij was een buitengewoon liefdevol en vriendelijk mens. Hij luisterde ook naar Mij. Als kind dwong Ik hem om meer te eten. Lachend stemde hij toe. Een vriedelijk man. Maar met anderen zeer streng en Ik vroeg hem dikwijls: “Waarom bent u zo streng met iedereen?” En hij zei: “Maar Jij bent een klein meisje en Jij staat wel vroeg op. Waarom kunnen zij dat niet?” Ik zei: “Ik ben klein. Daarom sta Ik zo vroeg op. Zij zijn groot, zij kunnen niet opstaan.” Zoals dat, kleine conversaties.

Toen werd Mijn vader en ook Mijn moeder gevangen gezet. Ongeveer vijf keer. Mijn vader twee keer. Eén keer voor ongeveer twee en half jaar en hij was de enige kostwinner van het gezin. Tussen haakjes, wij stammen af van een zeer oud koninklijk geslacht: de Shaliwana’s. Zij hebben een eigen tijdrekening in Indië. Toen ze Mijn vader in de gevangenis brachten, moesten we ons huis verlaten en in hutten gaan wonen; maar dat was geen probleem. Ook Mij pestten ze de ganse tijd, omdat Ik heel veel mensen hielp en de activiteiten steunde op een heel ernstige manier en Ik werd de leider van de jonge mensen. Ik dacht: tenzij Ik een positieve houding aanneem, kan het niet goed aflopen met hen. Het is niet mooi te zeggen hoe ze Me folterden, wat ze Mij aandeden – maar ze folterden Me werkelijk. Ik was toen een jong meisje van negentien jaar. Dat is nu voorbij, het is gedaan. Nadien werd Mijn vader nog een keer gevangen genomen en na zijn vrijlating werd hij verkozen als lid van de centrale regering en later van de wetgevende vergadering en dan in het parlement.

Ook Mijn broer was parlementslid. Nog later – onlangs – werd hij minister in het kabinet. Een andere broer is rechter aan het hoger gerechtshof in Bombay. Ondanks het feit dat onze ouders ons op een of andere manier verwaarloosden, omdat zij hun leven gaven voor het land, hinderde dit ons niet om te studeren en met succes. Toen Ik in 42 in de beweging zat, gooide het lyceum waar Ik school liep, Me eruit en moest Ik naar een andere school om Mijn studies verder te zetten. Ver weg van Mijn huis in Punjab. Ik studeerde er twee jaar wetenschappen en daarna geneeskunde, wat Ik niet volledig beëindigde, omdat in 1947 de rellen losbraken. Het lyceum werd gesloten en Ik wilde niet meer weten, want alles wat Ik wilde weten, had Ik ondertussen geleerd. Meer had Ik niet nodig en toen huwde Ik.

U moet gehoord hebben dat Mijn echtgenoot nu secretaris-generaal is van de Internationale Maritieme Organisatie. Hij had hooggeplaatste functies. Hij was ook de Secretaris van Labbado Shastri, die eerste minister is geweest. Een belangrijke man. Maar hij overleefde het niet lang. Als hij langer geleefd had, zou het wellicht anders gegaan zijn voor ons land, denk Ik, omdat hij Gandhiaans was (een volgeling van Gandhi). Op en top. Hij leefde net zo. Een ideale Gandhi-personaliteit.

Zo ging het leven verder, maar innerlijk was Ik nog op zoek naar een methode om massale Zelfrealisatie te kunnen geven. Mijn vader zei: “Praat niet over godsdienst voordat Je deze techniek ontwikkeld hebt om massale realisatie te geven. Vertel niemand dat Je er iets over weet, omdat ze Je anders zullen kruisigen of iets van die aard.” Hij was bezorgd dat de mensen het niet zouden begrijpen. “Je zou een andere Bijbel of Gita kunnen schrijven, maar het is nutteloos. Eerst en vooral moet Je hen realisatie geven. Geef hen realisatie en ze zullen begrijpen dat er iets boven dit menselijk bewustzijn bestaat.”

Hij gaf bijvoorbeeld altijd een analogie: “Veronderstel dat Je op de tiende verdieping geboren wordt. En iedereen bevindt zich op de grond. Laat hen tenminste twee verdiepingen klimmen, zodat ze kunnen merken dat er nog iets boven komt. Anders heeft het geen zin om erover te praten. Dit is de fout van de heiligen en de incarnaties, dat ze zich nooit realiseerden dat de mensen zich nog steeds op de begane grond bevonden, dat ze nog moesten binnentreden in het gebouw. Hiervoor moet Je steeds oppassen, dat Je hen eerst realisatie geeft.”

Zo zocht Ik steeds methodes en werkwijzen, probeerde ze uit binnenin Mij, door Mijn eigen meditatiestijl, in de zin dat Ik alle combinaties en transformaties uitwerkte. Veronderstel dat Ik één persoon zou ontmoeten. Ik zou nagaan welke problemen deze persoon had en hoe Ik op die persoon zou kunnen werken. Ik zou die persoon innerlijk proberen te bestuderen. Ik ging naar veel mensen en ontdekte dat ze grote hypocrieten bleken te zijn. Ik zag vele van die guru’s. De meesten waren hypocrieten, geldwolven, enz. Ik bezocht ook Rajneesh. Hij verzocht Me naar zijn programma te komen. Ik wist niet welke persoon hij was, omdat hij over de Gita praatte. Dingen waar Ik misschien wat kon over leren. Ik ging, maar Mijn echtgenoot liet Me niet toe naar zijn kamp te gaan en hij organiseerde alles in zijn eigen bungalow en Ik ging erheen. Maar zo kon Ik niet zien welke dingen er allemaal gebeurden. Toen, op die dag, op de een of andere manier, besliste Ik dat Ik over de laatste chakra moest spreken. Dus werd de laatste chakra geopend. Ik kon de Kundalini, die de Primordiale Kracht binnenin ons is, die de Heilige Geest binnen in ons is, zien opstijgen. Zoals een telescoop opende Zij zich en op dat ogenblik zag Ik alles opgengaan.

En een grote stroom van olie-achtige regen stortte zich over Mijn hoofd. Ik dacht: “Ik ben er niet meer. Ik ben weg. Alleen die olie is er nog.” Ik kon het helemaal zien gebeuren met Mij. En Ik was verbaasd, toen Ik naar Rajneesh ging, dat vooraleer afscheid te nemen, hij zich niet had gerealiseerd wat er gebeurd was. Hij was zich van niets bewust. Ik was verrast en dacht: deze man weet niets over God en toen ontdekte Ik dat ze allen hypocrieten bleken te zijn. Dat ze leugens vertelden. Dit gebeurde in 1973, op 5 mei…, 1970, in 1970, op 5 mei.

Net daarna had Ik een lange spreekbeurt in een zeer grote hal, en duizenden mensen kwamen er naartoe. Ik vertelde iedereen rechtuit dat die anderen allemaal vals en hypocriet waren. Sommigen noemde Ik duivels, slechte mensen en gaf hun een naam en waarschuwde hen er niet naartoe te gaan. Er waren ook buitenlanders aanwezig (…) Er waren nog veel anderen met wie Ik duidelijk over deze dingen praatte en ze werden bang en vroegen Mij niet zo te praten, omdat ze Mij zouden kunnen vermoorden. Ik zei dat ze dat maar moesten komen doen. Maar niemand deed iets. Niemand ging zelfs naar de rechtbank. Op die manier probeerde men Mij in een slecht daglicht te plaatsen. Men betaalde smeergeld aan kranten om dingen te publiceren tegen Mij, omdat Ik steeds zei dat niemand moest betalen. Ze zeiden dat Ik hen op die manier kwetste, omdat Ik zei dat niemand geld mag aannemen in Gods naam. Als het een werk is, is het in orde, dan kan je het doen, maar Gods werk is geen job.

De strijd begon op de dag dat Ik realisatie begon te geven. Ik begon met één dame die als eerste haar realisatie kreeg. Verder ongeveer twaalf mensen die hun realisatie ontvingen. Op twee jaar tijd had Ik slechts veertien mensen hun realisatie kunnen geven. Uiteindelijk, na die veertien, kwamen er heel veel bij die hun zelfrealisatie ontvingen. Ik begon toen ook mensen te genezen, omdat dit echt veel hielp. Toen werd Mijn echtgenoot in deze functie verkozen en wij moesten naar Londen komen.

Toen Ik in Londen kwam, hielden wij één programma in Bath, dat daar georganiseerd was. De Indiërs die kwamen, waren niet erg geïnteresseerd in God, méér in geld. Geen enkele bleef en allen liepen weg. Alleen de buitenlanders, zeven hippies, bleven. Gedurende vier jaar moest Ik op zeven hippies werken om hen realisatie te geven. Het was moeilijk, weet je, hun lever was slecht, ze waren ziek, hun hoofd was op hol. Gruwelijke tijden.

En toen ging Ik ook naar Indië en daar werd hetzelfde werk verricht. Telkens was Ik er voor drie maand. Wij begonnen in de dorpen te werken. Verbazend genoeg begon het in de streek waar Mijn voorouders regeerden, op grote schaal te bewegen. Daar kwamen er enkele Indiërs bij. Enkele Australiërs kwamen naar Indië en het werk begon ook in die richting te bewegen.

Geleidelijkaan begon alles er beter uit te zien. En de mensen beseften dat dit de manier is waarop we onszelf kunnen transformeren. Velen waren aan de drugs, of de alcohol, waren gek of hadden kanker. Ze voelden zich beter en genazen en het werd bevestigd dat Sahaja Yoga belangrijk is.

Nu Ik de ganse wereld rondreis – eerst moest Mijn echtgenoot overal voor alles betalen waar we heen gingen, hij moest altijd alle onkosten voor Mij betalen. Maar gelukkig betalen de mensen nu geleidelijkaan voor de reizen, maar verder moet er niets betaald worden. Op die manier begon ons werk. Er was veel tegenkanting en de mediamensen wilden het nooit begrijpen, omdat het geen sensatie was, zoals je zou kunnen zeggen. Niets waarover men zich kan opwinden.

Maar eigenlijk is het een zeer groot iets. Dit is de oplossing voor de ganse wereld. Iedereen zou het moeten proberen te doen. Toen kwamen er ook “belangrijke” mensen in Sahaja Yoga, zoals de rechter van het hoger gerechtshof, die nu president is en die Mij karagoa geschonken heeft. Vele advokaten en juristen. We hebben hier een advokaat uit Algerije. Vele dokters, die het toen overnamen en Mij hielpen Sahaja Yoga te verkondigen. Het was een zware taak in het Westen. In Indië verspreidde het zich zeer vlug in de dorpen. Stedelingen in Indië zijn ook nogal verwesterd en beginnen alles te analyseren en weten niet veel over het verleden, ze weten niets van onze erfenis inzake Kundalini enzovoort.

Sommige mensen weten wel iets over zelfrealisatie. Maar deze guru’s konden niet in Indië blijven, want niemand wou hen accepteren; zij moesten allemaal naar het buitenland vluchten. Dit feit was een zegen voor Mij, omdat Ik niet hoefde te vechten en alles echt begon door te werken en de mensen ontdekten hoe het helpt op alle gebied. Ze beleefden zovele mirakels en op deze manier kon Sahaja Yoga zich vestigen. Maar nog steeds zijn we niet in bepaalde landen geweest tot nu toe. Ook moet in het Westen nog heel veel werk gedaan worden. Omdat, van zodra je op een bepaalde plaats begint te werken, willen ze van Mij dat Ik mensen genees en help met leren genezen. Als Ik daaraan meer aandacht schenk, dan is het hoofdwerk om iedereen tot dokter op te leiden. Als dat wordt verwaarloosd, word je impopulair. Ze denken: “Ze is niet vriendelijk en dit en dat.” Maar zoals het nu is, kan iedereen genezen, iedereen. Ik genees niemand rechtstreeks. Maar daar houdt men niet van. Ze denken dat Ik aanwezig moet zijn om hen te verzorgen en dies meer. Het is nogal moeilijk. Wij houden geen verkiezingen, weet je, alsof we anderen zouden moeten behagen, of zo.

Maar wat ook de realiteit is, als een persoon (voldoende) intelligentie heeft, zuivere intelligentie, dan kan hij zien dat dit iets helemaal anders is. En hiervoor moet men begrijpen dat je niemand kunt dwingen om zelfrealisatie te krijgen.

Op dezelfde manier kan je Mij niet dwingen om je zelfrealisatie te geven omdat, als het niet werkt, het niet werkt. Het is een levende kracht, begrijp je? En dit stoort hen zeer vlug.

Ik voel dat de manier waarop de industriële revolutie in het Westen heeft plaatsgehad, heeft meegebracht dat mensen hun houvast hebben verloren. Ze zijn zo verward, met al die guru’s die naar hier komen, hen in verwarring brengen en al die nieuwe dingen. Ze weten niet meer waar ze eerst moeten kijken. Maar zonder dat je je evolutie afmaakt, je die absolute staat van begrip bereikt, zal de chaos standhouden.

Daarom moet iedereen dat punt trachten te bereiken. Maar je moet begrijpen dat je er niet kan voor betalen. Er is geen inspanning nodig.

Nadat je je zelfrealisatie hebt verkregen, voel je je zo tevreden, dat je vergeet hoe ze tot stand kwam. Maar achteraf moet je weten hoe je ze aan anderen kunt doorgeven. Zoals Christus heeft gezegd dat je het licht dat ontstoken is, niet onder de tafel mag zetten. Dat is nochtans wat er gebeurt. Ook al geven we honderden mensen hun realisatie, er zullen er slechts vijf of zes overblijven en naar voren treden om ons te helpen. Maar steeds zeg Ik dat er nog veel werk moet gedaan worden.

Vooral Oostenrijk, Ik ben zeer fier op Oostenrijk. Ze hebben Me nooit problemen bezorgd. Nooit. Zeer goede mensen zijn vanuit Oostenrijk gekomen. Zeer evenwichtige, verstandige mensen. Zeer verstandig. Geen extremisten die naar extremen of fanatisme neigen. Gevoelige mensen zijn het. Soms voel Ik Me zo gelukkig dat Oostenrijk bestaat. Ik verwachtte niet dat er zoveel mensen zouden zijn. Op de een of andere manier vindt water zijn eigen weg. Zo vindt Sahaja Yoga zijn eigen weg. We kwamen gewoon naar Oostenrijk. We zijn niet naar Noorwegen, Zweden, Denemarken, Finland geweest. Ik bezocht ze wel via het werk van Mijn echtgenoot, maar Ik ging er niet speciaal heen.

Nu hebben we zestien centra in Australië. Australië is een zeer progressief Sahaja Yogaland. Er zijn nu scholen en de leraars zijn uiterst bekwaam en idealistisch en ze zorgen zeer goed voor de kinderen. De regering stuurde iemand om te observeren en ze hebben gemerkt dat al wat ze eisen, nagevolgd wordt en ze gaven ons goede bekwaamheidsbewijzen.

Maar het grootste wat bereikt werd in de wereld, is dat de universiteit van Cambridge, Sahaja Yoga aanvaard heeft als onderzoeksproject, door Dr. Lee die voor het Sahaja Yoga-onderzoek instaat. Hij is reeds dokter en een andere belangrijke zaak is dat de universiteit van Delhi aanvaard heeft dat iemand, die reeds dokter (in de geneeskunde) is, een doctoraat kan behalen in Sahaja Yoga (Ph. D. = dokter in de filosofie), en zo de hoogste graad, namelijk die van dokter in de geneeskunde verwerven. En misschien zullen ze, in de toekomst, iedereen toestaan dit te doen. Tot hier de geneeskundige kant.

Ook in de landbouw hebben we veel onderzoek verricht. We hebben hier een landbouwexpert. Hij heeft ook veel onderzoek gedaan. We ontdekten dat met vibraties, na realisatie, als we water vibreren en er de planten mee gieten, kunnen we tot tien keer meer oogst bekomen. Dit is wat ze deden in Indië aan een landbouwuniversiteit.

Maar ook hier ontdekte men dat er een enorm verschil is met de groei van een gewoon ding (produkt). Nog iets anders dat we ondervonden in de landbouw, is dat als je vibraties geeft, ook een gewone koe heel veel melk kan geven. Maar met bastaardkoeien is dit niet goed voor de hersenen, want iemand die melk drinkt van zo’n koe, wordt hybride en zijn hersenen worden aangetast. Beter is pure melk van een koe die niet aan zo’n experiment onderworpen werd. Ook hybride voedsel is niet goed; het tast het zenuwstelsel aan. Maar gewone zaden kan je niet kiezen, omdat ze verzwakt zijn en niet kunnen voortplanten. Maar als we ze vibreren, produceren ze zeer goed, soms zelfs beter dat die hybride dingen.De smaak is ook zeer goed en deze planten hebben niet al die bijwerkingen. Dit kan helpen in de landbouw in Indië en de regering heeft ons veel land gegeven, waarop we nu zullen experimenteren, om aan te tonen hoe we dit kunnen gebruiken. Maar vele boeren die Sahaja Yogi’s zijn, hebben veel werk verricht en hebben ontdekt dat zelfs dieren en landbouw worden bevorderd door vibraties. Zo verbetert het de levens van vele mensen.

Aan de andere kant hebben we op sociaal vlak de internationale huwelijken. Wij organiseren internationale huwelijken tussen mensen die elkaar eerst moeten leren kennen. Vooraf zijn ze anderhalve maand samen in de Tour om elkaar te zien en zo worden de huwelijken voltrokken. We hebben gemerkt dat deze huwelijken uiterst geslaagd zijn. Negenennegentig procent zijn succesvol. Nu en dan is er eens een mislukking, maar er komen nauwelijks echtscheidingen voor. Maar als het niet lukt, hebben Wij geen bezwaar tegen een scheiding. Meestal werkt het dus goed en krijgen ze kinderen die zeer intelligent en gerealiseerd ter wereld komen. Er zijn veel minder problemen en het gezinsleven is beter. De kwaliteit van het leven is duizendmaal beter. De mensen zijn zeer vreugdevol en gelukkig. Ze klagen niet en genieten van het leven en delen met anderen de vreugde die ze ervaren.

Q.: Wat zijn volgens U de belangrijke punten in de opvoeding van kinderen? Wat is belangrijk om kinderen bij te brengen?

Shri Mataji: Ten eerste dat ze gerealiseerd worden, dat ze tot dat punt van realisatie gebracht worden. Als ze gerealiseerd geboren worden, is er geen probleem. Maar als ze realisatie ontvangen dan beginnen ze alles vanuit een andere hoek te bekijken. Ze worden de Spirit. Hun zelfrespect is ontwaakt. Zo’n kinderen gedragen zich op een waardige manier. Ze praten op een ernstige manier en reiken allerhande oplossingen aan. Ze zijn geweldige mensen, maar wij moeten ze behoorlijk leren en begeleiden door ons eigen gedrag. De wijze waarop wij ons gedragen, dat is hoe de kinderen leren. Wij testen de kinderen. Wij zoeken uit hoe ze zijn, we gaan na of er geen lichamelijke problemen zijn en we genezen ze. Als er mentale problemen zijn, genezen we die. Als er andere problemen zijn, sociale of andere, trachten wij hen te helpen.

Als de mens fundamenteel in orde is vanaf zijn jeugd, dan zijn de fundamenten gelegd en is het niet zo moeilijk een kind degelijk op te voeden. We zien dat er grote kunstenaars bij zijn, grote muzikanten. Op zeer jonge leeftijd beginnen ze viool te spelen. Opeens worden ze zeer dynamisch en ook zeer nederig. Zeer nederig en zichzelf respecterend en ze gedragen zich zeer goed. Het is zeer verrassend hoe de sfeer is, en hoe het uitwerkt.

Gisteren vroeg een dame Mij te spreken over de vrouwen en Ik vertelde haar dat de kracht van een vrouw, als moeder, zeer groot is. Ze voelde zich daardoor gekwetst. Ik bedoelde niet dat je enkel moeder moet zijn. Wat Ik bedoel is, dat ze als moeder behulpzaam en troostend, lief en niet agressief is zoals mannen. Dat is een zeer grote kwaliteit, een zeer grote kracht in een vrouw. Dat is wat Ik suggereerde, dat is wat wij moeten bevorderen. (…?…)

We moeten begrijpen dat we van het leven moeten genieten. Het moet een zegen zijn, geen ellende. Wij scheppen onze eigen ellende door onze valse ideeën, door onze eigen innerlijke conflicten, door onze mentale projecties, onze eigen hardnekkigheid.

Wat het ook moge zijn, al deze dingen kunnen genezen worden in Sahaja Yoga. Je wordt een evenwichtig, harmonisch en oordeelkundig persoon. Je wordt een getuige. Je ziet alles als een show, als een toneelstuk. Je wordt onbevreesd. Je begint het ganse gebeuren als een theater te zien. Dat is wat een mens moet bereiken.

Wij spreken over vrede, we spreken over “nooit meer oorlog” en dergelijke dingen, de atoombom, enzovoorts. Dat lost allemaal niets op. Enkel de transformatie van de mensen zal iets oplossen. Als de mens zich transformeert, zal alles goed komen. Absoluut eerste klasse! En niet alleen dat, maar ze zullen genieten van de zegen van het leven. We missen allemaal de kern. Dit is heel belangrijk.

De mensen moeten zich één ding afvragen: “Wat hebben we bereikt met dit alles?” Eén minuut stilstaan en nadenken!

Q.: Hoe zou U “ziek zijn” definiëren? Wat zijn de oorzaken van ziekte?

Shri Mataji: Het is het fysieke, mentale, emotionele. Of: ziekten worden veroorzaakt door onevenwichten in onszelf. Door ons extreme gedrag. Bijvoorbeeld: kanker. Kanker wordt veroorzaakt door overactiviteit van het sympatisch zenuwstelsel. Veronderstel dat iemand zeer droevig is. Hij weent en huilt en voelt zich altijd schuldig omdat hij denkt dat hij de slechtste mens is die ooit geboren werd. Steeds weer zondigend en al die andere onzin. Dan neigt hij over naar de linkerkant (volgens onze opvatting) en helt over naar het collectieve onderbewustzijn en wat dokters proteïne 58 en proteïne 52 noemen. Wij noemen het de “dode zielen”. Zij bestaan. En ze krijgen je in hun greep. En zij veroorzaken kanker. Veronderstel dat je je aandacht volledig daarvan kunt afleiden, tot in het centrum (kanaal). Dan kan je genezen. Het zijn de centra binnen in ons die subtiel zijn. In essentie gaat het om zeven centra. Er zijn er nog veel meer, maar vooral die zeven. Als je ze opnieuw kunt uitzuiveren, zul je geen enkele ziekte krijgen.

Q.: Terug naar Uw jeugd … Kunt U verklaren … Uw ouders steunden U erg in Uw studies. Is dat correct?

Shri Mataji: Ja, ja, natuurlijk.

Q.: Is het gewoonlijk zo dat ouders hun kinderen helpen?

Shri Mataji: In Indië steunen alle ouders hun kinderen.

Q.: U kon studeren wat U wou?

Shri Mataji: Ja, dat is zo. Ouders zijn zeer welwillend, zeer lief met hun kinderen en voor hen is de opvoeding en de opleiding en het leven van hun kinderen zeer belangrijk. Dat weten we, we hangen af van hen. Ze zorgen voor ons. Ze zijn wijze mensen. Ze offeren alles op voor ons. We denken dat alles wat ze zeggen, goed is. En door zo te handelen, hebben we tot hiertoe niets verloren. Als kinderen uit Indië naar ’t buitenland komen, zullen ze altijd doen wat hun ouders vragen: ze zijn zeer gehoorzame kinderen en ze gedragen zich zeer goed. We kennen al deze problemen niet, zoals het generatieconflict, homosexualiteit … we kennen ze gewoonweg niet. Omdat we de ganse tijd zo dicht bij de ouders zijn. Ze letten voortdurend op ons. We hebben geen drugsprobleem. Niets van dat alles. Alleen een beetje in de steden komt het voor en het verdwijnt weer omdat ouders voortdurend bij hun kinderen zijn. Ze leven samen, de ganse familie. Niet alleen met de ouders, maar alle familieleden, alle mensen in de dorpen en de steden. Iedereen kent iedereen. Wij hebben zo’n gezamelijk systeem dat wij normaal gezien niet op het slechte pad geraken en we geen slechte methoden gebruiken. En we werken ook niet tegen.

Q.: Maar U groeide op in een christelijke familie. In Indië, nietwaar? Dit is toch geen normale situatie, dat Indiërs christelijk zijn?

Shri Mataji: Ja, Ik werd geboren in een christelijk gezin, vrijwillig denk Ik, omdat Ik geloof dat protestanten de grootste fanatici zijn. Zij zijn zeer gesofisticeerd in hun hersenen. Niemand kan hen verwijten dat ze fanatici zijn. Maar ze zijn het wel. Allemaal.

Maar Mijn ouders waren zeer verlichte mensen en ze begrepen Christus zeer goed. Gisteren sprak Ik u over Paulus. Begrijp je, de eerste keer dat Ik de bijbel ter hand nam en Ik vroeg Mijn vader: “Wie is deze Paulus?” zei hij: “Hij is een indringer, vergeet hem. Lees hem niet.” Zij begrepen deze zaken zeer goed. En ook omdat Mijn vader gerealiseerd was, zoals Khalil Gibran. Als je Khalil Gibran leest, merk je dat hij hetzelfde zegt over Paulus.

Zie je, als je verlicht bent, begrijp je de essentie van alles. Om het even in welke religie je geboren mocht zijn. Je negeert andere religies niet. Je leert zelfs over de andere religies. En je ontdekt dat de essentie in alle godsdiensten gelijk is. Wat is er verder te ontdekken? Uiteindelijk behoor je tot elke godsdienst. Ik moet zeggen dat Mijn ouders zeer verlichte mensen waren en Ik prijs mezelf gelukkig dat Ik hen als Mijn ouders uitgekozen heb.

Q.: U was een verlicht kind. Is dit juist?

Shri Mataji: Ja, Ik kwam verlicht ter wereld.

Q.: Voelde U zich soms niet erg eenzaam, omdat iedereen anders was?

Shri Mataji: Neen, niet als je weet hoe je moet delen met anderen. Eigenlijk was Ik als een Moeder voor hen, vanaf Mijn kinderjaren. Als Mijn ouders in de gevangenis waren, de eerste keer, was Ik vijf en een half jaar oud. Ik had alle huissleutels in mijn schortje en Ik droeg alles als een grootmoeder. Ik voelde me nooit verloren. Mijn ganse leven is zeer collectief geweest. Ik ben uiterst collectief. Ik kan gelijk waar leven en slapen. In het oerwoud ook. Daar heb Ik geen problemen. Ik ben zeer collectief. Ik heb geen exclusief karakter, van kindsaf niet. Ik was zeer vriendelijk met alle mensen in de streek waar we woonden. Mijn moeder was bekend als Nirmala’s moeder, Mijn vader als Nirmala’s vader. Ze zeiden: “We hebben onze identiteit verloren wegens haar.” Ik was een zeer vriendelijke persoon. Ik voelde Me nooit eenzaam. En als Ik alleen ben, voel Ik Me nooit eenzaam. Ik geniet heel erg van Mijzelf.

Q.: U verbleef in Gandhi’s ashram. Kunt U enkele indrukken, herinneringen over Gandhi vertellen?

Shri Mataji: O, Gandiji was een geweldige man. Iedereen kan heel veel van hem leren. Hij was in geen geval een hypocriet. Hij was niet zoals de moderne politici. Hij was zeer oprecht en altijd zeer kritisch tegenover zichzelf. Hij bekende ook altijd zijn fouten als hij er maakte. Onmiddellijk! Ik herinner Me een groot incident. Toen Ik een klein kind was, werd er een meeting gehouden. En wij meisjes zaten erbij om hen water en zo te geven. Alle belangrijke mensen waren er, zoals Djawaharlee, Nehroe en Wallalasa. Ze discuteerden en opeens zei Gandhi: “Het is laat nu, we zullen hier eten.” Iedereen stemde toe. Ze moesten naar het gastenverblijf gaan, dat veraf was. Hij vroeg naar de Bahis, zijn vrouw Sherwana. Hij droeg altijd de sleutel van de provisiekamer bij zich. Hij opende de provisiekamer en hij vroeg de mensen die het eten moesten klaarmaken, om alles af te meten, in overeenstemming met het aantal mensen dat bleef eten. Ze deden het en legden de sleutel terug. Hij kwam terug en zat neer. De gasten zeiden: “Bapu, we wisten niet dat het u zoveel moeite zou kosten om dat ganse eind te stappen en alles te regelen.” Al bij al vijftien minuten. Hij zei: “Wat denken jullie? Dit is het bloed van mijn land. Ik kan niet toestaan dat het verspild zou worden.”

Dit is kenmerkend voor iemand die de waarde van gemeenschapsgeld begrijpt. Dat zat in hem. Maar degenen die hem zagen, voelden aan dat deze man leefde als een asceet in die betekenis dat hij geld van de gemeenschap zelfs niet aanraakte. En dit is één van de sleutelbegrippen voor alle leiders. Dat ze totaal boven het geld staan. Daarvoor zullen de mensen hen respecteren. Er is geen andere weg.

Maar tegenwoordig vind je overal, in alle landen, corruptie, hypocrisie, dat het je shockeert.

Q.: Wat denkt U dat de reden is van al deze corruptie, van de politieke onstabiliteit?

Shri Mataji: Het is onwetendheid. Ze denken dat ze gelukkig zullen zijn door meer geld te verdienen, of door hoge posities of door een grote naam. Ze zullen niet gelukkig zijn. Alleen het ego zal verwend worden. Wanneer het lichtjes gekwetst wordt, zal die persoon opnieuw ongelukkig zijn. Hij zal voortdurend balanceren tussen gelukkig zijn en ongelukkig zijn.

Maar als hij weet dat het de Spirit is die de bron van vreugde is, dan geeft hij niet om geld, of andere dingen. Hij is niet bang. Hij is als een koning, omdat hij een koning is. Die wil niets. Een koning wil niets. Ik kom bijvoorbeeld uit een rijke familie. Mijn echtgenoot ook. We zijn welstellend. Wij hebben een comfortabel leven. Maar Ik kan ook op straat wonen. Ik zou op straat kunnen slapen. Omdat Ik als een koningin ben. Ik heb niets nodig. Als je iets nodig hebt, dan ben je een bedelaar. Anders ben je een koning. Dat is wat Ik voel.

Dat is de onwetendheid. Van zodra ze weten dat we eigenlijk onze onwetendheid bevechten, geven ze het op. Het is nonsens en het brengt geen vreugde. Je deugden zijn een bron van vreugde. Als je weet hebt van de kuisheid, van je onschuld, van je oprechtheid … dat verschaft vreugde. Je voelt je zo zelfzeker, zo gelukkig. Zo iemand probeert nooit iemand te kwetsen, of sarcastisch te zijn. Hij voelt zich totaal vrij, omdat hij aan niets gehecht is. Het zijn allemaal dingen die ons binden en die ons jaloers, afgunstig, wellustig maken. Het is allemaal onzin… Je moet alleen op je Spirit letten en beseffen dat deze gehechtheden zijn zoals slangen die op ons kruipen en we houden ons dus vast aan de slangen.

Als mensen sterven … sommigen die Ik ontmoet heb gaan de geschiedenis in als gruwelijke mensen. Ze worden beschreven als hypocriet, wreed, als zeer … met een andere mentaliteit. Dat is allemaal beschreven. Alles wat echt is, blijft zo.

Q.: Voelt U zich nooit angstig?

Shri Mataji: Nee, nooit. Ik ken dat gevoel niet. Wat is er om angstig voor te zijn? Ik nooit, omdat … als je gelooft en weet dat God overal is, is er niets om bang voor te zijn. Hij zorgt elk moment voor je. Elke minuut. Waar je ook bent, past Hij op je.

Deze mensen hadden veel soortgelijke ervaringen. Er was een meisje, een Sahaja Yogini, die reed ergens in Duitsland op een Autobahn. Er was veel verkeer en opeens liet de rem het afweten en de auto slingerde en ze wist niet meer hoe hem in de hand te houden. Ze vroeg zich af wat ze moest doen. Er was nog iemand in de wagen. En die zei: “Wel, laat ons onze ogen sluiten en aan Moeder denken.” Ze dachten aan Mij en waren niet bang. Opeens voelden ze dat de auto naar één kant van de weg zwenkte en zeer netjes en zacht zonder één schram naast de weg terechtkwam.

Zie je, het is alleen onze angst die ons verkrampt maakt en stom. Er is niets om bang voor te zijn.

Het is duidelijk te merken hoe God je helpt. Maar mensen willen Zijn hulp niet aanvaarden en God zegt dan: “Breek je hoofd maar niet over wat je moet doen.”

Q.: Soms helpen ook andere mensen?

Shri Mataji: Ja, en je moet weten hoe dat aan te pakken.

Bijvoorbeeld, toen gisteren die kerel als een geslagen hond naar Mij toekwam en Me iets vertelde. Iets wat Ik nog nooit gehoord had. Zij behoren tot een secte. Zij bestrijden ons altijd. Het zijn een soort christenen. Toen Ik in Genève was, kwam één van de dames, helemaal opgedirkt naar Mij toe met een bijbel in haar hand en bedreigde Mij. Iedereen was bang dat ze Me ermee zou slaan. Ze liep op hoge hakken en ze dachten dat ze Me iets zou aandoen. Van zodra Ik haar met die bijbel zag, begon Ik te lachen. Ik kon er niet tegen. Ik dacht: wat een grap, die komt Me slaan met de bijbel! Hoe is het mogelijk. Ze was ongerust, omdat Ik zo moest lachen. Het staat op band. De jongens waren bang. Ik niet in het minst. Ik zei dat het in orde was. Ze liep weg, omdat ze Mij zag lachen. Ik kon het niet helpen dat Ik moest lachen om die grap, namelijk de manier waarop ze Mij wilde slaan met een bijbel. Met een bijbel! Kan je je dat inbeelden? Zo is dat. Als je bang bent, zitten ze op je hoofd. Je zou niet angstig mogen zijn.

Er is een Chinees verhaal. Er was een koning die hanen had om te vechten. Hij ging er mee naar een guru en vroeg: wil je hen klaarmaken (voor het gevecht)? De guru stemde toe en trainde hen gedurende een maand voor het gevecht. Vele hanen werden binnengebracht om elkaar te bevechten, maar de twee hanen bleven gewoon staan en wilden niet aanvallen. Alle hanen vielen aan, maar zij bleven staan. Iedereen werd bang.

Ja, maar Ik ben niet bang voor hen, tot nu toe is niemand erin geslaagd Mij bang te maken.

Q.: Hij wil weten hoe de Kundalini opgewekt wordt.

Shri Mataji: Ik heb dat gisteren in het Duits uitgelegd, namelijk dat zich aan de basis van onze ruggegraat een kracht bevindt die een reflectie is van de Heilige Geest binnen in ons. De Spirit bevindt zich in het Hart, dat een reflectie is van de Almachtige God. De Kracht van God is de Heilige Geest. Het is een vrouwelijke kracht. God is mannelijk. Hij heeft een Zoon en er moet dus ook een Moeder zijn voor die Zoon. Men wilde echter van geen vrouw weten. Ze kunnen dat niet verdragen. Ze (=vrouwen) mogen niet gewijd worden. Dit is niet zo in Indië. Daar vind je dit soort onzin niet. Hier hebben vrouwen die nochtans geaccepteerd, alhoewel ze zo vooruitstrevend zijn. Het is zo dom dat vrouwen hier geen priester kunnen worden. Waarom kunnen zij dat niet, als mannen het wel kunnen? Om vrouwen dus van het ganse gebeuren te weren, noemde men Het (=de Kracht van God) de Heilige Geest, zonder erbij te vertellen dat ze vrouwelijk is.

Deze vrouwelijke Kracht is de Shakti, die resideert in het heiligbeen. Wat gebeurt er nu als iemand die daartoe bevoegd is, iemand die gerealiseerd is, tegenover iemand anders staat? Dan zal de Kundalini spontaan opstijgen. Net zoals wanneer je een zaadje in de schoot van Moeder Aarde legt, het spontaan zal kiemen. Het is een levend proces. Het gaat door de zes chakra’s. De zevende, de laatste chakra, welke de pelvische plexus (zenuwvlecht van het bekken = mooladhara) ondersteunt en zodoende geen rol speelt. Dit betekent dat sex hierin geen rol speelt. Je wordt als een kind. De Kundalini gaat door zes centra. De zesde tenslotte is hier. We noemen hem de Sahasrara: duizendbladige lotus. Het is eigenlijk het limbisch gebied en op de top van het limbisch gebied, hier op de fontanel, stroomt Ze (de Kundalini) naar buiten en je voelt duidelijk de koele bries uit je hoofd komen. Je voelt het echt. Het stroomt uit zichzelf naar buiten. Het is een spontaan proces.