Makar Sankranti Puja 1987

(India)


Transcript PDF
Send Feedback
Share

Shri Mataji Nirmala Devi

Sankranti Puja

Rahuri, India

14 januari 1987

 

Engelse transcriptie: ISDP verified
Nederlands: eindversie 08/07/2013

Vandaag is de dag waarop we de zonnewende vieren, en het feit dat de zon zich richting Kreeftskeerkring beweegt. De Kreeftskeerkring staat symbool voor het moederschap, het moederschap van de aarde.

De Kreeftskeerkring loopt voor een groot gedeelte over land, terwijl dat bij de Steenbokskeerkring niet het geval is. En in het gebied waar hij loopt ontstonden er verschillende prachtige manifestaties van de kwaliteiten van het moederschap op deze aarde. We vieren de zonnewende omdat de zon nu een nieuwe dimensie is binnengetreden, waardoor de hele wereld de warmte van de zon zal kunnen ervaren.

De warmte van de zon staat symbool voor de warmte van Gods liefde. Dit is ook de reden waarom we dit feest vieren door een soort van snoepjes uit te delen die gemaakt zijn van sesamzaadjes. We geven sesamzaadjes omdat zij ook verhittend werken, omdat we nu van het koude naar het warme seizoen gaan, of toch een warmer seizoen, om je voor te bereiden op de warmte van de zon. Deze speciale snoepjes zijn gemaakt van sesamzaadjes om de komende warmte te vertegenwoordigen, de warmte van de zon. En hoewel het in India al veel te warm is, kijken de mensen daar toch uit naar deze tijd, en ze vieren het met zo’n warm hart. Op dit ogenblik geven ze je niet alleen deze sesamzaadjes met suiker te eten, maar er wordt ook gezegd dat je vanaf nu op een zoete manier moet spreken, ‘gudd gudd bola’, dat wil zeggen dat je zoet moet spreken.

Het is heel belangrijk om op een lieve manier te spreken. Sommige mensen denken dat ze slim overkomen als ze grof spreken, of dat het van veel intelligentie getuigt om mensen af te snauwen, maar in werkelijkheid houdt niemand van zo’n persoonlijkheid. Je mag dan intelligent zijn, je mag nog zo spitsvondig of slim zijn, en misschien vinden mensen het wel leuk om je op televisie te zien, maar ze hebben je niet graag als gezelschap, of als vriend. Op een heel lieve manier te spreken getuigt van een goede opvoeding, een goede cultuur en godvrezendheid. Zij die God vrezen zullen nooit ruw spreken tegen een ander, want in iemand anders straalt dezelfde Spirit; waarom zouden we ten slotte scherp of kwaad zijn tegenover iemand, die door dezelfde almachtige God is geschapen als wij?

Deze liefhebbende, prachtige relatie die we met elkaar hebben, vooral na Sahaja Yoga, laat ons die uitdrukken door lief tegen elkaar te praten. Er zijn zoveel manieren waarop we lief kunnen zijn. Er zijn van die kleine dingen die je kunt doen om een atmosfeer van liefde te creëren; en daar heb je geen scherpe tong voor nodig, maar wel een scherp geheugen. Ik probeer zo’n dingen vaak te doen.

Er zat eens een van de Sahaja yogi’s, een heel goede, actieve Sahaja yogi, bij mij in de auto. En zijn mes was gestolen, door de chauffeur of door iemand anders, dus werd hij heel kwaad op de chauffeur. En ik zei: “Laat maar, het is een arme man, daarom heeft hij het gestolen, het is niet erg, vergeet het gewoon.” En hij zei: “Nee, het was een cadeau voor mij van iemand die in Zwitserland was geweest; het is dus een Zwitsers mes, en ik had het altijd bij me. Daarom vind ik het heel erg dat ik het kwijt ben.” Dus toen ik naar Zwitserland ging kocht ik precies hetzelfde mes voor hem. Toen ik terugkwam en het aan hem gaf kon hij nauwelijks woorden vinden om zich uit te drukken. Hij zei: “Moeder, hoe heeft u dit onthouden? Hoe hebt u het na zo’n lange tijd voor elkaar gekregen om dit specifieke mes te vinden?” Ik zei: “Ik heb een heel goed geheugen.” En dat is het probleem met mij.

Mijn geheugen is zo goed dat ik soms, ik weet niet hoe, mensen in verlegenheid breng met mijn geheugen. Mijn geheugen is zo goed dat ik nooit iets vergeet. Natuurlijk vergeet ik wel alle slechte dingen, want het heeft geen zin om slechte dingen te onthouden, het heeft geen zin over ze na te denken. Door vergiffenis kun je altijd alle slechte dingen vergeten. En als je alleen de goede dingen onthoudt dan wordt je vreugde alleen maar vermenigvuldigd. Als je je een slecht voorval probeert te herinneren, dan verdwijnt je vreugde. Probeer dus altijd als je iemand ziet, je te herinneren welke goede dingen die voor jou heeft gedaan. Welke goede kwaliteiten die persoon heeft. Als je een geheugen hebt voor goede dingen, dan zul je een heerlijke tijd beleven.

Vandaag is dus de dag waarop jullie allemaal India zullen verlaten. Sommigen van jullie zullen overmorgen vertrekken. In elk geval moet ik jullie één ding zeggen, en dat is dat we hier al het mogelijke voor jullie hebben gedaan om je vreugde en geluk te bezorgen. Als je dus nu terug gaat, probeer je dan alle dingen te herinneren die tegen je gezegd werden. Alle mooie dingen. Hoe mensen je geprezen hebben. Hoeveel ze van je hielden. Hoe vriendelijk ze tegen je waren. Wat voor lieve mensen je hier bent tegengekomen. Alle prachtige ervaringen die je hier hebt gehad. Maar blijf niet nadenken over nutteloze dingen. Oké, misschien heeft iemand iets onvriendelijks tegen je gezegd, of misschien heb jij wel iets onvriendelijks tegen iemand anders gezegd, maar vergeet dat gewoon. Probeer in te zien dat je zo al je kansen bederft om van het leven te genieten. En je kwetst er niemand mee, dus probeer gewoon heel erg gelukkig te zijn met het feit dat je zoveel mensen hebt ontmoet, dat je huwelijken hebt meegemaakt, dat je zoveel huwelijken hebt zien voltrekken.

We hebben zo’n prachtige tijd gehad, en elk moment ervan was gevuld met vibraties van vreugde. Natuurlijk voelen sommigen van jullie zich enigszins ongelukkig, dat begrijp ik goed, want jullie echtgenoten vertrekken; van sommigen vertrekt de man en van anderen vertrekt de vrouw. Dus ik kan zien dat sommigen van hen zich daar een beetje droevig om voelen. Maar dat is een goed teken, want het is uit liefde en uit aantrekking tot elkaar, uit het feit dat je van elkaars gezelschap geniet. Dat lijkt mij een heel goede eigenschap, maar toch wil ik zeggen dat je uiteindelijk weer bij elkaar zult zijn, en dat je nu gewoon alle mooie dingen moet onthouden die je tegen elkaar hebt gezegd, waar je samen van hebt genoten, en dat je probeert gelukkig te zijn. Want deze dagen zullen snel voorbij gaan.

In Sahaja Yoga vergeet je de tijd, je vergeet alles, want de tijd gaat zo snel, en voordat je het weet is het voorbij en zul je weer herenigd zijn met je man of vrouw, wat het ook zij. Je hoeft dus helemaal niet bedroefd te zijn om die dingen. Blijf gewoon glimlachen en lachen, zodat het laatste wat ze zullen zien bij hun vertrek niet je betraande gezicht zal zijn, maar een gezicht vol zekerheid en moed, waar de hoop uit spreekt dat je elkaar spoedig weer zult zien, en dat er dus niets is om je zo bedroefd over te voelen.

Vandaag is de dag waarop we vreugde voelen en overal van genieten, en waarop we de zegeningen van God overal om ons heen voelen. De zon is teruggekomen in al zijn glorie, en we moeten hem nu succes wensen voor het komende jaar, want zoals je weet is er in dit deel van Maharashtra lang geen regen gevallen. Men heeft daar veel problemen door ondervonden, dus we moeten de zon succes wensen zodat hij de regen kan voortbrengen en alles wat we nodig hebben van deze zonne-energie die we in dit land hebben.

En jullie moeten stralen als de zon wanneer jullie terugkeren naar jullie land. In jullie landen is het niet zo warm als bij ons, en je ondervindt er ook niet zoveel warmte; daarom zijn de mensen hier zo warm en zo liefdevol, omdat wij de zon dicht bij ons hebben. Nu kunnen jullie dus de zon meenemen en hen die liefde, affectie en warmte geven, en hen laten voelen dat je de zon hebt meegebracht uit India.

Altijd wanneer ik ergens heen ging, maakt niet uit naar welk land, begon de zon daar heel helder te schijnen; ze vertelden me dat er een gezegde is dat Indiërs de zon met zich mee nemen als ze op reis zijn. Natuurlijk kun je de zon niet in je zak meenemen, maar we moeten hem in ons hart dragen, de zon. Dat zal wel de reden zijn geweest waarom de zon zo straalde en iedereen in zijn mooiste kleding naar buiten kwam en van alle gebeurtenissen genoot. Zo is het dus: je moet de zon met je meenemen, door vandaag en altijd lief tegen elkaar te spreken en vriendelijk, behulpzaam en attent te zijn; want jullie zijn yogi’s, jullie zijn geen gewone mensen. Jullie zijn yogi’s, jullie vertegenwoordigen die categorie van mensen die bekend staan om hun rechtschapenheid, om hun goedheid en om hun mededogen en liefde. Ik wens jullie dus allemaal veel geluk. Geniet van je reis, geniet overal van, en geef de vreugde die je hier ervaren hebt door aan andere mensen, aan andere Sahaja yogi’s en zelfs aan anderen die geen Sahaja yogi’s zijn.

Moge God je daartoe zegenen.

Shri Mataji spreekt in Marathi:

Vandaag is het een voorspoedige dag, een dag waarop we anderen sesamzaadjes geven en hen vragen een zachte taal te spreken. We vragen dit aan anderen, maar het zou nog beter zijn als we het ook aan onszelf zouden vragen; want het is gemakkelijk om anderen te vragen een zachte taal te spreken, maar “Ik blijf onvriendelijk.”

Met deze gewoonte van ons hebben we verkeerde ideeën over onszelf gecreëerd. We hebben geen idee van de zegeningen die God ons heeft geschonken. God heeft ons in dit land zoveel zegeningen gegeven. Maar in dit land geven de mensen niet zozeer om netheid. In dit land zijn er allerlei soorten bacteriën en parasieten. Ik heb het gevoel dat alle parasieten van de hele wereld allemaal in dit land zijn verenigd. We hebben hier zelfs parasieten die je nergens anders in de wereld vindt. Als deze parasieten naar andere landen gaan dan zullen ze sterven. Ze kunnen er door de kou niet overleven. Door toedoen van de zon leven er ontzettend veel parasieten in dit land. Een wetenschapper vroeg me eens: “Hoe is het mogelijk in leven te blijven terwijl er zoveel parasieten in jullie land leven?” En ik antwoordde: “In dit land blijven de mensen niet alleen in leven, maar ze leven in vreugde en geluk, met alle zegeningen en geluk.”

De reden hiervoor is de zon. De zon heeft ons geleerd onze huizen open te houden en onze harten te openen. Als je in Engeland ergens heen wilt gaan dan moet je ten minste vijftien minuten uittrekken om alleen al de gepaste kleding aan te trekken. Het is alsof je een schild moet aantrekken voordat je naar buiten gaat, anders kun je een verkoudheid opdoen of iets aan je hoofd oplopen. Zo is de situatie daar.

Vandaag zitten jullie hier in de open lucht, maar zo kunnen we niet zitten in Engeland of in een ander westers land. Door de weersomstandigheden zijn dit heel koude landen geworden. Zelfs in ons land zijn er zo’n gebieden, als je bijvoorbeeld naar steden als Bhowali gaat, of naar de andere kant van Nainital en Dehradun, en dicht bij de Himalaya, op die plaatsen is het even koud als in die andere landen. Het is daar net zo koud als in Engeland en Amerika. Maar in die koude streken kunnen zelfs vogels en insecten niet overleven. Er zijn wel veel bossen waar prachtige bloemen groeien. Ze noemen het ook wel de vallei van de bloemen. Daar groeien zoveel prachtige bloemen – het lijkt wel het paradijs op aarde – maar dit gevoel kun je maar heel even ervaren. Want het is daar zo koud dat we onze ogen zelfs niet open kunnen houden om die prachtige plek te kunnen zien. Je moet er een bril dragen, anders doen onze ogen pijn van de kou. Maar ondanks de kou hebben die landen zich toch zo goed ontwikkeld. Ze hebben een gevecht geleverd met de natuur en het koude klimaat, en zo hebben ze hun landen sterker gemaakt.

Ondanks het feit dat wij hier zoveel zon hebben, is het ons nog niet gelukt daar voordeel uit te halen. Wij zouden net zo goed zonne-energie kunnen produceren. Als wij zonne-energie zouden gebruiken dan zouden we nooit een tekort aan energie hebben. Zelfs onze auto’s zouden op zonne-energie kunnen rijden. Maar de aandacht van de politici hier in India is elders, en hierdoor kunnen we niet profiteren van de voordelen van de zon, maar lijden we er integendeel onder.

Als we ons niet in uitersten verliezen, dan kunnen we veel werk verzetten. Maar het allerbelangrijkste dat we van de zon kunnen leren is zijn kwaliteit om te geven. Hij geeft altijd. Hij neemt nooit iets, hij geeft alleen maar. Door deze enorme gevende kracht van de zon krijgen we regen, krijgen we gewassen en levende wezens. Als we de zon niet hadden dan zouden we helemaal niets hebben. Het is enkel dankzij de gevende kracht van de liefde van de zon, dat we deze staat hebben kunnen bereiken.

Wat we dus moeten leren van de zon is dat wij ook die kracht om te geven zouden moeten ontwikkelen. Als we om ons heen kijken dan zien we alleen mensen die altijd maar denken: “Hoe kan ik geld uitsparen en voor mezelf houden?” Zelfs als ik geld geef om programma’s te organiseren, dan proberen sommige mensen daar nog zoveel mogelijk op te besparen. Zelfs als ik hen geld heb gegeven om uit te geven blijven ze de neiging hebben om overal op te besparen. Waarom? Omdat de neiging er is om iets in je bezit te houden. Als je naar de markt gaat en ziet dat de prijzen zijn gestegen, en als je vraagt waarom, dan antwoorden ze: “Omdat de prijzen van de anderen omhoog zijn gegaan; daarom heb ik ook mijn prijs opgevoerd.” Maar als de prijzen van de grondstoffen niet stijgen, waarom voeren ze dan hun prijzen op? Ze hebben altijd maar de neiging andermans energie uit te zuigen.

Zelfs als ik een kleine ceremonie wil houden ter ere van een feestelijke gelegenheid, dan vertellen anderen me: “Shri Mataji, daar zult u niet in slagen.” En als ik vraag waarom, dan antwoorden ze dat de mensen corrupt zijn en alleen op geld uit zijn. Zoals ik mijn eten opeet, zo slokken zij geld op, dus dat zal waarschijnlijk geen goede combinatie zijn. Het is zo absurd.

Zij die verantwoordelijk zijn voor het welzijn van het land, zij die de leiders zijn, aan wie God de macht heeft gegeven, zelfs zij begrijpen niet dat we moeten geven. Deze kwaliteit van het geven moet je dus van de zon leren: dat we (op deze aarde) zijn gekomen om te geven, niet om te nemen. Er moet een volledige, innerlijke transformatie plaatsvinden vanuit het inzicht dat we moeten geven, niet nemen. We moeten de passie voelen van het geven.

Zoals een moeder die weet dat haar zoon vandaag thuiskomt en gepassioneerd denkt: “Wat kan ik voor hem doen, welk eten zal ik voor hem klaarmaken?” Dit is de passie die een moeder heeft. Zelfs al heeft ze de ingrediënten niet, dan zal ze die lenen van de buren om wat zoete hapjes voor je klaar te maken. En ze heeft altijd het gevoel dat ze nog niet genoeg heeft gedaan. Zolang we deze collectieve vorm van passie niet hebben van binnenuit, dit gevoel voor anderen, kan geen enkel land vooruitgang boeken, ons eigen land noch andere landen. Maar we hebben altijd de drang om dingen van anderen te nemen, om anderen te plunderen, om van anderen te lenen of om anderen te bedriegen.

Omwille van deze drang zullen onze kinderen lijden, wij zullen er zelf onder lijden en we zullen niet in staat zijn iets te bereiken in dit land. In het dorp van mijn schoonfamilie … om een meer uit te graven. De regering gaf hen duizenden roepies om dit te verwezenlijken. Maar het meer werd nooit uitgegraven. Ze zeiden dat ze een gat hadden gegraven om er een meer van te maken, maar dat ze het weer hadden dichtgegooid omdat ze geen water vonden. Maar in werkelijkheid hadden ze dat gat nooit gegraven. Waar ging het geld dus heen? Ze stuurden het naar Zwitserland. En de banken lenen vervolgens weer geld van Zwitserland en sturen dat geld dan opnieuw naar Zwitserland. Als de zon zich zo zou gedragen dan zouden we zelfs nog geen dag overleven. Als hij alles alleen zou consumeren, wat kunnen wij dan nog eten?

Vandaag vieren we dus Sankranti. ‘Sankranti’ betekent een soort ‘kranti’ (revolutie) waarin we ons de gewoonte van het geven eigen maken. Iedereen zegt dat we er een gewoonte van moeten maken om te geven, maar de meeste mensen geloven alleen in het schenken aan priesters. En er zijn ook veel mensen die preken over de kunst van het geven, enkel en alleen om hun eigen zakken te vullen. Maar dit heeft geen enkele betekenis. En er is altijd nog de vraag aan wie te geven en waarom. In feite zouden we in alle vrijheid en onafhankelijkheid zelf moeten nagaan wat we geven voor ons land, voor onze broers en zussen en onze buren. We zouden niet zelfzuchtig mogen zijn, maar met ons hele hart moeten geven zodat we de totale vreugde van het geven ervaren. Als we met ons hele hart geven, is de vreugde die we ervaren niet te vergelijken met welk ander soort vreugde dan ook.

Als we alleen dit soort vreugde willen ervaren, dan moeten we vandaag Sankranti vieren. Ons karakter zou zoals de zon moeten worden. Wat hij ook doet, hij heeft nooit het gevoel dat hij iets doet. hij doet alles in akarma (zonder het gevoel iets te doen), hij gloeit voortdurend en geeft je vreugde, licht, de essentie van het leven, en hij voedt je. We zien de zon elke dag en veel mensen groeten hem met namaskar[1], maar we doen enkel namaskar, zonder ons zijn gevende kwaliteiten eigen te maken.

Ik heb jullie om iets heel kleins gevraagd: dat elke Sahaja yogi een banyanboom[2] in zijn tuin zou moeten planten. Waarom zouden we geld van de overheid nodig hebben om dat te kunnen doen? Een boom planten en een draad om die boom heen spannen vereist niet zoveel geld. Zelfs het roken van bidi (tabak) kost meer. Probeer dit kleine gebaar te doen, zodat anderen zien dat je tenminste iets doet. Maar in plaats daarvan bedenken we altijd hoe we anderen geld kunnen aftroggelen, hoe we anderen kunnen plunderen en hoe we geld kunnen besparen op kosten van anderen. Zolang we deze neigingen nog hebben kan ons land nooit vooruitgang boeken.

Vroeger hadden mensen deze neigingen niet, lang geleden. Ik kan je zeggen dat ik, toen ik nog jong was, mensen kende die alleen in geven geloofden, en nooit in nemen. Ik zag ze altijd alleen geven, ze hielden niet van nemen. Ouders hielden er ook helemaal niet van als hun kinderen iets van anderen meebrachten, en zeiden hen dan het weer terug te brengen. Ik herinner me nog dat ze in mijn vaders huis een paar stoelen en een parasol van zilver hadden laten maken. En iedereen vroeg: “Waarom hebben jullie dit van zilver laten maken?” En het antwoord was: “Als we huwelijksceremonies hebben dan is het beter dat we ze niet lenen of huren, en dat we ze voor eens en voor altijd zelf hebben, want als we ze soms wilden huren dan kregen we ze niet op tijd omdat degene die ze voor ons had geleend ze nog niet had teruggebracht. En soms gingen de parasols verloren, omdat iemand ze nooit had teruggebracht, waardoor ze ze kwijt waren.”

Wat ik hiermee dus wil zeggen is, dat als we geld hebben, we het moeten investeren in een gemeenschappelijk doel. Als je een badmintonveld wilt laten bouwen, dan zou iedereen welkom moeten zijn om daar te komen spelen, in plaats van te zeggen dat alleen je eigen kinderen op dat veld mogen spelen. En als iemand een auto koopt, dan zou je daar alle kinderen mee naar school moeten kunnen brengen. Dus moeten we een auto kopen die groot genoeg is om alle kinderen mee naar school te brengen. Deze gewoonte om collectief te zijn en te proberen iedereen tot hulp te zijn zou je van de zon moeten leren. En vandaag is het een speciale dag, waarop we deze eigenschap van de zon kunnen leren. We moeten dus de belofte doen: “Ik zal doen wat collectief is.” Ik kan niet begrijpen hoe mensen zelf kunnen eten zonder zich om de mensen om zich heen te bekommeren. Je trekt je zelfs van je eigen buren niets aan, en je doet helemaal niets in het belang van de gemeenschap. Ik heb jullie iets kleins gevraagd, namelijk om een boom te planten. We hebben zoveel yogi’s in Maharashtra, als elk van hen één boom zou planten en er zorg voor zou dragen, dan zou dat absoluut iedereen tot nut zijn. Daarom verzoek ik jullie allemaal iets voor het collectieve goed te doen, zodat iedereen er gebruik van kan maken. Maar je zou nooit mogen bedenken hoeveel je er zelf aan kunt verdienen, of hoeveel geld het je zal opleveren. En het zou niet mogen gebeuren op de manier waarop we geld geven aan een priester.

Je zou je hart moeten openen en uit liefde iets voor de collectiviteit moeten doen, en de vreugde ervan ervaren. Je zou er een gewoonte van moeten maken. Ik wil ook weer niet zeggen dat anderen alles gratis zouden moeten krijgen. Ik heb nooit gezegd dat jullie iets gratis moeten doen voor de mensen die uit het buitenland komen. Als je naar ze kijkt dan zul je zien dat ze zoveel dingen voor jullie hebben meegebracht uit het buitenland, als cadeaus. Natuurlijk heb ik daar ook veel aan bijgedragen. Maar ze hebben ook veel dingen uit eigen beweging meegebracht. Toen ik de cadeaus hier zag, dacht ik dat het de cadeaus waren die ik in Rome voor jullie had gekocht, maar toen vertelden ze me dat het cadeaus waren die ze zelf hadden gekocht en dat ze mijn cadeaus niet eens hadden meegenomen. Ze haalden zoveel vreugde uit het feit dat ze zoveel dingen voor jullie konden meebrengen. Toen ze nog in Italië waren wisten ze nog niet eens aan wie ze deze cadeaus zouden geven, maar dat maakte hen niets uit. Ze lieten het aan mij over om ze aan de Sahaja yogi’s hier in India te geven.

Maar in India hebben we de neiging om altijd alleen aan onze kinderen en aan onze moeders te denken. Als er een van jullie moeders komt aangelopen, met een kreupel been, dan zeg je achteraf: “Mijn moeder heeft geen sari van hoge kwaliteit gekregen.” Ik had er geen van hoge kwaliteit, dus gaf ik haar een eenvoudige sari. Dit is dus de tendens hier. Maar bij de mensen uit het buitenland is het precies andersom. Toen zij hier kwamen hadden ze zoveel cadeaus bij dat het leek of ze twee ton cadeaus uit het buitenland bij hadden. Mijn handen deden zelfs pijn bij het uitdelen van die twee ton aan cadeaus. Wat ik wil zeggen is dat zij niets verwachten van jullie. Maar jullie gedrag zou zodanig moeten zijn dat het een voorbeeld is voor hen. Je zou hen moeten tonen dat jullie in geen enkel opzicht voor hen moeten onderdoen. “Wij zijn er om jullie te dienen, om jullie te verwelkomen, en we zullen niet aarzelen om alles te doen wat er in onze mogelijkheden ligt.” En dit kost geen geld en ook geen hard werk. Het enige dat we moeten doen is onze visie veranderen. Als we zelfs nadat we in Sahaja Yoga zijn gekomen nog niet in staat zijn ons karakter op die manier te veranderen dan denk ik niet dat we met Sahaja Yoga de hele mensheid kunnen veranderen.

De grootste kwaliteit die we hebben, is aan anderen te geven. En deze kwaliteit zouden we ons eigen moeten maken. In Sahaja Yoga is onze Kundalini ontwaakt, en je bent je bewust van je Spirit, maar de essentie van de Spirit is zoals die van de zon, en die essentie is geven. Als je een bepaalde foto van mij hebt gezien dan zie je dat de zon op de plaats van mijn hart schijnt; er is eigenlijk een zon in mijn hart, en hierdoor heb ik nooit het verlangen om iets van een ander af te nemen of van iemand te stelen. Ik begrijp niet uit welk deel van jullie hoofd dit idee komt om van anderen te stelen. Het is een heel vreemd gedragspatroon. Sahaja yogi’s zouden zo niet mogen denken; integendeel, we zouden ons elke dag moeten afvragen wat we kunnen geven aan of doen voor anderen.

Ik heb zelf in Rahuri een organisatie opgericht genaamd ‘Sahaj Stree Sudhar’, of ‘Samajsudhar’ (associatie voor het welzijn van vrouwen). Het geld van Life Eternal Trust kunnen we niet gebruiken voor welzijnswerk voor vrouwen, dus daarom moesten we deze organisatie oprichten. Deze organisatie staat geregistreerd en mensen uit Canada en uit andere landen zijn bereid om geld te schenken, maar hier vind ik niet één persoon die voor deze organisatie wil werken. Alleen als de plaatselijke vrouwen het op zich nemen te werken voor deze organisatie, dan pas zal het succes hebben. We hebben grond gekocht, we hebben alle voorzieningen, maar we vinden geen tijd om ons toe te wijden aan deze organisatie. Hoe kunnen we dan ooit deze plaats recht aandoen? Maar bedenk wel dat mensen uit het buitenland het geld leveren voor jullie organisatie. Ze hebben veertien machines laten bezorgen voor de vrouwen hier. Je ziet hier regelmatig vrouwen rondhangen zonder iets te doen. Je kan hen vragen te werken zodat ze er iets mee kunnen verdienen. En dan kunnen ze groeien in voorspoed. Aan dit soort dingen zouden we dus moeten denken. Maar in plaats daarvan denken we altijd maar aan onszelf.

Mensen die in Sahaja Yoga zijn moeten dus weten dat deze zelfzuchtige houding niet aanvaard wordt in Sahaja Yoga. We zouden moeten denken in termen van wereldwijd welzijn. De levens (vibhouti[3]) van heiligen staan in dienst van het redden van de wereld. En het redden van de levens van heiligen is de bestaansreden van deze wereld. De heiligen zullen dus gezegend worden als ze deze houding aannemen. Nu jullie heiligen zijn geworden, moeten jullie je ook als heiligen gedragen, en de belangrijkste kwaliteit van een heilige is het geven. Je zult nooit gehoord hebben van een heilige die van iemand stal. Als een heilige eraan denkt te bedriegen, is hij niet langer een heilige.

Wij zouden dus van onze kant altijd moeten nagaan hoeveel we kunnen geven en wat we kunnen geven, hoeveel liefde we kunnen geven. En hoeveel mensen we kunnen helpen. Onze volledige aandacht zou enkel op dit doel gericht moeten zijn. Tegenwoordig bestaan er welzijnsorganisaties die alleen omwille van de verkiezingen zijn opgericht. Zo’n soort welzijnsorganisatie zouden we nooit mogen oprichten. We zouden organisaties moeten oprichten waarin we onbaatzuchtig werk kunnen verrichten, en onze liefde zou nirvajya (onbaatzuchtig) moeten zijn, zonder er iets voor in de plaats te verwachten. En onze liefde kent geen grenzen, het is een grenzeloze liefde. Als we dit soort liefde voelen, dan zullen we automatisch weten wat er moet gebeuren. Je zou geleidelijk aan naar verbetering toe moeten werken en elke Sahaja yogi zou moeten bijdragen aan het collectieve welzijn.

We zouden onze tijd moeten investeren in dit doel, en hard werken om ons doel te bereiken. Het zou niet zo mogen zijn: “Shri Mataji is hier, ze geeft een lezing, en als ze weer weggaat dan blijft alles bij het oude.” Deze mensen (uit het buitenland) hebben zoveel gedaan. Ze hebben scholen opgericht en instanties voor maatschappelijk welzijn. Wij zouden zelf ook iets in die aard moeten oprichten. Sahaja Yoga zou geen organisatie mogen zijn van mensen die hun Spirit hebben gerealiseerd en zwemmen in de vreugde,  maar eigenlijk luilakken zijn. Zo zou het niet mogen zijn. We zouden moeten nagaan hoe we anderen kunnen helpen. We zouden onze ogen moeten openen, met liefde rondkijken en proberen te ontdekken hoe we anderen kunnen helpen. Tot nog toe ben ik nog niet terug kunnen verhuizen naar India. Maar als ik eenmaal terug ben in India, dan zul je zien dat ik iedereen aan het werk zal zetten. Ik zou jullie dus aanraden aan het werk te gaan voordat ik terug ben.

Sahaja Yoga is niet bedoeld om alleen maar te zitten mediteren. Waarom heb je Sahaja Yoga nodig als je alleen maar hoeft te mediteren? Dan kun je net zo goed naar de Himalaya gaan. Maar als je hier wilt blijven en deel wilt uitmaken van Sahaja Yoga dan zou het volk baat moeten hebben bij Sahaja Yoga. Maar Sahaja Yoga zou zich niet mogen profileren als een van die moderne welzijnsorganisaties. We zouden in alle oprechtheid moeten proberen ons doel te verwezenlijken, dan pas kunnen we zeggen dat we Sahaja Yoga hebben gevestigd.

Nu heb ik al veel lof over mezelf gehoord. Ik hoorde de liederen, en het gaf me enorm veel vreugde en voldoening te weten dat de mensen me hebben erkend. Maar je zou één ding moeten onthouden, en dat is dat je hard moet werken om jezelf te leren kennen, want nu kun je jezelf nog niet in de spiegel zien. Je zou moeten kunnen nagaan wat je bereikt hebt, zoals je vroeger ook je huishouden en je kinderen in het oog hield. Als je je niet evenzeer kunt inzetten voor het collectieve welzijn, dan heb je naar mijn mening helemaal niets bereikt met Sahaja Yoga. Je bent gebleven waar je was, je bent geen stap vooruit gekomen. Als ik volgend jaar terugkom, dan zouden jullie me moeten kunnen zeggen hoeveel banyanbomen jullie hebben geplant. En ten tweede zou je me moeten kunnen vertellen in welk opzicht je collectief of maatschappelijk werk hebt verricht. Als je om je heen kijkt dan zul je ongetwijfeld een bepaalde collectieve taak kunnen ontdekken die je kunt doen en je zou die moeten opnemen. Ik ben er zeker van dat jullie dit heel goed zullen kunnen. Je hebt er geen geld voor nodig, je moet gewoon in je hart een besluit nemen.

Toen ik Sahaja Yoga oprichtte had ik nog maar één vrouw zelfrealisatie gegeven, en ik begon eraan zonder een cent. Ik werd door niemand gesteund, maar ondanks dat startte ik toch Sahaja Yoga op. Maar door de oprechtheid in mijn werk en door mijn volharding heeft het zich overal verspreid. Nu heeft elk van jullie, of je nu een man bent of een vrouw, de verantwoordelijkheid om, wanneer je Sahaja Yoga aan het grote publiek introduceert, te kunnen bewijzen dat je in dienst staat van het algemene welzijn. En daar hoef je geen enkele wet voor te overtreden. Je hoeft er niets verkeerds voor te doen en je hoeft er niets onwettigs voor te doen. Als je gewoon simpelweg je ogen opent, zul je zien wat je kunt doen in het belang van het algemene welzijn van het volk, hoe je kunt bijdragen aan het welzijn van de mensen. En ik ben hier om je van alle kracht en energie te voorzien die je nodig hebt om dit werk te doen. We hebben er geen stemmen voor nodig, geen geld of wat dan ook. Je moet me gewoon de belofte doen dat je, zonder ook maar iets terug te verwachten, zult werken in het belang van het welzijn van de mensen.

Soms gebeurt het dat mensen maatschappelijk werk doen en de mensen om financiële steun vragen. Maar dat is verkeerd. In het begin zouden we er geen geld voor mogen vragen. Eerst moet je werk doen waar je geen geld voor nodig hebt. Iedereen denkt altijd dat je zonder geld niets kunt doen. Maar je hebt alle krachten, waarom zou je dan nog geld nodig hebben? Als iemand in je omgeving ziek is of zich niet goed voelt, dan kun je erheen gaan en proberen zijn pijn te verzachten. Maar wat ik daarentegen zie, is dat jullie iemand die ziek is bij mij brengen. Laatst bracht iemand nog iemand die gewond was bij mij. Hij had een gebroken arm. Een van de Sahaja yogi’s had hem in twee minuten beter kunnen maken, maar in plaats daarvan brachten ze hem bij mij, en dan nog midden in een publiek programma, om te vragen of ik zijn arm wilde behandelen.

Jullie zijn met zovelen, en alle krachten stromen door jullie handen, maar nog altijd gebruiken jullie ze niet. Als je zelfs nog niet in staat bent om deze kleine kwaaltjes te genezen, wat heeft het dan voor nut dat je een Sahaja yogi bent? Iemand zegt: “Mijn moeder is ziek, mijn vader heeft zijn been gebroken.” In plaats van ze bij mij te brengen, kun je ze gemakkelijk zelf behandelen. Je hebt die krachten echt, probeer ze te gebruiken! Zo zou je ook in staat moeten zijn om mensen te helpen zonder er iets voor in de plaats te verwachten, en met alle plezier. En je zult ongelooflijk veel vreugde voelen zodra je het gevoel hebt dat je helemaal niets doet, en dat je gewoon een instrument van God bent dat in deze wereld leeft, in dit land, en dat je hen iets bijzonders kunt geven. Het is zo’n prachtige taak, het is zo’n nobel inzicht. Als jullie allemaal vanuit dit gevoel besluiten te werken, dan zul je iets voor anderen kunnen doen, en dan zullen andere mensen zien wat Sahaja Yoga is. Nu denken mensen dat Sahaja Yoga gewoon niets anders is dan een groep mensen die samen mediteren. Zelfs als er een probleem is in hun land dan gaan Sahaja yogi’s gewoon zitten mediteren. Er kwam eens een man bij me die zei: “Mijn vrouw kookt nooit.” Ik vroeg: “Waarom dan niet?” Hij zei: “Ze mediteert alleen maar.” Dus ik vroeg: “Echt waar? Maar waar heeft ze dat idee vandaan? Ze zou eerst moeten koken, want voor meditatie zijn zelfs vijf minuten al voldoende.”

Ik heb je de kracht en de energie gegeven om goed te kunnen koken. Nu moet je dus alleen nog het vertrouwen hebben dat je tot dit werk in staat bent. Ik geef je de krachten zodat jij ze kan opnemen. Alleen maar elke dag mediteren volstaat niet. Je moet kijken hoe je anderen van dienst kunt zijn. Maar in plaats daarvan denk je altijd alleen aan je eigen welzijn en kom je me steeds vragen om je zoon, je vader of je moeder te behandelen, of vraag je me om een goede baan te mogen krijgen. Of je wilt dat ik bij je thuis kom eten, enzovoort. Zo probeer je mij jouw wil op te leggen, maar hoe zit het met jou? Wat kun jij zelf doen? Je moet je steeds herinneren dat jij zelf iets moet doen. “Ik zal Shri Mataji tonen waartoe ik zelf in staat ben, welke bijzondere dingen ik kan verwezenlijken.” Dit zouden we voor eens en voor altijd moeten besluiten. Ik heb een beeld voor ogen dat Gyaneshwara[4] aanhaalde: “Bolte piyushanche sagar.” (Woorden of gezegden zijn als oceanen van nectar) Hoe maken we dit waar? Ik wil het zien!

Op deze voorspoedige dag schenk ik jullie al mijn zoete zegeningen, in de hoop dat jullie iedereen zullen helpen en dat je zorg zult dragen voor hun welzijn, en dat je iedereen met liefde zult behandelen en lief tegen elkaar zult spreken, vanuit pure liefde.

Hij zegt dat je je handen zo moet houden om te tonen dat je vastbesloten bent Moeders woorden na te leven. En we zullen proberen goed te doen voor anderen en heel lief te zijn voor elkaar.

Ik heb hun al gezegd dat we niet alleen collectief moeten zijn in het gezelschap van Sahaja yogi’s, maar ook bij anderen. We moeten naar onze omgeving kijken, wat er mis is, hoe we ons steentje kunnen bijdragen. Er zijn veel maatschappelijke plichten die we te vervullen hebben. Nu ben je in het stadium terechtgekomen waarin je dat kunt doen zonder een of andere sociale organisatie op te richten die geld inzamelt, mensen heilig verklaart en dat soort onzin. In plaats daarvan kun je zelf om je heen kijken wie er hulp nodig heeft, wie je kunt helpen. En zo kun je Sahaja Yoga echt een heel positieve reputatie geven.

Marathi Rahurila

Ik geef dit water aan jullie allemaal, aan alle leiders, en jullie kunnen er ook wat van nemen. Dit water is heel goed voor alle ziektes van de Muladhara chakra.



[1] namaskar: (ook wel namaste genoemd) eerbiedige begroeting, waarbij men beide handen ter hoogte van de borst of het hoofd tegen elkaar vouwt en het hoofd buigt; het betekent: ‘Ik buig voor jou’ of ‘Ik groet de Spirit in jou’. De twee tegen elkaar gevouwen handen symboliseren de eenheid van het ‘Zelf’, waarbij de rechterhand het spirituele of onze hogere natuur vertegenwoordigt en de linkerhand het wereldse of ‘lagere’ in onszelf.

[2] Banyanboom: banyan: (ook: banian) vijgenboomsoort; met ‘banyan’ wordt meestal specifiek verwezen naar de Indiase banyan of Ficus benghalensis, de nationale boom van India.

[3] vibhouti: betekent letterlijk ‘de as waarmee Shiva gedecoreerd is’

[4]          Gyaneshwara: grote heilige en dichter die leefde in de 13de eeuw (1275-97) in Maharashtra, India. Hij  vertaalde o.a. oude spirituele Sanskriet teksten in Marathi zodat deze kennis toegankelijker werd.