Shri Rama Puja, Dassera Day

Les Avants (Switzerland)


Send Feedback
Share

Shri Rama Puja, Les Avants – Zwitserland 4 oktober 1987

Nl Vertaling Versie 2017-04-09

Vandaag vieren we in Zwitserland, op Dassera Dag, de kroning van Shri Rama. Er zijn veel dingen gebeurd op Dassera Dag. De belangrijkste gebeurtenis was dat Shri Rama op deze dag tot koning werd gekroond. Hij doodde ook Ravana op deze dag. Velen zouden zeggen: “Hoe kan hij nu Ravana hebben gedood én gekroond zijn geweest op dezelfde datum?” In die tijd hadden we in India supersonische vliegtuigen – dat is écht zo – en de naam van het vliegtuig was ‘pushpak’, wat ‘de bloem’ betekent. Het werd ‘pushpak’ genoemd en het had een ongelofelijke snelheid. Nadat hij Ravana had gedood kwam hij dus naar Ayodhya met zijn vrouw en diezelfde dag nog werd hij gekroond. Op de negende dag eerde hij de Godin om kracht te krijgen, ‘shakti’, voor zijn wapens en op de tiende dag doodde hij Ravana. Je kunt je dus voorstellen hoe ver ontwikkeld de mensen daar waren in de tijd van Shri Rama en zijn koninkrijk. De reden was dat de koning een incarnatie was. Hij was ook een welwillende koning, naar Socrates’ omschrijving.

Shri Rama’s verhaal is in het geheel genomen zeer interessant en we hebben nu een mooie televisieserie over hem, door de Indiase televisie gemaakt, die voor een goede prijs verkocht wordt. Misschien kunnen we jullie er allemaal een geven als jullie komen. Maar men zegt dat Rama’s verhaal werd geschreven vóór zijn geboorte, zelfs voor er ook maar een vermoeden over bestond. De ziener Valmiki schreef het hele verhaal van Shri Rama. Shri Rama’s geboorte werd voortgebracht door Agni, het vuur en hij werd geboren in de dynastie van de Surya, de zon. Dus met dit alles – hij werd geboren uit de zegeningen van Agni, het vuur en hij werd ook nog eens geboren in de dynastie van Surya – was hij een van de zachtaardigste avatara’s die er ooit was. Hij stond bekend als een heel, ik bedoel in de Engelse taal, formele persoon, in de betekenis van ‘sankoch’: dat hij tot het uiterste zou gaan om zelf de lasten te dragen, in plaats van anderen iets op te dragen. Zo hebben we in India nog veel mensen gehad. Zo hadden we een eerste minister, Lal Bahadur Shastri en als hij in een kamer zat met andere mensen en de elektriciteit aan stond, bijvoorbeeld bij daglicht en hij dit uit wilde doen dan vroeg hij nooit aan een ander om het uit te doen. Hij stond dan langzaam op van zijn stoel, liep naar de schakelaar en zette hem zelf uit, zodat hij nergens om moest vragen. Dit is een van de grootste kwaliteiten van Shri Rama, dat hij nooit een ander iets voor hem zou laten doen, of iemand iets zou opdragen, of iemand voor iets te gebruiken. Kijk, hij was de zegen van het vuur en geboren in de Surya. Maar we zien dat mensen die misschien geboren zijn in heel bescheiden families, in negatieve families, ‘links’ kun je ze ook wel noemen, met alle mogelijke problemen, een vreselijke Agnya en een vreselijke Suryada hebben.

Iemand die in de Surya is geboren moet uitermate nederig zijn. Hij is degene die laat zien dat niets hem kan raken, dat niets hem het gevoel kan geven dat hij iets bijzonders is. Als we nu zijn leven verder beschouwen, dan zien we dat hij een heel nederige man was. We hebben al mensen gezien die proberen anderen te minachten: ‘ik mag jou niet’, ‘ik hou daar niet van’, ‘dit is niet goed’, ‘dat is heel moeilijk’, het is een teken dat zo iemand een heel laaghartige persoonlijkheid heeft, totaal geen karakter en een laaghartige persoonlijkheid. Wie persoonlijkheid heeft toont dat met de tolerantie die hij heeft voor andere mensen. Onverdraagzaamheid kenmerkt iemand die extreem egoïstisch is en ijdel; er is een ijdelheid.

Shri Rama was zo geliefd bij de mensen in het land waar hij regeerde en hij had een beeldschone vrouw met haar zeer hooggeachte vader Janaka en zelf was hij de geliefde zoon van zijn vader. Maar hij was zo’n nederige man; zo’n nederige man dat je in zijn hele persoonlijkheid de schoonheid ziet. Zo reisde hij bijvoorbeeld met een bootje toen hij in verbanning ging en degene die hem voerde was een gewone schipper. En de schipper voelde zich erg ongemakkelijk, omdat hij voor de koning van Ayodhya zat zonder de gepaste kleding te dragen. Maar Shri Rama droeg zelf gewoon ‘valkala’s’, kleren die gedragen worden door de dorpelingen, of door mensen die in primitieve streken leven, de enige soort bladeren die ze daar hebben. Hij moest dat dragen, omdat zijn moeder – zijn stiefmoeder – dit als gunst had gevraagd aan zijn vader.

En toen zei Rama hem gewoon: “Waarom ben je zo bezorgd? Ik draag dit, ik ben geen koning meer. Ik zit nu zo voor jou. Je zou volkomen op je gemak moeten zijn. En ik weet absoluut niet hoe je een boot moet besturen, terwijl jij dat wel weet, waarom zou jij je dus zorgen maken?” Zo plaatste hij zelfs de mensen die we in de maatschappij als laaggeplaatst zouden beschouwen op een heel hoog voetstuk, wat aantoont dat hij mensen respecteerde. Zelf werd hij ‘maryada purushottama’ genoemd, wat betekent dat hij degene was die wist hoe ver hij met iemand kon gaan volgens de maryada’s: hoe je tegen iemand spreekt en hoe je iemand benadert. Maar wij zien hoe mensen zich misdragen, zelfs tegen hun echtgenoten, tegen hun vrouwen en hun kinderen, tegen iedereen, zelfs buitenshuis willen ze anderen aanvallen. Dat gaat compleet in tegen Rama. Het is als Ravana. Zelfs Ravana was zo niet! Zelfs hij had niet die aard, want hij had bepaalde dharma’s in zich. Hij was een gerealiseerde ziel, maar hij werd een rakshasa doordat hij arrogant was geworden. Maar zelfs zijn arrogantie kan niet worden vergeleken met veel moderne mensen, moderne meisjes en mannen die ik hoor en zie. Het is verbazingwekkend hoe ze werkelijk Ravana hebben overtroffen. Ravana had maar tien hoofden, maar soms heb ik het gevoel dat moderne mannen, of eigenlijk vooral de vrouwen, misschien wel honderdenacht hoofden hebben. De arrogantie, de enorme hoeveelheid haat die wordt uitgedrukt is zo belachelijk en doet iemand zo waardeloos lijken. Maar ik zie zulke mensen heel vaak en op de een of andere manier sluipen ze ook Sahaja Yoga binnen. In feite worden zulke mensen echt veracht door God Almachtig.

Als je verder naar zijn leven kijkt dan zie je dat hij in een dorp terechtkwam waar een heel oude vrouw was die bij een primitieve bevolkingsgroep hoorde. Ze had heel weinig tanden en ze bracht enkele vruchten, kleine vruchten die we ‘ber’ noemen. Deze vruchten had ze bij en ze gaf ze aan hem: “Shri Ram, kijk, ik heb deze vruchten voor u. Ik heb niets anders. Maar deze heb ik allemaal voorgeproefd.”

Als je in India iets in je mond hebt gehad dan is het ‘utishta’, niemand zal het nog aanraken. Maar zij zei: “Ik heb ze allemaal geproefd en mijn tanden erin gezet en ik heb erop toegezien dat er geen enkele zuur is.” Shri Rama hield niet van zuur fruit, dat wist ze, dus zei ze: “Geen enkele ervan is zuur, u mag ze hebben.” Ik bedoel, als dit zou gebeuren bij iemand in het Westen dan zouden ze je een goede mep geven.

Shri Rama haastte zich onmiddellijk naar voor en nam de bessen uit haar hand, hij kuste haar hand en zei: “Goed, goed, ik zal ze eten.” Hij at ze met zo’n enthousiasme.

Maar Lakshmana was wat boos op de vrouw: “Wat gebeurt hier?”

Dus zei Sitaji: “O, vind je ze echt zo lekker?”

Hij zei: “Ja, maar ik ga jou er niets van geven.”

Ze zei: “Nee, ik ben jouw wederhelft, dus je moet me ervan geven.” Toen gaf hij er een paar aan Sitaji. En Sitaji at ze: “Ah, wat heerlijk, het smaakt als hemelse nectar!”

Dus werd Lakshmana heel jaloers. Hij zei: “Schoonzus, mag ik er niet een klein beetje van?”

Ze zei: “Nee. Ik kan je er niet van geven, vraag het je broer. Ik ga je er niets van geven, ik heb zelf maar een heel klein beetje. Waarom vraag je het je broer niet?”

Dus hij gaat naar zijn broer en vraagt: “Mag ik ook een beetje?” Toen lachte Shri Rama en gaf hem de ‘ber’ die gegeten was – aangeraakt, of doorboord door de tanden van een primitieve vrouw, die in feite een paria was volgens de Brahmin wetten in India.

De zachtaardigheid van Shri Rama en de manier waarop hij mensen op hun gemak stelde was als bijvoorbeeld een oester, die een klein steentje in zijn schaal krijgt, een glanzende vloeistof produceert, het steentje met die glanzende vloeistof omhult en het omvormt tot een parel, opdat het zich op zijn gemak zou voelen. Maar hij verlangde geen comfort voor zichzelf. Rama was een beetje anders, omdat hij iedereen in een diamant of een parel wilde veranderen, opdat de ander zou stralen en er mooi uit zou zien en dat gaf hem voldoening.

Als je je zijn kwaliteiten eigen wilt maken dan moeten we eerst de innerlijke situatie van Shri Rama begrijpen. Shri Rama bevindt zich aan de rechterkant van je hart, de rechterkant, het rechterhart. Daar bevindt hij zich. Maar in een mens is er geen rechterhart. Als je iemand vertelt over het rechterhart, dan zegt hij: “Wat? Zijn er twee harten, of drie harten?” In onze Sahaja Yoga hebben we drie harten: één links, een ander rechts en één in het midden.

Nu is het rechterhart zeer belangrijk. Het rechterhart zorgt voor het geheel van de longen, beide longen en de hele keel, de luchtpijp en de neus, het innerlijke gedeelte ervan. Het buitenste gedeelte wordt verzorgd door … we kunnen zeggen dat de vormen worden gegeven door Shri Krishna. Maar het innerlijke gedeelte wordt volledig geregeld door Shri Rama. Ze zijn dezelfde, maar de ene werkt op het binnenste deel en de andere op het uitwendige deel. Het binnenste gedeelte van de oren wordt geregeld door Shri Rama. Hij geeft je ook de ogen, het binnenste gedeelte van de ogen. Nu is het veel belangrijker om de binnenkant in orde te hebben dan de buitenkant. Dat is het voorbeeld van Shri Rama: hij gaf nooit om de buitenkant, of het uitzicht van iemand. Omdat hij vóór Shri Krishna kwam, probeerde hij het binnenste deel van de mens op te bouwen. We kunnen dus zeggen dat hij, hoewel hij in het rechterhart zetelt, door je Hamsa chakra werkt en ook gedeeltelijk door het binnenste deel van je Vishuddhi chakra. Want de binnenkant van Shri Krishna is Shri Rama, Shri Vishnu.

Dus als iemand, zeg maar, niet knap is volgens de westerse maatstaven… Naar mijn mening zijn de westerse maatstaven nogal raar, want westerse maatstaven lijken niet op Krishna of Shri Rama. Iemand als Shri Rama was een heel gezonde, grote man, met handen tot aan de knieën; ‘ajanabav’, hij is degene die ‘ajanabav’ heeft. En hij was stevig, ze waren allebei stevig. Ze moesten stevige mensen zijn, want hoewel ze uit Agni geboren waren, hij was uit Agni geboren, was water het hoofdelement van Shri Vishnu. Daarom waren ze allemaal stevige mensen. Ze waren niet mager als bonestaken, zoals de moderne ideeën dat je zo mager moet zijn als een bonestaak of een tuberculosepatiënt.

Maar dat wil niet zeggen dat alle stevige mensen in orde zijn. We maken altijd de logische conclusie dat, als Moeder het zei, stevige mensen in orde zijn. Dat is niet het punt. Ik heb het over de innerlijke kant. De innerlijke kant ervan is precies het tegenovergestelde. De innerlijke kant is volmaakte schoonheid en helemaal vol van liefde, tederheid en warmte. Als iemand deze eigenschappen niet heeft dan is het een teken dat hij eerst en vooral geen Sahaja yogi is. Iemand die heel luidruchtig is, die luid spreekt, hard praat en lacht op de verkeerde momenten moet wel half gek zijn, maar kan geen Sahaja yogi zijn.

Zie, deze zachtheid van Shri Rama gaat naar de uitersten, die ik de ‘sankocha’ noem, de formaliteit, het formele, maar dat is Engels, ‘formeel’ is niet het juiste woord, het is ‘sankoch’. Toen hij eens tegen Ravana vocht schoot hij met zijn pijlen zijn tien hoofden er één voor één af. En als hij er één had afgeschoten en dan een tweede, dan groeide de eerste weer aan, want hij beschikte over een aparte zegen, dat niemand hem kon doden door hem in het hoofd te treffen.

Dus Lakshmana zei: “Je weet toch met zekerheid dat Ravana niet gedood kan worden door hem in het hoofd te treffen, waarom raak je hem dan niet in zijn hart?”

Dus zei hij: “De reden is dat Mahalakshmi, Sita, zich nu in zijn hart bevindt. Sita is in zijn hart. Hoe kan ik hem dan in zijn hart treffen? Zij bevindt zich daar, ze zou gewond kunnen raken.”

“Maar wat is dan het nut om hem in het hoofd te schieten,” zei hij.

Hij antwoordde: “Als ik hem heel vaak in het hoofd raak dan zal zijn aandacht daarheen gaan. Zodra zijn aandacht naar zijn hoofd gaat dan kan ik hem in het hart raken.” Zie je de ‘sankoch’? Zie de ‘sankoch’ in de manier waarop hij sprak.

Nu hebben we – Tina, wat is er met je aan de hand? Waarom lach je de hele tijd zo? Kun je niet stil zijn? Wat is er om over te lachen? Om bepaalde dingen hoef je helemaal niet te lachen. Wees stil. Wat er verder gebeurde is dat hij ooit heel vriendelijk was toen een heel lelijke vrouw, Shurpanaka, hem kwam verleiden. Ze wilde hem verleiden en ze zei: “Rama, waarom trouwt u niet met me?”

Ik bedoel, aan iemand zoals Rama, die ‘maryada purushottama’ is, kun je toch niet zo’n vreselijke vragen stellen. Iemand anders zou haar ten minste in elkaar geslagen hebben. Maar Shri Ram glimlachte.

Hij zei: “Mevrouw, het spijt me. Ik heb een vrouw en ik geloof maar in één vrouw, ‘aika patni vrat’. Dus het spijt me, ik kan niet met u trouwen.” Maar toen zei hij ondeugend: “Maar daar is mijn broer, zijn vrouw is nog in Ayodhya, vraag het hem eens.”

Dus hij ging naar haar toe en hij vroeg – ze ging naar hem toe en vroeg: “Lakshmana, waarom trouwt u niet met mij?”

Toen was ze heel mooi geworden. Ze had zichzelf in een mooie vrouw veranderd. Ze zal wel naar een schoonheidssalon zijn gegaan of zoiets, maar ze had zichzelf mooi gemaakt en daar was ze.

En hij keek haar zo kwaad aan en zei: “Jij, lelijk wicht, waarom vraag je me zoiets?”

En toen hakte hij haar neus af. Hij hakte haar neus af in Nasik en daarom betekent ‘nasika’ de neus; en daarom zijn jullie naar Nasik geweest, omdat het de plek is waar hij haar neus afhakte. Hij was ontzettend kwaad. Maar Shri Rama niet. Hij zei op een heel overtuigende manier: “Kijk, ik heb al een vrouw en ik geloof maar in één vrouw.”

Een andere karaktertrek van hem was dat hij consequent was. Hij was nooit inconsequent zoals Shri Krishna. Shri Krishna was een diplomaat en diplomatie ligt in inconsequentie. Shri Krishna’s stijl was anders. Maar… Waarom, wat is er met jou aan de hand? Waarom, wat is er? Kom maar hier zitten. Aan deze kant. Kom, Tina. Ga maar aan de andere kant zitten. Waarom praat je met haar? Ga maar achterin zitten. Ga. Ze heeft het me al heel lastig gemaakt in Pune en hier is ze weer. Praat alsjeblieft niet met elkaar als ik aan het praten ben. Dat is het minste wat je voor me kunt doen. Hebben jullie ooit al Indiërs zich zo zien gedragen? Het is heel storend. Ik concentreer me op jullie en jullie concentreren je niet op mij. Het is niet erg als je lacht wanneer er een grap wordt verteld. Waarom moet je met elkaar praten? Ik kan het niet begrijpen. Goed. Sorry dat ik dat moest zeggen. Zie je, op een moment dat ik het over Shri Rama heb. Shri Rama zou dat niet hebben gezegd. Maar in Sahaja Yoga kun je je niet altijd gedragen als Shri Rama. Soms moet je ook zoals Parashurama zijn, anders werkt het gewoon niet. Als je nu verder kijkt naar zijn persoonlijkheid die zo mooi was, dan zie je dat hij zo’n consequent iemand was. Wat hij ook zei, dat nam hij zijn hele leven met zich mee. Zo zei hij bijvoorbeeld: “Ik ben iemand die in één vrouw gelooft, ‘aika patni vrat’.”

Nu had hij een heel fijne vrouw, absoluut, een beeldschone vrouw, maar zij was naar Ravana gegaan en hij bleef achter. Toen ze een soort ‘yagya’ wilden doen, genaamd ‘Rajasurya yagya’, bedoeld om de hele wereld te overwinnen, zeiden ze hem: “Je moet opnieuw trouwen, want je moet een vrouw hebben.”

Hij zei: “Nee, ik kan niet trouwen, want niemand is als mijn vrouw, ik kan niet trouwen. Ik kan deze yagya overslaan, maar ik kan niet opnieuw trouwen.”

Dus toen zeiden ze: “Goed, dan zit er maar één ding op, dat is een gouden standbeeld van Sita maken en dat standbeeld moet dan je vrouw vertegenwoordigen.”

Hij zei: “Daarin stem ik toe.” En hij gebruikte al zijn sieraden en alles om dat standbeeld te maken en de yagya uit te voeren. Alles wat hij dus zei volgde hij ook grondig. In zijn dharma was hij volmaakt.

Een ander incident gebeurde toen Sita verdween. Hij sliep nooit in een bed, altijd op Moeder Aarde. Hij sliep nooit in een bed, altijd op Moeder Aarde. En de pijn die hij leed omwille van zijn vrouw werd heel goed beschreven door alle dichters van India. En toen Sita hem uiteindelijk verliet in mysterieuze omstandigheden, verdween ze gewoon in Moeder Aarde. Moeder aarde had haar gebaard, dus verdween ze in Moeder Aarde. Toen was Shri Rama totaal verloren en hij sprong in de rivier Sarayu en verdween in het water element van waaruit hij was ontstaan.

Deze man moest zijn vrouw opgeven. Aan dit contrast kun je de rijzende en neergaande golf van een persoonlijkheid zien. De samenleving waarin hij leefde en het land dat hij regeerde keurde het af als een vrouw met Ravana had geleefd. En het volk begon erover te praten. Dus als goede koning, gewoon als een goede koning, besloot hij dat zijn vrouw voorgoed verlaten moest worden. En vervolgens liet hij haar wegvoeren in een prachtige koets, samen met zijn eerste minister en zijn broer, Lakshmana, die haar meenam en haar achterliet, met de woorden dat dit het besluit was en: “Shri Rama heeft ons gevraagd je mee te nemen naar de ashram van Valmiki.” Daardoor was ze erg geschokt en ze zei, ze was de Adi Shakti, dus ze hoefde nergens bang voor te zijn, ze zei: “Laat me hier maar achter.” Iemand met een groot gevoel van eigenwaarde. Ze zei niet: “Nee, nee, nee, nee! Ik ga naar hem terug,” of: “Ik zal hem voor de rechter dagen en hem al zijn geld afnemen, hoe durft hij me eruit te gooien!” Niets daarvan. Dat is de gratie van een vrouw.

Minzaam zei ze: “Goed, je hebt naar je broer geluisterd. Maar ik ben je oudere schoonzus en nu zul je mij gehoorzamen. En ik zeg je als je schoonzus dat je nu kunt gaan. Laat me hier alleen, ik wil niet dat je me verder nog begeleidt of dat je me door iemand laat begeleiden.” En ze was zwanger. Als zoiets hier zou gebeuren, natuurlijk gebeuren er vreselijke dingen, maar als er in India zoiets gebeurt dan pleegt de vrouw zelfmoord, of ze zou het niet aan kunnen. Ik denk dat beide dingen hetzelfde zijn: een vlucht. Als er geen agressie is dan is er recessie.

Maar zij zei: “Nee. Ik moet deze twee kinderen baren, Ik kan wel voor mezelf zorgen. Hij heeft het genadig besloten, ik ben niets en zeg hem alsjeblieft zich om mij geen zorgen te maken.” En ze zei tot Shri Rama, Shri Lakshmana: “Zorg jij dan voor hem, meer verlang ik niet.” En ze zei tot de eerste minister, de ‘mantri’: “U moet zorg dragen voor het koninkrijk.”

Zie de waardigheid, zie de balans, zie het karakter en de persoonlijkheid van Shri Rama. Hij werd ‘maryada purushottama’ genoemd. En kijk naar zijn vrouw, zij was in elk opzicht zijn gelijke. Toen ze door Ravana werd vastgehouden, was Ravana zo bang van haar Shakti dat hij haar niet aanraakte. Hij wilde haar bang maken en zei: “Ik zal de vrouwen in India en de vrouwen in de wereld van alles aandoen, ik zal verschrikkelijke dingen doen, ik zal nog eens geboren worden en me slecht gedragen.”

Maar ze zei: “Doe wat je wilt, je kunt me niet raken.”

Hij kon zelfs haar hand niet aanraken, zo bang was hij. En toen Hanumana de ring van Shri Rama bracht en hem aan haar toonde en zei: “Dit is de ring van Shri Rama”, zei ze.

“Ja, dat weet ik. Hoe gaat het met hem?”

Hij zei: “Goed.” Ze wilde van alles weten.

Toen zei hij: “Moeder, ik kan u op mijn rug nemen. Ik kan u gemakkelijk meenemen. Klim op mijn rug en ik neem u mee.”

Ze zei: “Nee, ik ga niet met je mee. Shri Rama is een dappere koning; hij moet zelf komen, Ravana bevechten en hem doden, want hij is slecht en dan zal ik in alle glorie met hem meegaan.”

Ze was helemaal nergens bang voor. Voor haar was de hoofdzaak dat Ravana gedood moest worden. “Hij is slecht en hij moet door Rama gedood worden.” Wat een moed voor een vrouw. Als je het van beide kanten bekijkt dan zul je verrast zijn hoe machtig de persoonlijkheid van een vrouw is. Het is niet iets reactief: “Mijn man is zo, daarom ben ik zo.” Of: “Mijn man doet dit niet voor mij, daarom ben ik zo. Mijn man is bij me weggegaan, dus is het met mij gedaan. Wat moet ik beginnen zonder mijn man?” Niets daarvan. Zij staat op haar eigen benen.

Ze zei ‘nee’ tegen Hanumana en ze stond op haar eigen benen. Toen zei ze: “Als Rama komt en dit kwaad vernietigt, als hij dit kwaad van de aarde laat verdwijnen, dan pas kan hij me meenemen. Ik ga niet met je mee. Ik zal niet ontsnappen, ik zal niet vluchten. Niets daarvan. Ik ga het zelf onder ogen zien.” Voor een vrouw is het heel wat om dit te zeggen, als ze vast zit in de gevangenis van een verschrikkelijk iemand, op een plek die zo gevaarlijk is voor haar. Ze zei: “Ik zal niet gaan. Wat je ook probeert, welke listen je ook gebruikt en wat je ook zegt, ik ga niet.” Stel je dat eens voor. En Ravana was zo’n afschuwelijke man. Hij deed haar al het mogelijke aan, maar zij bleef altijd even kalm en rustig, in afwachting dat haar man zou komen. Kunnen we ons zo’n vrouwen voorstellen in de moderne tijd? Zo tevreden met zichzelf, zo evenwichtig, zo vol vertrouwen en kracht. Dit is de boodschap van Sita’s leven.

De goedheid van Shri Rama werd duidelijk toen hij over de mensen begon te regeren. Hij was iemand die belang hechtte aan wat de mensen nodig hadden. Voor hem was het belangrijk dat de mensen over wie hij regeerde gelukkig en vreugdevol waren. Hij zorgde voor hen met veel liefde. Hij had twee zonen, waar hij maar kort voor heeft gezorgd, omdat ze verdwenen waren samen met hun moeder Sita. In feite waren zij het die ontdekten wie hij was, omdat Valmiki hen had geleerd de Ramayana te zingen. Ze gingen naar Ayodhya en zongen daar de Ramayana. Rama was er ook. En toen ze op een dag tijdens één van de ‘yagya’s’ het paard van Shri Rama hadden gevangen was het voor Hanumana onmogelijk met deze twee jongens te vechten. Hij begreep er niets van. Hier moeten we nu het karakter van de grote Hanumana beschrijven. Hij zei tegen Shri Rama: “Ik begrijp het niet: deze twee jongens, ik kan ze niet aan. Ik weet niet wie ze zijn.”

Dus ging Shri Rama erheen en daar stonden de twee jongens met hun pijlen. Toen verscheen Shri Sita en ze zei hen: “Jullie mogen niet tegen hem vechten. Hij is jullie vader.”

En toen begreep Hanumana het. Hij zei: “Goed, nu kan ik wel met Shri Rama vechten! Waarom liet hij u zo achter?” Zie hoe lief Shri Hanumana was. Al was hij nog zo’n toegewijde volgeling van Shri Rama, toch kon hij zien: “Hij heeft mijn Moeder onrecht aangedaan” en daar stond hij voor. Het is heel lief van Hanumana om dat te doen. Zoals je weet is Hanumana de engel Gabriël, die onschuld, eenvoud en dynamisme is. Hij was zo dynamisch dat toen hij nog maar net geboren was, hij zei: “Ik kan maar beter de zon opeten, want de zon verschroeit de mensen in India.” Daarom slikte hij de zon in.

De mensen moesten hem zeggen: “Ook al is de zon verschroeiend, toch is zij een grote hulp. Laat alstublieft de zon vrij. Waarom at je haar op?” Dus liet hij de zon weer vrij.

Hanumana’s hele leven was toegewijd aan het dienen van Shri Rama. En hij was zo’n toegewijde ‘bhakta’ van Shri Ram. Nu staat hier tegenover dat Hanumana ‘navadha’ had, ‘navadha siddhi’s’, negen ‘siddhi’s’: ‘anima’, ‘ganima’, ‘raguma’ en meer van die dingen. Daarmee kon hij klein worden, hij kon groot worden, hij had zoveel krachten. Ondanks al deze siddhi’s en de hoeveelheid kracht die hij had… Zo zei Shri Rama hem ooit: “Mijn broer Lakshmana werd geraakt en hij is er erg aan toe, hij is stervend. Je zou een speciaal soort ‘sanjivani’ moeten halen, een soort kruid dat ik op zijn hoofd wil aanbrengen.”

Dus hij ging erheen, maar hij kon het niet vinden, dus nam hij de hele berg in zijn hand en gaf hem aan Rama. “Zoekt u het nu maar, ik weet het niet, ik kan het niet vinden.”

Dat is de Hanumana Shakti. En met al die kracht was hij zo’n nederig en zo’n toegewijd iemand. Dit is het kenmerk van een machtige Sahaja yogi. Iedereen die machtig is moet nederig en geweldloos zijn. Mahatma Gandhi zei: “Wat betekent de geweldloosheid van de zwakken?” Natuurlijk is een zwak iemand geweldloos, wat is daar zo groots aan? Het is een strategie of een vorm van bescherming die hij gebruikt. Een zwak iemand móet geweldloos zijn, omdat hij niets het hoofd kan bieden, hij kan niet protesteren. Maar de geweldloosheid van de machtige is een teken van ware geweldloosheid. Als zij die machtig zijn geweldloos zijn, dan betekent het dat ze heel sterk vertrouwen op hun krachten. Waarom zouden mensen die op hun krachten vertrouwen anderen aanvallen? Ze staan er: “Goed, kom maar op, wat wil je?” Zelfs door alleen dat te zeggen vluchten mensen weg. Zij die gewelddadig, kwaad en opvliegend zijn, die iedereen aanvallen, pijn doen en lastigvallen, zijn de mensen met een heel zwakke persoonlijkheid. Hun persoonlijkheid is zwak. Als hun persoonlijkheid in orde was, dan hadden ze al die dingen niet gedaan. Het is een teken van iemand die bezeten is en onder de invloed van die bezetenheid handelt, ofwel te zwak is en bezeten wordt door zijn woede omdat hij te weinig kracht heeft om iets te kunnen verdragen.

De allerkrachtigste is Moeder Aarde, want zij heeft de kracht om te verdragen. Wie de kracht heeft om te verdragen is krachtig. Wie geen kracht heeft om te verdragen: “Ik kan dat niet aan, ik hou daar niet van, ik…” – zo iemand is compleet nutteloos voor deze aarde en soms denk ik: “Waarom heeft God hen geschapen?” Het is een echte last om zo iemand in je buurt te hebben: “Ik kan dit niet eten. Ik hou daar niet van.” Waarom ben je hier dan? Niemand houdt ook van jou! Niemand houdt van zo iemand omdat hij altijd zegt: “Ik hou hier niet van, ik hou daar niet van. Ik …” De kracht van iemand ligt dus in het verdragen van dingen. Hoeveel verdraag je? Hoeveel kun je ondergaan zonder het te voelen? Als je bijvoorbeeld in de jungle bent, dan ben je gelukkig. Als je in een paleis bent, dan ben je gelukkig. Of er nu deze kleur is, of die kleur, of je nu bij dit of dat ras hoort, of je nu dit leven of dat leven leidt, je kunt het verdragen. En die kracht om te verdragen geeft je het kaliber, het kaliber om in Sahaja Yoga te zijn. Het gaat er niet om het te tonen, eronder te lijden. Je moet niet zeggen: “Ik lijd onder deze situatie.” Je lijdt niet. Het is gewoon vanzelfsprekend. Want iemand die alleen maar op comfort uit is, iemand die in alle luxe wil leven, zonder de minste tekortkomingen of nadelen, zo iemand is een bedelaar, zou ik zeggen, in alle opzichten.

Ik bedoel, de beste manier om problemen kwijt te raken is ze niet te hebben. In de zin van: ik rijd niet, dus ik heb geen rijproblemen. Ik telefoneer nooit, dus ik heb geen telefoonproblemen. Ik ga niet naar de banken, dus heb ik geen bankproblemen. En het beste: ik heb geen inkomen, dus ook geen inkomstenbelasting. Als je ergens problemen mee hebt, zorg dan dat je er vanaf komt! Waarom wil je het hebben? Wil je het hebben en je er dan zorgen om maken? Het lijkt raar dat je heel gemakkelijk verlost kunt worden van alles waar je last van hebt in deze wereld. Je hoeft die dingen dus niet aan je hoofd te hebben. Maar het woord ‘probleem’, vooral in de Europese gemeenschap is ‘probleem’ een veel voorkomend woord. Maar in het Engels hebben we dit woord, ‘probleem’, nooit geleerd. Het woord ‘probleem’ werd alleen gebruikt in de les geometrie, een geometrisch probleem, maar we kenden geen probleem in het leven. Toen ik later in contact kwam met de Europese gemeenschap zeiden ze: “Dat is geen probleem,” of “Dit is het probleem.” Op één dag zeggen ze minstens honderd keer het woord ‘probleem’. Dus voor elk probleem is de oplossing niet langer dat te hebben wat je het probleem geeft. Je kunt alles opgeven. Wat je maar wilt kun je opgeven, als je maar weet hoe je jezelf ervan moet onthechten.

Veel mensen komen me zeggen: “Moeder, we hebben ego. Dat is het probleem.”

Ik zei: “Geef het dan op!”

Ik bedoel, het is simpel, waarom heb je het nog? Alsof ze willen zeggen: “We hebben last van dit ding, maar toch willen we het bijhouden.” Het is alsof we bang zijn van een krokodil, maar toch onze voet in de bek van de krokodil willen steken. En dan hebben we het probleem dat de krokodil onze voet opeet. Geef het nu op! Maar ze zullen een krokodil uitzoeken, zijn bek openen, een voet in zijn bek steken en dan bij mij komen zeggen: “Moeder, een probleem: mijn voet zit in de bek van de krokodil.”

Om problemen te krijgen moet je ze opzoeken! Maar als je ze niet opzoekt, hoe kun je dan een probleem krijgen? Mensen hebben bijvoorbeeld zo’n domme, dwaze problemen. Het eerste probleem dat iemand kan hebben is: “O, mijn kleren moeten gestreken worden.” Waarvoor? Geen probleem! Draag ze dan zo, wie kijkt daar nu naar? “Maar kijk, alle mensen hebben hun kleren gestreken.” Wat maakt het nu uit als ze niet gestreken zijn? Voor hen is het een probleem. Het zijn onbenullige dingen zoals dit, echt verschrikkelijk onbenullige dingen.

Maar het grootste probleem dat ik bij jullie zie is je horloge. In Zwitserland mag ik dat niet zeggen. Zie je, het probleem is dat je naar de vlieghaven moet gaan. Zodra je iemand zegt dat we naar de vlieghaven moeten, zelfs als ík moet gaan, niet jullie, dan springt iedereen alsof ze op een springplank staan. Je ziet ze allemaal zo springen.

“Wat is er aan de hand?”

“Moeder, u moet naar de vlieghaven!”

“Dat is niet erg, ík moet gaan. Wat is er met jullie aan de hand?”

“Het is een probleem!”

Ik zeg: “Wat is het probleem? Ik moet gaan. Weet gewoon dat jij helemaal niet hoeft te gaan en niet naar de vlieghaven hoeft te komen. En als het vliegtuig me niet meeneemt, dan ga ik jullie daar niet mee lastig vallen, dan neem ik een hotel. Maak je toch geen zorgen.”

Maar waarom wind je je daar zo over op? Hoe mensen zich kunnen opwinden als ik een vliegtuig moet halen, soms krijg ik het gevoel dat ze van me af willen! Dit is dus een probleem voor mensen die heel nauwgezet zijn. Stel nu dat ik zeg: ” Ik weet dat het vliegtuig me niet zal achterlaten.” Dat weet ik, want ik weet veel dingen, daarom heb ik geen problemen. Maar zelfs als je denkt dat je het vliegtuig misschien niet haalt, dan haal je het misschien niet. Maar als je het wel haalt, goed en wel. Als je het niet haalt, ook goed. Waar is het probleem? Je haalt het of je haalt het niet, wat is de derde mogelijkheid? Waar is het probleem, dat begrijp ik nog steeds niet. Óf het lukt, óf het lukt niet. Twee mogelijkheden. Dat zijn de enige twee mogelijkheden. Wat is de derde mogelijkheid die je het probleem geeft?

Stel dat iemand me geld verschuldigd is. Goed, dan zal hij het me geven, of hij zal het me niet geven. Wat is het probleem? Het probleem is dat jíj het een probleem noemt omdat je wilt vermijden de waarheid onder ogen te zien. Als je de waarheid onder ogen ziet, dan zul je één ding weten: deze man is me geld verschuldigd, goed, dan ga ik dat afhandelen. Ik zeg hem: “Meneer, u bent me nog geld verschuldigd. U moet me betalen. Het is uw plicht en als u me niet betaalt dan bent u niet correct.” Ga naar hem toe, zie hem onder ogen en zeg het hem. Maar je doet het niet! Je zult thuis zitten: “O God, een probleem, die man geeft me het geld niet… O God, dat is een probleem.” Hoe zul je het krijgen als je hier op je hoofd zit te slaan?

Als je het rechtstreeks onder ogen ziet dan zul je versteld staan dat er helemaal geen probleem bestaat. Stel dat je auto niet meer start. Goed, hij start niet meer, ga zitten en maak het jezelf gemakkelijk totdat iemand je meeneemt. Of zelfs als je geen lift krijgt, goed, slaap er dan ’s nachts! Wat dan nog, geen tijger zal je opeten. En als de tijger je moet opeten, dan zal hij je opeten! Waar is het probleem? Ik zie het nog steeds niet. Ik zie het probleem niet: als de tijger moet eten dan is het zo voorbestemd dat de tijger moet eten. In elk geval zal er niemand sterven, je zult opnieuw geboren worden. Als je het zo bekijkt dan zul je verrast zijn dat de meeste problemen niet bestaan. Het zijn luchtbellen, gecreëerd door onze eigen gedachten, onze gedachtengolven: “Dit is een probleem, dat is een probleem.” Zo zeiden ze vandaag dat er op bepaalde data geen zaal zou zijn. Goed.

“Waar wil je een zaal hebben?”

“Daar.”

Als er geen zaal is, laat het ons dan buiten doen.

Ergens het beste van maken is dus wat Shri Rama je toont. Laat ons nu kijken hoe hij ons geholpen heeft. Shri Rama heeft ons met zijn persoonlijkheid, zijn balans en zijn vrede, met zijn vriendelijkheid en zachtheid getoond hoe een koning een welwillende koning moet zijn en tegelijkertijd een liefdevolle echtgenoot, een liefhebbende vader en een dharmisch iemand. Maar dit terzijde ging hij naar Maharashtra. Hij maakte alle voorbereidingen om blootsvoets naar Maharashtra te lopen en het land te vibreren, want op een dag zouden Sahaja yogi’s naar Maharashtra komen en dan moest Maharashtra een gevibreerd land zijn. In Ayodhya deed hij nooit zijn schoenen uit, want hij was er koning. Maar toen hij erheen ging, ook Shri Sita, toen ze beiden naar Maharashtra gingen, deden ze hun schoenen uit om het te vibreren. Onderweg zag hij een grote rots, die eigenlijk een vrouw was, vervloekt tot rots – Ahilya. En gewoon door zijn aanraking kwam ze weer tot leven. Zo deed hij het ene na het andere, vanzelfsprekend, maar het was zijn levensdoel om daarheen te gaan. En dat heeft geholpen bij een zeer grote verwezenlijking in onszelf, namelijk Shri Ram.

Shri Rama staat voor de ‘pranavai’, dat is de levensnoodzakelijke lucht die we inademen. De levensnoodzakelijke lucht en als die lucht te warm wordt dan moeten we weten dat we niet meer bij Shri Ram zijn. Het moet koele lucht zijn die door je neus en je mond komt. Ik weet niet hoe het bij jullie is, maar bij mij is dat altijd zo. Als je kwaad bent dan gaan de neusvleugels omhoog, ze zwellen op en dan is er verhitte lucht, verhitte woorden, alles is verhit, verhitte ogen en alles trekt omhoog, krult naar boven, zodat je een woedende Ravana wordt. Want dan ben je de schoonheid van de aard van Shri Rama vergeten.

Wat hij voor ons middenhart heeft gedaan is het belangrijkste, hij heeft je namelijk het vaderschap binnen in je gegeven. Shri Rama vertegenwoordigt het vaderschap. Nu moet je zelf nagaan welk soort vader je bent. Mensen die geen goede vaders zijn ontwikkelen problemen van het rechterhart. Ook mensen die geen goede echtgenoten zijn ontwikkelen problemen met het rechterhart. Het rechterhart is ontzettend belangrijk, vooral in het Westen, waar het klimaat zo onvoorspelbaar is en je steeds binnen moet blijven en alles gesloten moet houden, waardoor je van binnen helemaal opdroogt. Als je dan niet die zachtheid hebt en die warmte, die vriendelijkheid van Shri Rama, dan krijg je last van asthma. Er sterven zoveel mensen aan asthma in het Westen. Daarbij maken jullie ruzie met jullie vrouwen, jullie behandelen hen slecht, jullie nemen hun geld af en bedriegen hen met geld en elke manier waarop jullie hen kwellen, maakt het nog erger.

Het heeft dus iets met geld te maken, in de zin dat Sitaji Shri Lakshmi was en Sitaji was ook degene die de kracht was van Shri Rama. Ook Shri Lakshmi krijgt dus genoeg van jou als je een slechte vader of een slechte echtgenoot bent. Daarom is Gruha Lakshmi heel belangrijk. Maar de vrouw moet de Gruha Lakshmi zijn. Zij mag geen kreng zijn en dan verwachten dat haar man vriendelijk is met haar. Dan bederft ze het. Dat is heel slecht. De vrouw moet een Gruha Lakshmi zijn: een mooie vrouw met een heel lief karakter, die haar man toespreekt op een heel ‘sankoch’ manier, die ook voor de kinderen zorgt en voor de familie en voor de gasten die bij hen thuis komen.

Maar als je waardeloze vrouwen aanmoedigt en najaagt… Dat wil zeggen dat ze in collectieve zin waardevol moeten zijn. Als ze zich in het collectief niet gedragen, als ze in het collectief agressief zijn, als ze in het collectief anderen lastigvallen, zulke vrouwen moeten in het geheel niet aangemoedigd worden en volgens Tulsidas zouden ze een pak slaag moeten krijgen.

Tegenwoordig komt het heel slecht over als iemand zoiets zegt, dat vrouwen moeten worden geslagen als ze alle eigenschappen hebben die hen ongeschikt maken als Gruha Lakshmi’s. Natuurlijk is het niet nodig te slaan, maar wat ik wil zeggen is dat je al deze badha’s uit je vrouwen moet verdrijven. Dat is heel belangrijk, want als je verstrikt raakt in de bezigheid je vrouw op het rechte pad te houden dan kun je uiteindelijk ook last krijgen van je rechterhart en van asthma. Want je vrouw en jij maken deel uit van de samenleving. En de samenleving heeft bepaalde wetten die heel belangrijk zijn.

Er is zoiets als ‘shri dharma’, er is zoiets als ‘pati dharma’, er is zoiets als ‘mata dharma’, ‘pita dharma’, alles heeft zijn dharma. Mannen die hun vrouwen kwellen hebben een heel slecht hart. Zo hebben zij die hun vrouwen maar laten begaan evenzeer een slecht rechterhart. Je moet in balans zijn. Jij bent de man en zij is je vrouw en samen ben je verantwoordelijk voor een heel goede familierelatie. Het komt niet van één kant. Niet alleen de man of de vrouw, maar beiden moeten zo zijn dat ze handelen volgens hun mannelijke of vrouwelijke natuur en elkaar respecteren, van elkaar houden, alles met elkaar delen en zo leven dat mensen zien dat ze als de twee wielen van een koets zijn, één links en één rechts, er is geen onevenwicht. Ze zijn evenwaardig, maar niet hetzelfde, zoals ik al vaak zei.

In het geval van Rama verliet hij zijn vrouw. Maar als het op Sita aankwam, dan verliet zij hem ook. Maar zij verliet hem zoals een vrouw het zou doen en hij verliet haar zoals een man het zou doen. Zij verliet hem zelf ook. Maar wel op een manier die een vrouw past. En hij deed het op een manier die een koning past. Zo moet een zich vrouw ook gedragen als een vrouw. Ze mag dezelfde dingen doen die een man doet, maar zij moet een vrouw zijn en een man moet een man zijn.

Dat is dus de ‘maryada purushottama’, dat is degene die de allerhoogste is onder alle mannen, die alle maryada’s is, alle grenzen die hij in acht neemt. Die grenzen bestaan erin dat je niet probeert anderen te overheersen of hun plaats probeert in te nemen. Zo heb ik bijvoorbeeld gezien dat mensen die agressief zijn ook naar onze programma’s komen, zij zitten als eerste voor me. Zodra ik de poorten open zullen ze daar ergens staan. Ze zullen overal op de eerste rij staan. Maar dat is niet volgens de maryada. Je zou achterin moeten zitten. Zo zou het moeten … de leiders die je hebt mogen vooraan zitten. Probeer op de achtergrond te blijven. “Ik wil de eerste zijn!” Ik heb het ooit gehad over de ‘eerste van de eerste’. Jullie kennen het verhaal wel van de ‘eerste van de eerste’. Dan word je dus de ‘eerste van de eerste’, dat gebeurt er met je als je probeert indruk te maken. En ik ken iedereen die zo is. Op de achtergrond blijven is het meest waardige dat je kunt doen. Als eerste naar voren komen, als eerste opspringen, naast de deur gaan staan als Moeder komt, zie je. Zodra ik zo iemand zie, zeg ik: “O, is hij er weer?” Sommigen doen Aarti gewoon om indruk te maken, sommigen werpen bloemen om indruk te maken, ze zullen eerst zijn. En op de een of andere manier verkrijgen ze ook die positie, omdat ze die opeisen en erom vragen. De leiders moeten oppassen dat ze geen opvallende taken geven aan mensen die mij echt enorm irriteren door hun arrogantie en de manier waarop ze proberen in de belangstelling te staan.

Vandaag moet ik één ding zeggen: in de huidige situatie moeten we besluiten dat als de leiders geen vrouwen hebben die nederig, vriendelijk en medevoelend zijn, die Gruha Lakshmi’s zijn en heel liefdevol voor de collectiviteit, we zowel de man als de vrouw het leiderschap moeten ontnemen. We kunnen geen leiders hebben met verschrikkelijke vrouwen. Dat kan niet, want de vrouw van een leider is als een moeder. Er worden vijf soorten moeders omschreven, één daarvan is de vrouw van de guru of van de leider. En als een leider zo’n vrouw heeft, dan is het beter dat hij zich terugtrekt, zijn vrouw corrigeert en doet wat mogelijk is. Zolang ze niet in orde is zou hij geen leider mogen zijn. Dat is erg belangrijk, want ik heb gezien dat zo’n vrouwen de mannen omlaag halen, dat niet alleen, maar ze halen ook Sahaja Yoga omlaag, de Sahaja yogi’s en de hele organisatie van God. We moeten dus voorzichtig zijn en de vrouwen moeten beseffen dat als ze de vrouwen van leiders zijn, ze extreem goedhartig, vriendelijk, vrijgevig, delend, zorgend en volkomen moederlijk moeten zijn, geen nonsens mogen tolereren en mensen zouden moeten corrigeren als ze iets verkeerd doen. Ze mogen over niemand verslag uitbrengen aan hun mannen en zelf geen verantwoordelijkheid nemen over dingen die ze niet verondersteld worden te doen. Als ze dat niveau niet hebben, dan zijn ze van geen nut voor mensen en hebben ze geen enkele reden er trots op te zijn dat ze leidersvrouwen zijn.

Uit Shri Rama’s leven leren we veel en ook van Sitaji’s leven. Beiden hebben ze zoveel voor ons gedaan en zo’n groots leven geleid. Hun hele leven leden ze, ze leden en leden. Ze leefden in de dorpen. Ze leefden in het woud. Terwijl ze koning en koningin waren hadden ze nooit gebrek aan comfort. Ze legden blootsvoets enorme afstanden af en doorstonden allerlei kwellingen van het leven. Sita werd ontvoerd door Ravana, die een vreselijke man was, ze moest met een rakshasa leven, kun je je dat voorstellen? Ze leefde met een rakshasa en toen toonde ze haar grootsheid. Deze karakters van verschillende aard, Sita en Shri Rama, toonden de aanvullende eigenschappen die ze hadden, heel aanvullend. En als dat het geval is dan is de relatie tussen man en vrouw prachtig in Sahaja Yoga. Zo zou het moeten zijn. Ik zie dat sommige mensen heel lief zijn. Sommige leiders zijn heel lief, maar de vrouwen kunnen hard zijn of heel stijf, ze kunnen slechte bedoelingen hebben of lastig en egoïstisch zijn. Je kunt met deze karaktertrekken niet groeien in Sahaja Yoga. Je hebt zoveel geluk dat je man de leider is, de hoogstgeplaatste man in je land in Sahaja Yoga, dus jij moet zijn bevoegdheid aankunnen, zijn bekwaamheid en zijn naam, anders heb je geen aanzien.

Daarom moet ik jullie zeggen dat we op deze dag van Dassera moeten besluiten dat we Ramraj in Sahaja Yoga zullen hebben, waar welwillendheid, liefde, medegevoel, veiligheid, vrede, vreugde en discipline onder ons heersen. Alle disciplinering ligt in onszelf. Wat ik zeg over Shri Rama is dat hij zichzelf de discipline van de maryada´s heeft aangemeten. Zo moeten wij onszelf ook de discipline van de maryada´s aanmeten.

Het is zeer belangrijk dat dit in Zwitserland zou gebeuren, want Zwitserland heeft ze het hardst nodig, de zegeningen van Shri Ram. Zoals de zaken er nu voor staan in dit land, zijn er heel egoïstische, onliefdadige activiteiten gaande die alle armere landen ruïneren met deze egoïstische houding, een heel bekrompen, laaghartige houding jegens het geld van deze armere landen. Het is belangrijk, enorm belangrijk voor ons dat we vandaag bidden voor de bevrijding van de harten van deze mensen die anderen zonder meer afslachten. In deze moderne tijd hebben we geen oorlogen, maar op financieel gebied slachten ze mensen af en doden ze hen door hen hun eigen geld en hun eigen welzijn te ontzeggen. Als koning Rama dus moet komen, dan moet koning Rama geboren worden in de harten van de mensen die de leiding in handen hebben. En daarom moeten we tot Shri Rama bidden: “Wees vriendelijk en medevoelend, zodat u geboren kunt worden in de harten van deze mensen.”

Moge God jullie allen zegenen.

Mag ik alsjeblieft wat water? Ik weet niet hoe mijn lezing was want de vibraties waren zo sterk, het is erg moeilijk. Mag ik alsjeblieft wat water? Dankjewel.

H.H. Shri Mataji Nirmala Devi