Shri Buddha Puja, Deinze 1991

Brielpoort Deinze, Deinze (Belgium)


Feedback
Share

Shri Mataji Nirmala Devi

Shri Boeddha Puja

‘Wees zonder verlangens’

Deinze, België

4 augustus 1991

Engelse transcriptie: ISDP verified
Nederlands: eindversie 25/03/2011

Vandaag zijn we hier samengekomen om een puja te houden voor Boeddha. Zoals je weet was Boeddha een koningszoon. Op een dag was hij geschokt toen hij een heel arme man zag, een magere man die op straat liep, een heel ongelukkige man, en hij voelde zich daar erg bedroefd over. Vervolgens zag hij iemand die heel ziek was en op sterven lag. En daarna zag hij een man die overleden was en die door mensen naar de crematieplaats werd gedragen. Door dit alles raakte hij erg van streek, en hij begon erover na te denken en te zoeken naar de reden waarom deze dingen mensen overkomen. Om te beginnen vroeg hij zich af waarom ze zo arm of ziek worden, en waarom ze op zo’n ellendige manier sterven. De reden hiervoor ontdekte hij tijdens zijn zoektocht. Hij reisde de hele wereld rond, zou ik zeggen; hij las de Upanishaden[1], ging bij verschillende guru’s in de leer, hij bezocht vele plaatsen waar spiritueel onderricht werd gegeven, zoals Benares, overal ging hij heen. En uiteindelijk, terwijl hij onder een banyanboom zat, bracht de Adi Shakti plotseling zijn Kundalini tot ontwaking en kreeg hij zijn realisatie. Toen besefte hij dat de oorzaak van al dit lijden het verlangen is.

In Sahaja Yoga zijn we nu tot het inzicht gekomen dat alle overige verlangens geen zuivere verlangens zijn. Ten eerste maakt het niet uit welke verlangens er worden vervuld, want we zijn nooit voldaan, dat is de eerste reden. En ten tweede hebben al deze verlangens hun terugslag. Dus wat is nu het zuivere verlangen? Zoals jullie allemaal weten is dat de Kundalini. De Kundalini is de kracht van het zuivere verlangen, die jouw zuivere verlangen vervult om de Spirit[2] te zijn, om Boeddha te zijn, om verlicht te zijn. ‘Boeddha’ wil zeggen ‘iemand die verlicht is’. Gautama werd dus Boeddha, net zoals jullie nu Sahaja yogi’s zijn geworden. Maar omdat hij al deze verschillende beproevingen had ondergaan werd dat wat hij had geleerd een wezenlijk deel van hem, terwijl het in Sahaja Yoga allemaal ‘sahaj’[3] is. Wij gaan er dus altijd vanuit dat ‘alles ten slotte sahaj is’. En als we iets willen ondernemen zeggen we altijd: “O, het zal wel spontaan uitwerken. Het komt wel goed, Moeder zal wel alles voor ons regelen.” Dit is een veelvoorkomende misvatting in Sahaja Yoga.

Het was dus een dilemma voor mij of ik jullie allemaal dat lange proces moest laten doormaken of dat ik jullie (meteen) zelfrealisatie moest geven. Want in deze verwarrende tijden is er niet genoeg tijd om jullie hetzelfde te laten doormaken als Boeddha, en bovendien was hij alleen, terwijl ik jullie allemaal zover zou moeten krijgen. Dat zou heel moeilijk zijn geweest. Ik weet niet hoeveel van jullie dit zouden hebben volgehouden. De meesten zouden halverwege zijn gestopt, of misschien op een vierde van de weg. Daarom gebeurde het op een sahaj manier. Jullie hoefden niet onder een banyanboom te zitten. En toch kregen jullie uiteindelijk jullie realisatie. Je Kundalini werd ontwaakt en je kreeg je verlichting. Maar die verlichting die in Boeddha gevestigd raakte is nog niet in ons gevestigd, omdat onze chakra’s niet gezuiverd waren in de mate dat hij zijn chakra’s gezuiverd had. Wij hadden hetzelfde lichaam, dezelfde geest en dezelfde houding toen we zelfrealisatie kregen. En zoals we toen naar het huis van God keken, zo kijken we nu nog steeds naar het huis van God. Maar je moet in het huis binnengaan en van daaruit uit de ramen kijken. En dit vergeten jullie. Hoewel we nu op de top van een berg zitten, weg van alle drukte en al het verkeer, word je nog steeds bang als je een auto ziet. Je beseft maar niet dat je op de top van een berg zit, waar je moeder je netjes heeft neergezet. En zo gedraag je je ook.

Als ik soms bericht krijg over het gedrag van Sahaja yogi’s, dan verbaast het me altijd dat ze niet weten dat ze nu gerealiseerde zielen zijn. Daarom sprak Boeddha over verlangeloosheid. Dit is niet mogelijk voor de realisatie, en zelfs na de realisatie zie ik dat het nog moeilijk is. Er bestaat een bepaald soort subtiel verlangen, en op het moment dat jullie hieraan moeten werken doen jullie dat niet, en zeggen jullie: “Ons ego zal geblokkeerd raken.” Dus als het ons uitkomt, werken we hieraan en als het ons uitkomt, werken we daaraan. Maar de oplossing voor deze houding is iets dat ik zelf heb ontdekt, namelijk het feit dat het een collectief gebeuren is. Individueel kan iemand nooit zijn ego overstijgen. Een individualistische persoon kan nooit zijn ego overstijgen. Iemand die individueel leeft en die overal individueel van wil genieten kan nooit zijn ego overstijgen, omdat hij al die beproevingen niet heeft ondergaan. Of anders, als je wel individueel wilt zijn, zorg dan dat je eerst al deze beproevingen ondergaat en kom daarna maar terug.

Dus de oplossing is al onze chakra’s te reinigen en ons leven te zuiveren in de collectiviteit, dat is de oplossing voor het egoprobleem. Vroeger werkte iedereen hier individueel aan. Zo moest iemand bijvoorbeeld naar de Himalaya gaan en een guru nemen die hem na een tijdje weer buiten gooide. Daarna ging hij naar een andere guru, hij werkte voor hem en werd opnieuw buiten gegooid. En kwam hij in een volgend leven, dan werd hij nog eens buiten gegooid. En als er eindelijk een guru is die hem accepteert, dan begint het pas. Hij wordt geslagen, hij wordt gemarteld, hij ondergaat de gekste dingen, hij wordt ondersteboven gehangen. En dan, als een guru uiteindelijk dichter tot één individu kwam, dan gaf hij hem zelfrealisatie. Zo ging het vroeger.

Maar in Sahaja Yoga staat de deur open – iedereen kan binnenkomen, echt iedereen. Je krijgt je realisatie. Want ik heb vertrouwen in de collectiviteit, en dit collectieve leven zal je ongetwijfeld geven wat Boeddha verkregen heeft door zijn individuele inspanningen. Maar ook hier falen we, want we weten niet hoe we collectief moeten zijn. Individualisme hangt steeds overal om ons heen. In elk opzicht denken we in individuele termen. Overal waar de collectiviteit heeft gewerkt, is Sahaja Yoga opgebloeid; en overal waar het niet heeft gewerkt zijn er problemen ontstaan. Het is dus heel belangrijk dat we onszelf gadeslaan, en dat we voor onszelf proberen na te gaan hoe collectief we zijn. Geniet je van de collectiviteit of niet? Verlang je naar collectiviteit of niet? Toen ik aan Cabella dacht – jullie zijn er al geweest – overwoog ik meteen om er een kleine ashram te beginnen, aan de rivier, voor jullie. Maar de mensen vroegen me onmiddellijk:

“Moeder, vindt u het goed als we daar onze privéhuizen kopen?” Onmiddellijk. Maar wat heeft het dan voor nut? En dan zullen ze me bellen: “Moeder, komt u alstublieft in mijn huis dineren? Komt u alstublieft in mijn kleine huisje wat thee drinken?” Dat interesseert me niet.

Zolang je in Sahaja Yoga dus niet werkelijk collectief wordt in elk opzicht, kun je niet groeien en kun je jezelf niet reinigen, je kunt jezelf niet uitzuiveren. Hier had hij (Boeddha) het niet over, maar anderzijds ook weer wel, want hij zei: “Buddham sharanam gacchami.” Eerst geef ik mezelf over aan mijn zelfrealisatie. Daarna zei hij: “Dhammam sharanam gacchami”, dat wil zeggen het dharma in mij, ik geef me over aan dat dharma. Dat is spiritualiteit. En als derde zei hij:”Sangham sharanam gacchami.” ‘Sangha’ betekent collectiviteit, ik geef me over aan de collectiviteit.

Maar in die tijd wist hij nog niet hoe hij op massale schaal zelfrealisatie moest geven. Dus hij verzamelde volgelingen, die hun hoofden kaal moesten scheren, al waren het koningen of koninginnen; ze mochten maar één kledingstuk dragen, of het nu mannen waren of vrouwen; ze mochten maar één matje hebben om op te slapen in een grote slaapzaal. Geen man en vrouw, geen huwelijken, niets. En ze moesten in de dorpen om eten bedelen om hun guru te voeden, en zelf moesten ze daar ook van eten, of het nu voldoende was of niet. Zo gaat het niet in Sahaja Yoga. In Sahaja Yoga kun je overal van genieten, vanaf het allereerste moment, en in Sahaja Yoga is het ook de bedoeling dat jullie ontzettend vreugdevolle mensen zijn. Dat zijn jullie al. Maar de vreugde van de collectiviteit – als je daar niet van kunt genieten, dan kun je niet groeien, omdat er geen andere weg is. Is er soms nog een andere beproeving? Sommige mensen zien zelfs de collectiviteit als een beproeving, totdat ze ervan beginnen te genieten. En ze kunnen heel lastig doen: “Dit is niet goed”, heel kritisch. Sommigen van hen verblijven in de ashram en geven steeds overal kritiek op. “Dit hoort niet zo. Ik vind dit niet mooi, ik hou daar niet van.”

Maar hier, in het volle bewustzijn, hier kun je niet gehypnotiseerd worden. Als je gehypnotiseerd bent, dan kun je leven zoals je wilt. Maar we moeten met ons volle bewustzijn en ons volle begripsvermogen collectief worden. Dit is een van de oplossingen voor onze zuivering. We kunnen het ook zo zeggen: als mijn handen vuil zijn, en als ik naar een kraan ga waar maar één druppel uit komt, dan kan ik ze niet wassen. Dus ga ik ergens anders heen, maar daar is ook geen water. Op een derde plaats is er ook niets. En als ik dan uiteindelijk een plaats bereik waar ik water vind, dan was ik mezelf volledig, omdat ik weet dat er nergens anders water te vinden is. Maar in Sahaja Yoga ben je ondergedompeld in het water van de collectiviteit. Als je van deze collectiviteit geniet en erin kunt zwemmen, dan is er geen enkel probleem.

Zoals je weet werkt Boeddha op onze rechterkant, op onze Agnya. Het is heel verrassend dat een godheid zoals hij op de rechterkant werkt. En hij heeft gezegd dat je voor de rechterkant eerst en vooral onthecht moet zijn, zonder verlangens. Ik bedoel, niemand zou werken als ze geen verlangen zouden hebben, en als er geen manier zou zijn om er resultaten mee te behalen, normaal gezien. Maar eigenlijk moet je werken zonder verlangen. Dan alleen kan de rechterkant overwonnen worden – dat is heel symbolisch. Normaal gezien zijn rechtse mensen verschrikkelijk mager, maar Boeddha is juist heel dik. Normaal gezien zijn rechtse mensen ongelofelijk ernstig, heel ernstig, zelfs als je ze kietelt zullen ze nog niet lachen. Maar Boeddha lacht de hele tijd, met zijn twee handen zo, hij heeft zoveel plezier. Kijk eens, wat een contrast. Dus alleen als je werkt zonder enig verlangen, alleen dan kun je die staat bereiken waarin je voortdurend kunt lachen. Maar als je denkt: “Wij doen dit werk”, met een zeker verlangen… Ik bedoel, sommige mensen zijn van zo’n laag niveau dat ze alleen maar geld willen verdienen, hier wat, daar wat, en die onzin gaat maar door, maar het wordt ook steeds subtieler en subtieler en subtieler. Naarmate jij zelf subtieler wordt, worden je verlangens ook alsmaar subtieler en subtieler en subtieler. En als je niet goed oppast dan komen ze plotseling tevoorschijn.

Hij is dus degene die aan de rechterkant gevestigd is, en die naar de linkerkant beweegt. Hij is degene die gezegd heeft: “Je moet zonder verlangens zijn”, aan de rechterkant. Wat een contrast. Vooral in het Westen zie ik mensen soms steunen: “Oh.” En wat hebben ze gedaan?

“Ik heb die lepel opgepakt.”

Dan gaan ze zitten met de lepel. En ze zijn verbaasd te zien dat ik niet moe ben. Maar ik doe niets. Ik bedoel, ik heb geen verlangens. In feite doe ik nooit iets; ik ben gewoon nishkriya, ik doe helemaal niets. Als je dus dat instrument wordt, een instrument in overgave, als je beseft dat je eigenlijk helemaal niets doet, dan verkrijg je het meesterschap over de rechterkant. Maar hoe verkrijg je het meesterschap? Want je doet toch niets? Je gaat naar een winkel en je krijgt een geldprijs, zonder er iets voor te hebben gedaan. Je verlangt helemaal niets en plotseling zie je, dat iets wat je nooit voor mogelijk had gehouden, ineens voor je staat, het ligt daar, voor jou beschikbaar, je hoeft het maar te nemen.

Als je met een verlangen om iets te bereiken ergens aan werkt, dan heeft dit ook een reactie. Elke actie heeft een reactie. Maar actie zonder verlangen kan geen reactie hebben, omdat er in de eerste plaats al geen verlangen is. Stel dat ik ergens onderweg verdwaald raak. Dan brengt dit mij nooit van streek, omdat ik daar misschien (om de een of andere reden) moet zijn. Stel dat ik bijvoorbeeld zoiets als een kasteel zou moeten kopen, neem dat als voorbeeld. In het geval dat ik het echt moet kopen, dat is iets anders dan verlangen. Ik bedoel, laatst overkwam me dat ook, toen zei ik gewoon: “Ik moet in Italië gaan wonen, dus moet ik daar een huis kopen.” Dus toonden ze me een kasteel, maar dat bleek geen goede keuze te zijn. Goed, dat maakt niet uit. En aan de tweede optie raakte iedereen gehecht: “U moet dit kopen, hoe dan ook…” enzovoort. Op de een of andere manier sprak die plek me niet echt aan, maar ik zei: “Goed, laat hun verlangen vervuld worden.”

Toen gebeurde het zo dat ze allemaal gesloopt werden, waardoor ze er een ander moesten kopen, dat ze eerst niet hadden willen kopen. En ik was daar heel gelukkig mee, want ik had niets verlangd, maar toch bleek het laatste het beste te zijn. De reden is dat alleen de beste dingen mij overkomen. Dus wat er ook met mij gebeurt, ik weet dat dit het beste is, het is allemaal voor mijn bestwil, en ten voordele van Sahaja Yoga.

Zelfs als iemand slecht spreekt over Sahaja Yoga, dan is dat zeer goed, uitstekend. In India was er bijvoorbeeld in het begin een tijdschrift waarin Rajneesh iemand gebruikte om slecht te spreken over mij. Maar die vrouw had ook een paar van mijn foto’s gestolen en die erbij gevoegd. En iedereen in mijn familie was daar zo kwaad om; mijn broers, mijn man, ze wilden allemaal die krant aanklagen. Maar ik zei: “Ik ben geen voorstander van het idee om die krant aan te klagen.” Dus toen we ons eerste programma hadden in Delhi was het zo druk dat mijn auto er zelfs niet binnen kon rijden. Dus ik moest… Ik bedoel, zelfs buiten was het volgestroomd, waardoor ze buiten de zaal ook luidsprekers moesten zetten.

Toen ik de mensen naar de reden vroeg waarom ze waren gekomen, zeiden ze: “We zagen foto’s van u in de ‘Illustraded Weekly’, en we waren zo onder de indruk.” Ze hadden het artikel niet gelezen, geen woord ervan, en ze waren er allemaal. Door de ruwheid van één persoon zijn er zovelen gekomen, alleen door het zien van de foto. Het feit dat ze de foto had gestolen was dus in ons eigen voordeel, en normaal gezien hadden we veel geld moeten betalen om zoiets te publiceren – en nu kregen we het zonder een cent te betalen. En daarna zagen de mensen, zie je, mijn familieleden, dat dit tijdschrift zes maanden lang moest sluiten en dat ze enorme verliezen maakten. En ook dat had ik niet verlangd.

Als je zonder verlangens bent, dan ben je gelukkig, want je bent nooit teleurgesteld en ook nooit nerveus. Zonder verlangens zijn betekent dus niet dat je je absurd gaat gedragen, of ascetisch, of wat dan ook, maar gewoon dat je niets verwacht. “Als ik dit doe dan zal dat gebeuren. Als ik dat doe dan zal…” Maak je geen zorgen, doe gewoon wat je wilt doen. En één ding moet je weten, en dat is dat je niets slechts kan overkomen, en als er wel iets slechts gebeurt, dan is er iets mis met je.

Ik zal jullie nog iets vertellen. Laatst ben ik voor het eerst gevallen, niet zo hard hoor. Toen zeiden ze: “U mag echt niet meer buiten komen. U mag niet buiten komen, want het regent en u zult artritis krijgen.” Ik zou zoiets nooit kunnen krijgen, maar goed. Dus ik moest thuis blijven, en in die tijd schreef ik dit boek. Dus eigenlijk kwam het goed uit dat ik was gevallen. Anders zouden ze hebben gezegd: “Kom, ga met ons mee!” Mijn hele familie was er, voor de vakantie. God zij dank. Zo kreeg ik deze vier, vijf dagen om dit boek te schrijven. Maak dus gewoon het beste van alle teleurstellingen. Als je een teleurstelling krijgt, glimlach er dan gewoon om en weet dat het voor je bestwil is, om iets nieuws te ontdekken, om iets beters te ontdekken. Maar de conditionering is zo sterk. Daarom zeg ik: “Blijf in de collectiviteit.”

Zo hebben we bijvoorbeeld Indiërs, we hebben Fransen, we hebben van alles. En al hun conditioneringen hangen nog steeds om hen heen. Indiërs moeten bijvoorbeeld altijd en overal Indiaas eten hebben. Dit is een heel lastige situatie. Dan is het met jullie beter gesteld, jullie eten zo ongeveer alles, zelfs het meest waardeloze Indiase eten. Zelf houd ik niet zo van Indiaas eten; het is niet erg voedzaam. Het is wel smaakvol, maar niet voedzaam. Maar jullie hebben helemaal geen probleem met welk soort eten dan ook, en dat is een positieve eigenschap van jullie; maar met jullie verlangens is het anders gesteld, dat weten jullie heel goed, dat hoef ik jullie niet te zeggen. Ik heb de vrouwen bijvoorbeeld gevraagd niet teveel cosmetica en zware spullen mee te nemen, maar altijd als ze komen hebben de mannen hun handen vol met het dragen van hun enorme koffers.

Ik zeg ook weer niet dat je moet rondlopen op een slordige manier, maar beperk het wat dat betreft tot een minimum. Anders ontstaat er een competitie waar iemand de leiding in heeft, zo zal het altijd gaan. Maar in het Westen zie ik geen verlangen naar eten, maar eerder naar een huis. Zelfs in India, als je met een Indiase vrouw trouwt – of een Griekse, een Griekse vrouw ook – ze zal proberen haar man voor zichzelf te houden, dit komt vaak voor, ik heb het gezien. Ze hebben er een handje van weg de spirituele groei van hun man en van zichzelf af te remmen. Dit is een feit. En ze zijn heel dominant. Indiase vrouwen zullen misschien niet dominant overkomen, maar ze zullen wel proberen hun mannen onder controle te houden, om een eigen huis te kunnen krijgen. Maar ze weten niet… Indiërs weten niets van collectiviteit, ze zijn ontzettend individualistisch.

Met Sahaja Yoga leren ze nu natuurlijk geleidelijk aan hoe ze één moeten zijn met anderen. Bovendien verschillen sommige mensen in cultureel opzicht van elkaar, waardoor ze zich vastklampen aan hun eigen cultuur. Natuurlijk kun je alle goede dingen uit elke cultuur met je meenemen, want in Sahaja Yoga hebben we een universele cultuur. Maar er zijn zoveel zaken waarin we ons evenwicht verliezen, alleen door onze conditioneringen. En daarom hadden we, in dezelfde periode (als Boeddha), nog een andere grote incarnatie, namelijk Mahavira, die erop wees wat de straffen zijn voor mensen die zich teveel laten meeslepen door hun conditioneringen. Ik bedoel, hij sprak over de meest afschuwelijke dingen. Wat er zal gebeuren met mensen als ze conditioneringen hebben, waar ze zullen eindigen, in welke situaties ze zullen terechtkomen, in welk soort hel ze zullen belanden, dit heeft hij allemaal beschreven. Afschuwelijke taferelen. Natuurlijk zal ik daar vandaag niet over spreken.

Maar hij had één ding gemeen met al zijn tijdgenoten – zoals Boeddha, Kabira en al dit soort mensen – zij hadden één ding met elkaar gemeen – Kabira niet zozeer als Boeddha – namelijk dat ze het beter vonden om niet eens te spreken over God, maar eerder over het abstracte, over het vormeloze. Want het ergste dat er in die tijd gebeurde was dat, zodra ze een bepaalde godheid of wie dan ook begonnen te vereren, ze daar volledig slaaf van werden. Mohammed Sahib sprak bijvoorbeeld alleen over nirakar[4]. Maar deze twee gingen zelfs nog verder, door te zeggen: “Er is geen God, dus laten we het niet over God hebben, zorg gewoon dat je je zelfrealisatie krijgt.” Ik deed vroeger hetzelfde. Ik zei: “Zorg dat je je zelfrealisatie krijgt.” Want iedereen kan wel zeggen: “Ik ben God.” Daarom spraken ze nooit over God, in het geheel niet, ze zeiden alleen steeds: “Er is geen God, er is alleen je Zelf.” Ze maakten er in feite een taboe van – ze werden Nirishwara’s genoemd, Nirishwara’s waren niet gelovig – ze geloofden beiden niet in God, maar wel in zelfrealisatie. Ze wisten dat ik zou komen en jullie erover zou vertellen.

Daarom sprak Boeddha over de toekomstige Boeddha, Maitreya. ‘Ma’ is de Moeder, die uit drie vormen bestaat: Mahakali, Mahalakshmi en Mahasaraswati. Als je gelijk welke boeddhist vraagt de vraag van Maitreya te stellen, krijgt hij ter plekke zijn realisatie. Hij sprak dus over Maitreya, omdat hij wist dat wanneer Maitreya zou komen, zij de mensen over Ishwara[5] zou vertellen. Volgens hen hadden de mensen toen nog niet dat niveau bereikt waarop je hen over Ishwara kon vertellen. Daarom zeiden ze dat er geen God is, enkel om de focus te leggen op de zelfrealisatie, Atmagyan -de kennis over je Zelf, de zelfrealisatie. En men zegt dat de vroege boeddhisten… Natuurlijk waren zij bhikshuka’s, ze waren asceten, maar zij hadden blijkbaar de koele bries van de Heilige Geest ervaren, net zoals de gnostici, denk ik, maar slechts enkelen van hen. Ze waren niet in zo’n grote aantallen als jullie, maar kwaliteit betreft waren ze van een zeer hoog niveau, omdat ze allemaal zo’n vreselijk zware beproevingen hadden doorstaan. Wat kwaliteit betreft hadden ze dus een zeer hoog niveau, en omdat het verschil in kwaliteit tussen hen en anderen zo groot was, hadden ze geen invloed op anderen, en zo stierf hun kennis een stille dood, zou ik zeggen.

Maar dan hadden we nog de Zen beweging, waar Vidditama, een andere volgeling van Christus… van Boeddha, mee begon, en Tao. Dit zijn twee bewegingen die uitdrukking geven aan Boeddha’s idealen in verband met Sahaja Yoga. Tao is niets anders dan Sahaja Yoga. ‘Tao’ betekent ‘hoe’, hoe het werkt, en de Zen beweging, ‘Zen’ betekent dhyana (meditatie) Zij geloofden dus ook in het omhoog brengen van de Kundalini. In die tijd sloegen ze mensen nog niet op hun ruggengraat, maar later begonnen ze mensen op hun ruggengraat te slaan, met een stok, om hen in dhyana te brengen. Tao en Zen zijn dus beide uitlopers van hetzelfde boeddhisme, in de ware zin van het woord, zou ik zeggen. Gedurende hun spirituele groei spraken ze niet over Ishwara, over God, maar ze hadden hetzelfde doel, namelijk om een Boeddha te worden. Maar ook zij stierven uit. Ooit ontmoette ik de leider van de Zen beweging, die kwam voor genezing. Ik vroeg hem:

“Hoe komt het dat u de leider bent? U bent niet eens een kashayapa.” Kashayapa is een gerealiseerde ziel. Dus hij vertelde me, hij biechtte op dat er in al die tijd maar zesentwintig kashayapa’s waren geweest, dat dit pas na de zesde eeuw was ontstaan en dat er slechts enkelen waren geweest, waarna ze waren uitgestorven. Zo zie je hoeveel geluk jullie hebben dat jullie allemaal gerealiseerde zielen zijn. Maar onze banyanboom is de collectiviteit. Wij moeten onszelf omvormen tot subtielere wezens die één zijn met de collectiviteit, wat een prachtige ervaring is, ongelofelijk mooi. Wie dit niet kan bereiken kan niet vooruit komen in Sahaja Yoga, want zo’n mensen zijn erg problematisch, ze creëren altijd problemen en bezorgen iedereen last. Ze hebben een slechte aandacht en je weet nooit waar ze staan.

Dus Boeddha’s boodschap is, vanzelfsprekend, om geen ego te ontwikkelen. Maar hoe doe je dat? Eerst en vooral door bij alles wat je doet te zeggen: “Ik doe het niet. Het is Moeder die dit doet”, of “God doet het, ik doe niets.” Maar als je het gevoel hebt dat je iets doet voor Sahaja Yoga, dan kun je er maar beter mee stoppen. Je zou juist moeten zeggen: “Nee, het is gewoon op mijn pad gekomen. Ik deed er helemaal niets voor. Plotseling was het er. Meer niet.” Dan heb je al heel wat bereikt. En het tweede is in verband met verlangen, welk soort verlangen dan ook, voor de kleinste of de grootste dingen, zelfs de liefde voor je kinderen, de liefde voor je vrouw, dit ‘mijn’ en ‘van mij’, al dit soort zaken; als al deze verlangens niet vervuld worden, en je gefrustreerd raakt, dan moet je weten dat er iets mis is met je. Maar als je het gevoel voor collectiviteit begrijpt, dan kun je heel snel groeien.

Wat Indiërs betreft zou ik zeggen dat het enerzijds uitermate religieuze, gedisciplineerde mensen zijn, op een bepaalde manier, maar anderzijds schieten ze tekort op het vlak van collectiviteit. Kunnen ze het niveau van collectiviteit bereiken, dan zijn ze gelanceerd. Het enige land dat naar mijn mening heel goed bezig is, is Rusland. Het communisme heeft hen collectief gemaakt, en zonder verlangens; doordat al hun verlangens vervangen werden door communistische ideeën hadden ze geen andere keuze, en daarnaast waren ze ook collectief. Zo heeft communisme in feite het volk gediend, in plaats van de regering. Terwijl de democratie daarentegen voordelig was voor de regering om geld te verdienen, maar het volk eronder heeft geleden.

En zo hebben wij de gelegenheid niet gekregen om zin voor collectiviteit te ontwikkelen. Ik zou dus zeggen dat de collectiviteit sneller groeit in het Westen, ongetwijfeld veel sneller, maar de verlangeloosheid ontwikkelt zich veel minder snel. Het is alsof de ene persoon de tanden heeft en de andere het eten, daar kun je het mee vergelijken. We zouden onszelf gewoon moeten zien zoals we zijn en proberen in te zien dat we of dit probleem hebben, of dat probleem. Als je nu op de een of andere manier dit eenzijdige probleem zou kunnen neutraliseren, dan ben je er, want als je het ene oplost dan kun je verder naar het andere, van hier naar daar. Zorg dus gewoon dat je in het midden staat en dat je voor jezelf nagaat: “Wat zijn mijn verlangens?” Tel ze één voor één. Ik bedoel, als ik me afvraag wat mijn verlangen is, dan word ik gedachteloos, echt, op dat vlak ben ik waardeloos. Als ik denk: “Wat zou ik nu moeten verlangen?” dan word ik gedachteloos. Soms dacht ik: “Ik zal eens wat ego ontwikkelen.” Maar ik weet niet hoe ik daaraan moet beginnen. Ik moet toch wat ego hebben, iedereen heeft het, dus waarom ik niet? Ik weet gewoon niet hoe ik eraan moet beginnen.

En dan hebben we ook nog die conditioneringen, waarmee we dit vreselijke gevoel genaamd ‘schuld’ ontwikkelen. Ik bedoel, in de tijd van Boeddha had volgens mij niemand dat probleem. Het is een moderne techniek, je schuldig te voelen; een soort van modernisme, want ik weet niet hoe het anders ooit is kunnen ontstaan. En dit modernistische, vreselijke gevoel genaamd ‘schuld’ is iets dat tot mijn taak is geworden om uit te klaren; in de tijd van Boeddha bestond dit niet, hij kreeg er nooit mee te maken. In dat geval had hij het mij wat gemakkelijker kunnen maken, maar dat heeft hij niet gedaan. Hij liet het aan mij over om jullie linker Vishuddhi’s uit te klaren, en ook de mijne, die de hele tijd pijn doet hier. Dus deze vreselijke blokkade – vooral in de westerse geest, Indiërs kennen geen schuldgevoel, totaal niet – moet overstegen worden.

Zoals je weet ondersteunen Boeddha en Mahavira beiden het centrum van de Agnya. Als je dus een heel zuivere Agnya chakra wilt hebben, dan zou je enerzijds zonder verlangens moeten zijn, en je zou moeten vergeven, ksham[6]. Ksham is de bija mantra[7] om te vergeven; de bija mantra van de rechterkant. Ksham, ‘ik vergeef’. En de linkerkant is ham[8]. Een linkse persoon denkt bijvoorbeeld altijd: “O, ik ben niets waard.” Dan moet hij juist zeggen: “Nee, ik ben wel iets waard.” Ham, ‘Ik ben’. Ham en ksham zijn dus twee bija mantra’s die we moeten gebruiken. En als je ze uitspreekt dan zullen ze werken, omdat je pranas[9] nu pranavas zijn geworden, je adem is verlicht geworden, al is het in een zwakke vorm, zou ik zeggen, maar dat maakt niet uit. Jullie mantra’s hebben resultaat. Dus jullie moeten deze twee bija mantra’s gebruiken om jullie Agnya’s uit te klaren. Mahavira heeft hier een oplossing voor gevonden: als je na de realisatie geblokkeerd raakt op de Agnya chakra, dan krijg je vreselijke hoofdpijn. Dat is Mahavira’s stijl. Als je iets verkeerds doet, dan word je daarvoor bestraft; als je je met verkeerde dingen inlaat, dan word je gestraft; als je je tegen Sahaja Yoga keert, dan word je gestraft. Ik doe niets, het is Mahavira, die simultaan werkt. Als je iemand te slim af probeert te zijn, dan word je zelf beetgenomen.

Deze twee krachten gaan dus van links naar rechts, en van rechts naar links. Als je overdrijft in de rechterkant, dan krijg je een klap van links. Als je overdrijft in de linkerkant, dan krijg je een klap van rechts. Je kunt het dus in feite vergelijken met een dubbelzijdige aanval. De ene kant zegt: “Je moet geen verlangen hebben.” En als je dan toch verlangen hebt dan word je door deze kant gestraft. Sommige mensen zeggen bijvoorbeeld: “Ik wil kinderen, ik wil kinderen.” En als je ze dan kinderen geeft dan zeggen ze: “Moeder, waarom heeft u mij dit verschrikkelijke kind gegeven; het is echt een vreselijke last.”

En iemand anders zegt dan weer: “Moeder, geeft u mij een vrouw van, bijvoorbeeld, Maharashtra.” Laatst hadden we nog zo’n geval. Zij was er teveel mee bezig: “Moeder, geeft u mij een vrouw van Maharashtra.” Toen kreeg ze een heel speciaal geval, om haar te straffen. Ze zeiden: “Nooit meer iemand van Maharashtra”, want ze was werkelijk… Ik heb nog nooit van zo’n vrouw gehoord in Maharashtra. Verschrikkelijk. Maar dit gebeurde omdat zij er zo op aandrong, dus kreeg ze het ook, en daarna zei ze: “Nooit meer iemand van Maharashtra; baarpre baap.”

“Nee, nee,” zei ik, “Iedereen is daar van uitstekende kwaliteit. Dit was gewoon een uitzondering, alleen om jou te straffen.”

Als je dus verlangens hebt en daar een bepaalde grens mee overschrijdt, dan word je gestraft, en dit doet Mahavira. Op kleine of grote manieren. Zo was er bijvoorbeeld ooit een jonge kerel die naar Londen kwam, met heel veel uiterlijk vertoon, en hij wilde iets kopen voor zichzelf. Dus ik nam hem mee naar een gewone winkel, waar een heel mooie jas hing, van zuiver wol en zo. Maar hij wilde het niet kopen.

“Ik wil naar een grote winkel.”

“Goed dan,” zei ik. Dus ik zei: “Ik zal niet meegaan.”

En ik stuurde zijn vader. Toen hij terugkwam bleek dat hij in die winkel een synthetische jas had gekocht, zonder te weten dat het kunstmatig was, alleen omdat hij zich te goed voelde om iets te kopen in een gewone winkel. In de grote winkel hadden ze hem dit dus netjes aan een hoge prijs meegegeven. Sahaja yogi’s moeten dus weten dat er elke minuut een Mahavira in de buurt is. En Boeddha is er ook, die je steeds de aanwijzing geeft: “Doe het niet. Verlang niet zoveel.” Hij geeft je grenzen; maar als je niet luistert, goed en wel, dan is Mahavira er om je op je plaats te zetten. Hij gaat tot een bepaald punt, en dan krijg je hoofdpijn, en dan vraag je:

“Moeder, waarom kreeg ik hoofdpijn?” Je hebt er zelf om gevraagd. Het is een proces dat zo automatisch werkt dat we heel voorzichtig moeten zijn als Sahaja yogi’s.

Vandaag zou je dus moeten beseffen dat we allemaal van binnenuit collectief zouden moeten worden. We moeten niet overal over mokken en klagen, maar geniet gewoon van de collectiviteit. Maar de keerzijde van de collectiviteit is dat je niet moet proberen van de collectiviteit te profiteren, want dan zul je in de problemen komen. Ik heb bijvoorbeeld gezien dat mensen het toilet niet schoon achterlaten. Als je collectief bent dan moet je ook de collectiviteit van anderen respecteren. Een ander zou in geen enkel opzicht onder jouw aanwezigheid mogen lijden, en zou zich ook op geen enkele manier beledigd of benadeeld mogen voelen. Als je dus in de collectiviteit bent, zorg dan dat anderen kunnen genieten van je gezelschap, van jouw aanwezigheid. In zo’n geval ontstaan er geen problemen. Maar als je veeleisend bent, als je steeds overal om vraagt en helemaal vol bent van jezelf, dan kun je absoluut niet collectief zijn, in geen enkel opzicht, je zult er daarentegen onder lijden, je zult er automatisch onder lijden. Is dit eenmaal duidelijk en volledig begrepen, dan is je Agnya gezuiverd. Hetzelfde geldt voor kwaadheid. Mensen scheppen er vaak mee op: “Ik ben zo kwaad op hem!” Ze scheppen ermee op. Maar verander die kwaadheid gewoon in vergiffenis en je zult zien dat die persoon, in plaats van jou problemen te bezorgen, zelf in de problemen komt. Woede brengt jou van streek, maar vergiffenis zal hem van streek brengen, automatisch. Dat is het machtigste wapen dat je hebt – te vergeven. En dit zie je door en door in Boeddha’s karakter.

En het zal je ook zelfrespect geven, het feit dat niets je uit je evenwicht kan brengen, zie je. Zo moet een schip ook zeewaardig zijn. Als je een schip te water laat en het breekt, wat heeft het dan voor zin een schip te maken? Wat is het nut van een Sahaja yogi die om de haverklap uit evenwicht raakt? Je moet zeewaardig zijn, en als je zeewaardig bent dan kan niets je uit evenwicht brengen. Goed. De olifant wandelt en de honden blaffen – goed, laat ze maar blaffen. Wat maakt het uit? De olifant kijkt ernaar, en neemt soms wat water om hen ermee te zegenen. “Oké, kalmeer maar wat, zo krijgt je hoofd wat verkoeling.” Dat zal je eigenwaarde geven, waardoor je zult weten waar je staat – veel hoger dan anderen. En zo kun je verlost raken van je ego, wat volgens jullie zo’n ontzettend groot probleem is.

“Moeder, hoe geraken we van ons ego af?” Tegen ego kun je gewoon zeggen: “Ga.” Naarmate dit ‘ik-besef’ verdwijnt, komt het Zelf naar voren. Waarom zou je je gekwetst voelen? Waarom zou je je slecht voelen? Waarom zou je anderen kwetsen? Oké, goed, ze hebben je bedrogen, geen probleem; zolang jij maar niemand bedrogen hebt; dus wees blij! Maar eenmaal je zonder ego bent en je jezelf hebt overgegeven kan niemand je bedriegen. Kun je dat begrijpen? Niemand kan je bedriegen, omdat er een hogere kracht is die voor je zorgt. Op die manier moeten we Boeddha proberen te begrijpen. Zo zouden we inzicht moeten krijgen in onze kwaliteiten van Boeddha. Zo kan ons ego opgelost raken. Als je zegt:

“Moeder, we geven ons aan u over”, dan betekent dat gewoon dat je dat vreselijke ego voorgoed op vakantie stuurt, dat betekent het. Zo verdwijnt dit ego. Ik denk dat op dit moment al jullie Agnya’s zich hebben geopend, op de een of andere manier. En dan lach je overal om; je kunt om jezelf lachen; en je geniet gewoon overal van.

Moge God jullie zegenen.



[1] Upanishaden: Het woord ‘upanishad’ betekent letterlijk: ‘neerzitten bij’ en duidt op het zitten van de leerling aan de voeten van de meester. Vandaar dat ‘upanishad’ ook ‘onderrichting’ betekent. De Upanishaden zijn oude, Hindoeïstische geschriften; ze vormen als het ware een filosofisch aanhangsel bij de hymnen en voorschriften van de Veda’s.

[2] Spirit: de Atman, het Zelf, de diepste (goddelijke) essentie van ons wezen, die zuivere liefde, vreugde en bewustzijn is

[3] sahaj: sahaja, spontaan, aangeboren, volgens de cultuur van Sahaja Yoga

[4] nirakar: zonder (fysieke) vorm

[5] Ishwara: God

[6] ksham (soms ook Kshum geschreven): ”Ik vergeef”; bija mantra voor het superego

[7] bija mantra: ‘bija’ betekent ‘zaad’; bija mantra’s zijn zeer oude, oorspronkelijke mantra’s gebaseerd op de klanken die de Kundalini voortbrengt wanneer ze opstijgt en de verschillende chakra’s doorboort. Voor elke chakra bestaan er een aantal specifieke ‘bija mantra’s’ die diep inwerken op het subtiele lichaam (aantal stemt overeen met het aantal bloembladen of petalen van elke chakra)

[8] ham: ”Ik ben (de Spirit)”; bija mantra voor het ego (maakt nederig)

[9] prana: vitale levensenergie, adem