Shri Krishna Puja – Eèn worden met de Virata

(Nirmal Temple)


IMPORTANT NOTICE. Some links are hidden, please check your member yogi status 1991-0901 Shri Krishna Puja (Sahaja Library) on Vimeo
Feedback
Share

Shri Krishna Puja – Eèn worden met de Virata – Cabelle Ligure, Italië – 01/09/1991

Translation not verified. Dear yogi, register as volunteer to do so.
Vertaling niet geverifieerd. Beste yogi, registreer als vrijwilliger om dit te doen.

Vandaag besloten we de Yogeshwara te vereren.

Ik denk dat dit voor ons de belangrijkste naam is van Shri Krishna. Dit betekent dat hij de Ishwara is van de yoga. Zoals jullie weten, betekent yoga vereniging met het Goddelijke. Maar Yoga heeft ook nog een andere betekenis, namelijk yukti. Het woord yukti is onmogelijk precies te vertalen in het Engels. We kunnen het vertalen als “truc” (handigheid), maar “truc” wordt altijd geassocieerd met iets grappigs en slecht. Deze yukti betekent techniek, maar “techniek” is mechanisch. Ik kon geen ander woord vinden voor yukti. We kunnen ook zeggen dat het betekent: het kennen van de techniek, of dat de truc van de techniek een andere betekenis is van yoga, yukti. Zelfs al ben je verbonden en je kent de techniek van de vereniging niet, dan is dat nutteloos, het levert niets op. Na de realisatie moet je dus én de techniek én de truc van (het meesterschap over) de techniek leren. Wanneer we het Krishna-niveau bereiken, gaat het om een incarnatie die na Shri Rama komt.

Shri Rama kwam (incarneerde) als een Maryada Purushotama.

Dit is iemand die het complete ideaal van de maryada’s vertegenwoordigt en een weldoende koning is. Maar bij Shri Krishna was het iets anders, omdat de mensen zeer ernstig en erg gedisciplineerd geworden waren. Zij leidden een leven dat over-dharmisch was, zou je kunnen zeggen, zodat ze op een bepaald niveau gefixeerd geraakten. Zij dachten zelfs dat ze het doel bereikt hadden als ze al die dingen elke dag deden. Daarom kwam Shri Vishnu als Shri Krishna, om ons te vertellen over de spirituele groei en dat alles maar een spel is. Maar alleen iemand die meester is van het spel, kan het spel spelen. Je moet het spel kennen. Veronderstel dat je verbindingen hebt, elektrische verbindingen en je weet niet hoe je ermee moet omgaan, maar je doet het. Je weet ook niet hoe je connecties moet leggen, maar je speelt. Als je enkel de techniek kent, krijg je stevige hoofdpijn. Je zal voortdurend denken: “Dit moet gebeuren en dat moet gebeuren, deze verbinding is niet goed, die moet verbeterd worden.” Je wordt moe en je verveelt je.

Als het echter slechts een spel voor jou is, enkel een spel -voor elk meester is het een spel! – als het enkel een spel is, dan word je niet moe. Het is prettig. Het is plezierig.

Dat is “leela”. Dat is ook waarom Hij Leeladhara genoemd wordt, omdat Hij een meester is. Hij kwam als een meester, een meester en geen guru, maar een meester van al de kundigheden van Yoga: Yukti. Hij is zo behendig, zo bekwaam, dat het voor hem een spel is. Dit alles is een spel voor hem en je moet dus beseffen dat al wat je doet in Yoga een spel moet zijn. Bijvoorbeeld om vijf uur ’s morgens opstaan zou een spel moeten zijn. ’s Morgens sta je op. De zon is nog niet op om je te vertellen wat je moet doen. De maan is weg en in deze schemering of lichte duisternis sta je op en het is zeer mooi.

Dan ga je zitten voor je dhyana. Dit is niet ernstig, het is niet vervelend, het is een spel, maar om dat zo te kunnen doen, moet je een meester zijn. Als je een meester van de yoga bent, dan is het een spel. Eerst moet je dus de staat van Shri Rama bereiken. Je wordt echt Vishwa Nirmala Dharmi, zodat het voor jou spel wordt.

De verbinding met het Goddelijke moet over de hele wereld verspreid worden. De hele wereld moet deze verbinding krijgen die jullie ontvangen hebben. Daartoe deed Shri Krishna iets zeer eenvoudigs in zijn kindertijd. Het ziet er erg kinderachtig, erg kinderlijk uit.

Zoals toen Hij bijvoorbeeld de kleren van de gopi’s verstopte, terwijl zij een bad namen. Indische vrouwen zijn nooit volledig naakt, nooit.

Hij verstopte hun sari’s en andere spullen en deze kleine jongen kon zo hun rug zien. Hij zit daar in een boom, terwijl Hij probeert hun Kundalini omhoog te brengen. Zij komen uit de rivier Yamuna, die gevibreerd is door Radha. Er zijn al vibraties als hun Kundalini omhoog gaat. Vervolgens scheppen ze water en van achter hun rug breekt Hij de kruiken waarin ook gevibreerd water zit. Al dit gevibreerd water stroomt over hun rug en op die wijze probeert Shri Krishna kun Kundalini te doen ontwaken. Zien jullie het spel van een kind! Hoe Hij probeerde te spelen in zijn kindertijd! Net als een kind. Later zien we deze kinderlijke vaardigheid terug in de manier waarop Hij omgaat met politiek, met mensen, met communicatie, met alles.

Zijn kracht was Radha, Ra-dha. “Ra”betekent energie,”dha”betekent diegene die ondersteunt:Ra-dha. Dus is Ra-dha diegene die de energie ondersteunt. De eerste kwaliteit die Hij van Haar kreeg, is dat Zij aladha dayini is. Ik vind geen woord in het Engels voor aladha. Aladha ontstaat als je iets moois ziet en je vreugde voelt en je heel gelukkig wordt. Zoals je weet, zijn er maar weinig woorden in het Engels om vreugde (joy) of geluk te vertalen. Aladha is dat soort van vreugde dat je voelt als je frisse lucht inademt. Zoals je dan voelt, dat is aladha.

Zij is aladha dayini, de gever van aladha. Met haar kracht kon Hij deze aladha laten uitwerken voor al de mensen met wie hij verbonden was.

Al de gopa’s en gopi’s die bij Hem waren, moesten rasa doen. Ra is “energie”, sa betekent “met”. Dansen met de energie is Radhaji.

Hij speelde fluit en Zij danste. De energie stroomde door haar handen naar de mensen en de Kundalini kon ontwaken. Dit was één van zijn spelletjes. Enkel al spelend bracht Hij de Kundalini omhoog.

Maar in deze moderne tijd is het heel moeilijk om op die manier de Kundalini te laten ontwaken. Ik bedoel: niemand zou het begrijpen.

In deze tijd brengt Sahaja Yoga niet alleen het ontwaken van de Kundalini, maar ook de volledige kennis van Sahaja Yoga en de kracht om anderen hun realisatie te geven. Dit is een enorme taak. Daarom moesten we ook methodes zoeken om realisatie aan anderen te geven. In die dagen werd de Kundalini opgewekt, maar was de Sahasrara niet doorboord. De Kundalini bleef ergens hangen in de agnya of misschien in het hart, of ergens anders. Deze mensen werden zoekers.

En dit is de reden waarom er hier vandaag zoveel Sahaja Yogi’s zijn wiens Sahasrara open is. Zij allen kennen de yukti van Sahaja Yoga.

Er zijn echter steeds subtielere yukti’s van Sahaja Yoga die je moet leren beheersen. De eerste is dat Zijn karakter madhuri was, wat zachtheid betekent. Zachtheid. We zeggen: zo zacht (zoet) als honing.

Als Hij met iemand praatte, als Hij met iemand in contact kwam, was het met zachtheid. Heb je die capaciteit bij jezelf nog niet ontwikkeld, dan ben je nog nergens in Yoga. Praat automatisch zacht met elkaar.

Alles is voor hem madhuri: zijn praten, zijn handelingen, zijn gezicht. Alles is madhuri. Als we over communicatie praten, dan is het hoogste de communicatie tussen mensen. En als we het hebben over communicatie tussen mensen, dan denken veel mensen dat je een betere communicatie bereikt door agressie. Dit is niet waar.

Als je iets wil van iemand, dan ga je naar hem toe en je praat met hem: “Ik wil dit hebben. Hoe kan ik het doen? Zus en zo!” Het resultaat is “nee!” Maar als je zacht bent, als je zacht praat, dan zal negenennegentig procent opgelost geraken. Hoe je met lieflijkheid mensen zachter kunt maken, hoe je dat kunt doen, is een techniek die je moet leren, hoe je met zachtheid de hardheid van de mensen kunt wegnemen. Dat is één van zijn speciale kwaliteiten. Praat met iemand anders op een zachte en natuurlijke manier en het probleem tussen die persoon en jou zal zeker opgelost geraken. Absoluut!

Er zijn zoveel technieken, maar hoe je precies met iemand moet praten, is één van de belangrijkste dingen die je moet leren. Eerst en vooral moet je laten blijken dat je minder intelligent bent dan iemand anders. Als Ik met wetenschapslui praat, zeg Ik: “Sorry, maar Ik weet niets van wetenschap. In die wetenschap ben Ik niet thuis.”

Op die manier voelen zij: “O, heel goed …” Als je met een muzikant praat, dan zeg je dat je niet veel van muziek kent, dat je maar een klein beetje geleerd hebt, niet veel, een klein beetje maar …

De muzikant zal zich erg gelukkig voelen. Je kan dat strelen van het ego noemen, dat kan je doen, maar het kan geen kwaad dat je tegen iemand anders zegt dat je niets bent in vergelijking met hem. De eerste techniek is dus volledige nederigheid als je met iemand praat. Dat is een teken van grootheid, van voltooiing, zoals de bomen buigen als ze beladen zijn met fruit. Het eerste wat je dus moet doen, is zeggen dat je niemand bent, dat je niets begrijpt, maar dat je het graag zou horen.

Dit is het eerste. De eerste kwaliteit in communicatie is dat je zeer nederig moet zijn over jezelf. De andere moet niet weten wie je bent. Dit geeft veel plezier!

Ik kan bijvoorbeeld zeggen…Ik kan over Mijzelf zeggen dat mijn echtgenoot erg hooggeplaatst was in India. Ik ontmoette in Delhi een vriendin met wie Ik op school en op de universiteit gezeten had.

Ze vroeg Me waar Ik woonde. Ik vertelde haar dat Ik in Minabagh woonde. Dat is een klein, onnozel plaatsje waar gewone ambtenaren woonden. We woonden daar, omdat we nog geen huis toegewezen gekregen hadden. Tijdelijk woonden we daar. “Wat,” zei ze, wat doet je echtgenoot dan?” “Hij is rijksambtenaar.” Meer zei Ik niet.

Op dat ogenblik kwam mijn echtgenoot naar beneden. Hij keek naar Me en glimlachte. “Ken je hem?” vroeg ze. “Dat is m’n echtgenoot.”

Ze schrok. “Hij is jouw echtgenoot? O God, waarom vertelde je me dat niet?” Onmiddellijk veranderde alles. Ze was beschaamd dat ze op Me neergekeken had, omdat Ik slechts met een klerk of zoiets getrouwd was. Het beste is nederig te zijn. Wees nederig in alles.

Ik weet dat sommige Sahaja Yogi’s zeggen: “Moeder heeft mij zoveel krachten gegeven. Ik kan dit doen. Ik kan dat doen.” Dit opschepperig gedoe is niet nodig: “Ik heb geen krachten, zie je. I

k ben maar een Sahaja Yogi. Maar als je wil, kan ik proberen.” Je moet nederig zijn, zoveel je kan. Oefen dit thuis. Eerst moet je oefenen en dan toepassen. Dit is één van de grootste kwaliteiten in de communicatie met anderen.

Het tweede punt als je de hele Gita leest, is een heel belangrijk punt (krodh ath vijaya ti samodh?). Tussen al de erge dingen hebben we volgens de Gita zes vijanden. In de Gita is de eerste krodh, het begint met krodh, met boosheid. Als je binnen boosheid koestert, ben je helemaal geen meester. Het is voor een meester niet nodig om boos te worden, omdat hij ermee kan spelen. Hij kan je zo laten dansen. Waarom is het dan nog nodig om boos te worden? Heb je niet dit meesterschap om met mensen om te gaan, dan begin je je stem te verheffen na vijf à zes minuten praten.

Iets in je begint te blaffen, omdat deze woede nog in je aan het branden is. Maar als je een meester bent, mag er geen woede zijn. Dat is nutteloos. Het begint met krodha. Met krodha beginnen alle problemen, van het éne naar het andere, naar het andere, naar het andere…

We moeten dus goed uitkijken als we agressieve mensen zijn. Boosheid komt van de Vishuddhi. Boosheid begint in de lever, Vishnu, en wordt geuit door de Vishuddhi. Het gezicht wordt rood, de ogen worden rood. En met je mond begin je allerlei afschuwelijke dingen te zeggen.

Je hele expressie verandert als je boos bent. Je moet deze boosheid dus observeren. Waar zit ze? Waar bevindt de boosheid zich binnen in ons? Lever? In orde, ik corrigeer dat weer. Om dit te kunnen hanteren, moet je jezelf duidelijk onder de loep nemen. Vele mensen komen Me het volgende vertellen: “Moeder, deze dame is zeer heet gebakerd.

Ze is erg dominant. Ze doet dit, ze doet dat … Als je het haar zegt, reageert ze telkens met: ‘Nee, nee. Ik reageer niet zo. Ik ben erg goed. Waarom anderen dat zeggen! Ik weet het niet, maar ik ben erg goed!’ Punt, amen en uit.” Als iemand je zoiets vertelt, kijk dan eens naar jezelf. Word je dan boos, of niet? Word je kwaad?

Het is heel gemakkelijk dit vast te stellen. Zie het onder ogen.

De truc is jezelf bekijken en voor jezelf uit te maken hoeveel je nog tekort komt. Eerst is dus oprechte bescheidenheid belangrijk en ten tweede gelijkmoedigheid, geen opvliegendheid. Het is niet nodig om kwaad te worden. Je kan je dan het best afvragen: “Wat ben ik nu aan het doen? Waarom doe ik dit?” Als je iets doet, je weet wel, zo iets waarvan ik zou kunnen zeggen dat je het niet prettig vindt, dus je wil dat niet zeggen. Tot dat punt is het in orde. Je kan zeggen dat je het helemaal niet prettig vindt. Maar ga dan niet verder. Als je juist op dat punt stopt, dan zal de gewoonte van kwaad te worden, verdwijnen.

Die arrogantie, die weg moet, zal stilaan verdwijnen. Die arrogantie moet weg, die boosheid moet weg en je zal verstomd staan dat je je zo opgelucht zal voelen. Want eens deze woede opkomt, reageer je, je linker Vishuddhi zal catchen en je zal je schuldig voelen. Je voelt je dan erg slecht. Waarom zei ik dat? Ik had het niet mogen zeggen.

En je Vishuddhi blokkeert. Linker Vishuddhi betekent hoofdpijn.

Al je boosheid, je woede, al wat je hebt, begint zich op te stapelen zoals in een stapelplaats en dan catcht je linker Vishuddhi.

Je kent de problemen van de linker Vishuddhi.

Als je dus boos wordt op iemand, voel je dan niet schuldig, maar ga voor de spiegel staan en sla jezelf eens goed, één, twee, drie keer.

Word nu boos op jezelf. Dus: boos worden, voor de spiegel staan en slaan…zó. Probeer te acteren dat je boos bent. Je zal je niet meer schuldig voelen. Misschien zou nog kwader worden beter zijn. Op die manier ontlast je je linker Vishuddhi.

De volgende keer gebeurt het niet meer. Als je je schuldig voelt, dan wil dat zeggen dat je steeds weer in herhaling zult vallen. Mannen worden anders kwaad dan vrouwen. Soms ben Ik erg bezorgd in verband met de vrouwen: zij doen beroep op waterkracht(tranen) en dan ben Ik verloren. Degenen die een groot ego hebben, beginnen vlugger te huilen. Dat is een teken.

Als je iets tegen hen zegt, dan reageren ze met huilen … Hun linker Vishuddhi is al overvol, zoals een volle ballon, en als je eraan raakt, verandert hij in water. Maar het temperament van mannen is anders, zoals je weet. Als die boos worden, dan gaan ze een goed robbertje vechten, boksen iedereen overhoop, gaan keurig weer zitten en iets drinken. Laten we ermee ophouden, zeggen ze. Gedaan!

Maar vrouwen doen dat niet, ze kroppen het hier op en als ze het inhouden, dan worden het tranen. Iets anders is het als het tranen van vreugde zijn, van geluk of van medevoelen met anderen, maar dat is het nu juist niet. Het zijn tranen om anderen ervan te overtuigen dat ze zich erg ongelukkig voelen of iets van die aard.

Het tweede handigheidje bestaat erin je eigen temperament onder controle te houden en het derde hoe je het temperament van anderen kan controleren. Dat is zelfs beter. Ik weet niet of Ik jullie het verhaal al verteld heb van toen Ik bij (…?…) Maharaj was.

Hij was een erg heetgebakerde avdhuta die op een…ding zat.

Zijn benen had hij verloren, omdat hij erg veel hitte voortbracht en heel de tijd in het water zat en z’n voeten nutteloos geworden waren.

Hij verplaatst zich op een tijger, zegt men, die Ikzelf echter nooit gezien heb. Hij kent Mij en hij vertelde iedereen over Mij. Daarom ging Ik hem opzoeken. Er wordt van hem gezegd dat hij de regen kan controleren. Het was een steile klim van ongeveer anderhalf uur. Vanaf het moment dat Ik begon te stappen, begon het te regenen, regenen, regenen, werkelijk te gieten en hij kon het niet doen stoppen.

Dus voelde hij zich uitgedaagd. Toen Ik boven was, zag Ik hem zitten op zijn steen buiten de grot. Hij was razend en wist niet wat te beginnen. Ik bekeek hem, ging in zijn grot en ging fijntjes zitten. Dan kwam hij binnen. Ze brachten hem binnen. Hij raakte mijn voeten aan.

Alles deed hij (wat gedaan moet worden). Dan vroeg hij:”Waarom hebt U mij niet toegestaan de regen te stoppen?” Want Ik was kletsnat. “Ik ben erg boos met die regen.” Waarom deed Ik zoiets? “Om mijn ego te testen?” “Nee, nee,” antwoordde Ik, “helemaal niet. Ik wist zelfs niet dat u een ego had. “Waarom dan? Omdat Ik een meester ben, zoals U weet!” Ik zei hem: “U bent een sanyassin en u kocht een sari voor me, een oranje sari. Ik kan geen oranje sari van u aannemen. Gelijk welke sari kan Ik niet aannemen, daar u een sanyassin bent. Maar Ik moest kletsnat worden, om aan die sari te geraken, nietwaar?”

Hij kalmeerde onmiddellijk. Maar Ik moest de meester blijven, eerst weten hoe hem te kalmeren en dan hoe zijn geest te controleren.

Dit is het meer subtiele deel. Als je een meester bent, kan je van iemand weten wat hij voor je gedaan heeft, wat hij voor je klaargemaakt heeft, wat er op je afkomt. Ik zou niet zeggen dat je alles van de toekomst weet, maar als je probeert over deze persoon iets te weten te komen, dan weet je alles over hem.

Zo eenvoudig is dat. Probeer hem eerst te begrijpen. Mijn vader kende een heleboel van die handigheidjes. Hij was ook erg humoristisch.

Op een dag vertelde mijn broer, Baba Mama, Me dat hij een vriend had die prachtig kon zingen. Ik vroeg mijn vader: “Hoe zingt hij?” “Hij is erg moedig,” antwoordde mijn vader. “Waarom?” zei Ik. “Hij zingt zelfs als hij het (de muziek) niet kent, dat is het probleem.” Wat een exacte beschrijving gaf hij Me! Deze jongeman was erg moedig. Hij weet het niet, maar hij zingt erg goed. Hij zei “moedig”, hij zei niets negatiefs over hem:”Hij is erg moedig!” maar gaf me een volledige beschrijving van de jongeman: je moet opletten, soms zingt hij op een rare manier en je mag niet lachen. Dit alles zat in het woord “moedig”. Op dezelfde manier kan je iemand bestuderen en hem dan op dezelfde interessante manier beschrijven. En je zal niet voelen dat deze persoon die of die slechte gewoonte heeft of dat dit of dat verkeerd is met hem. Je beschrijft gewoon: het is een deel van die persoon. Het is een manier om iemand in z’n totaliteit, met al zijn tekortkomingen en kwaliteiten, te kennen en hem te accepteren zoals hij is.

Als je dit meesterschap hebt…Hoe zal het verlopen? Als je aandacht niet op zijn kwaliteiten gericht is, zal je enkel zijn slechte kanten kennen. Als je daarentegen alleen zijn kwaliteiten kent, zullen de slechtere kanten niet verborgen blijven. Ze zullen een beetje masala aan z’n karakter toevoegen. Je zal het aanvoelen: “Ah, dat is het. Hij is een beetje zo, er zijn kleine beetjes swara’s aan z’n karakter toegevoegd.” Je zult het niet zo erg vinden en je zult genieten.

Mijn schoonzoon is dol op honden, maar zijn vrouw wil geen honden in huis. Dat is een flat. Zij maken dus ruzie over honden. Prabhat zei Me dat hij Me nauwelijks te zien krijgt. “Dat is niet zoals het hoort,” zei Ik, “maar volgende keer zal Ik als hond komen.” Onmiddellijk begreep hij het. Door de wijze waarop je spreekt, kan je aan iemand suggereren wat er zo speciaal met hem is, wat zijn tekortkomingen zijn. Je hoeft het alleen niet rechtstreeks te zeggen. Zeg je het onrechtstreeks, op een humoristische manier, dan zal hij het begrijpen. In communicatie met de anderen moet je humor gebruiken. Maar meestal lachen mensen als iemand bijvoorbeeld niet goed kan gaan. Als het een fysiek gebrek is, zullen ze lachen. Als hij z’n haar niet goed gekamd heeft, lachen ze. Als het om iets oppervlakkigs gaat, lachen ze.

Dit is echter geen humor, maar een soort van kritiek leveren doorheen de lach. Voor sommige mensen bestaat humor er in dat ze sarcastische dingen zeggen, wat niet goed is. Als je een sarcastisch woord tegen iemand zegt, denk je dat je geweldig bent, maar dan wil die persoon nooit meer van je weten. Hij zal zich herinneren wat je tegen hem zei. Sarcasme is helemaal tegen jullie (aard), tegen Sahaja Yoga.

Als je iets te zeggen hebt, zeg het dan op zo’n manier dat het de andere geen pijn doet. Hij zal genieten van die subtiele humor en direct begrijpen wat er eigenlijk verkeerd met hem is.

Wil je op een humoristische wijze iemand iets vertellen, dan hoef je niet rechtstreeks te zeggen: “Jij bent zo en zo.” Ik zal eerder zeggen dat er een lelijke vrouw naar mijn huis kwam. Op die manier kan Ik al zijn kwaliteiten overbrengen op die vrouw en hem vertellen dat die vrouw zus en zo handelde. Onmiddellijk zal je je beginnen afvragen of Moeder iets zegt over jou of over die vrouw. Breng het dus op iemand anders over. Het op iemand anders overbrengen is de beste methode.

Bijvoorbeeld: je wil tijdig al de namen van de mensen die naar de puja komen. Dit keer zijn het de Amerikanen (die de puja organiseren).

En je zegt dat de Amerikanen daarom gevraagd hebben.

De Amerikanen hebben om al de namen gevraagd. Ik vertel dus geen leugen. Op die manier zullen de mensen niet kwaad worden op jou, wel op de Amerikanen, maar dat is niet erg. Tenminste in dit geval niet. Transponeer het en deze transpositie -astanta wordt dit genoemd- is als het doorgeven van de ene hand in de andere. Shri Krishna was daarin een expert.

Er is een verhaal over hem, waarin hij “Ranchordas” genoemd wordt, wat betekent: hij die van het slagveld wegliep. Hij vond het niet erg:”Ik liep weg, en wat dan nog?” De reden was de volgende. Er was een heel slechte rakshasa die van Brahmadeva allerlei gunsten gekregen had. Shri Krishna wist niet hoe hij er moest aan beginnen. Niemand wist het. En die rakshasa vermoordde zoveel mensen. Shri Krishna bedacht dus een truc: geef het aan iemand anders over. Hij kende een andere grote yogi, een speciaal type, die gemediteerd had en van dezelfde Brahmadeva een gunst verkregen had: “Als iemand mij stoort tijdens mijn slaap en ik doe mijn ogen open en ik kijk naar deze persoon, dan zal hij tot as vergaan:basma.” Shri Krishna dacht dus: “’t Is beter dat Ik deze taak aan hem overdraag.” Hij liep dus weg van het slagveld en de rakshasa volgde hem. Shri Krishna sloop stil de grot binnen van de avdhuta, legde zijn sjaal op diens hoofd en verstopte zich in de grot. Toen de rakshasa binnenkwam, dacht hij dat het Shri Krishna was die sliep. De rakshasa dacht: “Ha, je bent moe en je slaapt… eens zien hoe je jezelf zal redden!” En hij maakte hem wakker.

De avdhuta werd wakker, bekeek de raskhasa en die veranderde in basma. Geef je taak over aan iemand die daar meer voor geschikt is in plaats van het zelf te doen. Je kan natuurlijk ook recht vooruit gaan: “Kom op, ik zal met je vechten.” Je kan niet winnen. Het is een guerrillaoorlog, zo kan je het noemen. Geef het aan iemand anders over. Je kan het aan iemand anders overgeven, met wie je bovendien bevriend kan worden. Vlei z’n ego. Doe al wat je wil. Het belangrijkste is echter dat je van al die ziektes, het slechte, van rakshasa’s verlost geraakt.

Je kan het dus overdragen op om het even wie. Zo gebruikte Shri Krishna al spelend verscheidene trucs.

In de Mahabharata beschikte Bishma over een (speciale) zegen, namelijk dat niemand hem kon doden tenzij hijzelf wilde sterven.

Shri Krishna besloot dus een paar trucs te gebruiken.

Hij zei tot Arjuna…Hij zei het aan Arjuna, Hij deed het niet zelf -Shri Krishna was enkel de wagenmenner: sarat- dat ze Bishma moesten doen slapen op pijlen(van Arjuna). Laat zijn lichaam op pijlen rusten, dan moet hij wel beslissen om te sterven. Maar bij de Kaurava’s was er ook een grote guru, namelijk Dronacharya, die tevens de guru van Arjuna was en Arjuna vocht langs de kant van de Pandava’s. Hoe moesten ze nu die Dronacharya doden? Groot probleem! Dronacharya kende namelijk al de knepen van het boogschieten.

Hoe zouden ze zich kunnen redden, want hij was een meester in het boogschieten en Arjuna was zijn leerling? Hoe moesten ze beletten, hoe moesten ze dan beletten dat Dronacharya de kans kreeg om de pijlen van Arjuna te beantwoorden? Hoe moesten ze dat doen, hem beletten om terug te schieten, want hij was een meester. Shri Krishna organiseerde alles op een zeer speciale manier. Hij zocht een Shikundi, een eunuch uit, maar wat kan je met een eunuch doen? Hoe hij eunuch werd, is een heel verhaal, maar hij plaatste hem voor Arjuna.

In India worden de eunuchen aanzien als vrouwen. Dronacharya zei dat hij geen vrouw kon doodschieten, en zo doodden ze Dronacharya.

Hoofdzaak is dat je van het slechte verlost geraakt, daarvoor gebruik je deze trucs. Als je het dus zelf niet aankunt, als je van het slechte af wil zijn, is het beter iemand anders te vragen, want van het kwade afgeraken is erg belangrijk. Als je het kunt overgeven aan iemand die wel competent is, en je doet dit in alle nederigheid, dan is dat veel beter dan iemand direct aan te vallen, want dat is een dwaasheid. Het heeft geen zin. Dat was helemaal een truck van Shri Krishna.

Heb je de Mahabharata gezien? Shri Krishna stelde Arjuna voor de keuze dat hij ofwel hemzelf, ofwel zijn leger mocht hebben. Dit voorstel deed Hij ook aan de Kaurava’s. De Kaurava’s kozen voor zijn leger. En hij (Arjuna) zei: “Shri Krishna, je staat dus aan onze kant.”

Maar Shri Krishna zei: “Neen, Ik zal enkel wagenmenner zijn.

Ik zal geen wapens gebruiken.” Maar Hij was wel een meester in trucs. Hij heeft geen wapens nodig. Zonder wapens bereikt Hij ook wat Hij wil. Arjuna zei: “Akkoord, U zal mijn wagenmenner zijn. Daar Shri Krishna alles wist van alles en iedereen, glimlachte Hij bijna altijd. Als iemand Mij iets vertelt, zit Ik vaak ook te glimlachen, maar Ik probeer dit te controleren, want Ik wil niet dat men het ziet. Ik weet wat ze doen, wat ze van plan zijn, wat hun trucs zijn, want omdat je zelf een meester bent in trucs ken je ze allemaal en weet je wat voor spelletjes ze met je spelen.

Glimlach erom, glimlach op een zachte manier: “Ah, dat is het, natuurlijk, natuurlijk, ongetwijfeld is dit waar.” Je zal verbaasd zijn. Je zal zien dat je communicatie met anderen sterk zal verbeteren.”

Sommige mensen in de Sahaja Yoga zijn heel gewoon. Heel gewoon. Ze kwamen naar Mij en vertelden Me dat hun leider gezegd had dat ze bhootish waren. Wat is bhootish? Een ander zei: “Hij zei me dat ik een bhoot ben.” Een ander repliceerde: “Neen, Moeder hij zei me dat ik een bhoot in me heb. Wat zijn deze drie categorieën? Vertel het ons.” Waarom iemand vertellen dat hij bhootish is? Dat is niet nodig.

Als je weet wat je er moet aan doen, zeg dan alleen: linker Swadisthana.” Corrigeer het, neem het weg. Vraag hem of hij een guru of zo had. Als het iemand is met een goed karakter, een goede persoon, dan is het zelfs nog belangrijker. Je zou hem niets moeten zeggen.

Je ziet een badha van buitenaf. We moeten die gewoon wegnemen. Maar als een persoon Agnya en al deze dingen heeft en hij heeft daarbij linker Swadistana, dan moet je natuurlijk zeggen: we kunnen je niet helpen, omdat je weet dat hij sluw is. Wat is het nut daarmee te spelen? Maar in Sahaja Yoga vergeten we dit. Tegen iedereen die komt, zeggen we: “Kom er maar bij! Kom er maar bij! Kom er maar bij!”

Niet iedereen is geschikt voor Sahaja Yoga. Dat moet men weten.

Niet de hele wereld.

Sahaja Yoga kan alleen gegeven worden aan mensen die het verdienen, die zoekers zijn, die dappere vira’s zijn. Het is niet bedoeld voor gewone mensen. We openen onze deur voor alle mensen en iedereen komt binnen. We werken zeer hard op hen, doen van alles voor hen en we ervaren dat ze ons problemen bezorgen. Begin dus met de eenvoudige mensen, zoals Shri Krishna begon met de gopa’s en de gopi’s. Vervolgens kunnen we nagaan of we ons collectief kunnen inlaten met iemand die gecompliceerd is. Het heeft geen zin om (te proberen) een Hitler of een Rajneesh te transformeren. Dat is niet mogelijk. In Sahaja Yoga moet je niet proberen onmogelijke taken op je te nemen. Doe zoals Shri Krishna voordeed: hij vermeed dingen die Hij niet wilde doen of die Hij niet wilde weten. Hij deed dit omdat Hij een grote meester was. Voor hem was het natuurlijk niet nodig om aan introspectie te doen, zichzelf te overmeesteren, omdat Hij zichzelf kende. Hij is de Ishwara van de Yoga. Hij wist alles. Als je alles weet, dan is het niet nodig om meester te worden. Wat zal je overmeesteren? Integendeel, je zal bang worden van jezelf omdat je zoveel weet. Het beste is in de omgang met mekaar jezelf goed te kennen in Sahaja Yoga: “Dat is mijn specialiteit. Daaraan kan je zien hoe ik mezelf voortdurend kritisch bekijk.

Waarom zeg ik zoiets? Wat zit er in mijn brein verborgen?” Je moet je eigen negativiteit klaar en duidelijk zien. Ik moet jullie al heel dikwijls verteld hebben dat de westerse negativiteit erin bestaat dat hun brein altijd op zoek is naar de mogelijkheid om aan meer werk te ontsnappen.

Ze houden niet van werken. Als je hen bijvoorbeeld vraagt om naar iemand te telefoneren, zullen ze je wel tien verschillende verontschuldigingen opgeven (om het niet te moeten doen): hij is er misschien niet, z’n vrouw zal schreeuwen, hij is misschien naar zijn werk, het is tien uur, het is dit, het is dat … Maar als je telefoneert, is hij er. Maar ze zullen niet bellen! Honderd excuses. Tegenwoordig zijn er nieuwe excuses: de computer werkte niet, de fax was stuk, maar buiten je brein werkt alles. Het is het omgekeerde: je brein werkt niet en niets werkt, de lampen branden niet … wat het ook moge zijn.

Maar je moet leren waarom je geen oplossing kan vinden: ik moet iets doen. Zoals Ik jullie verteld heb van het uiteinde van de wortel.

Het draait (groeit) rond en rond, gaat op zoek naar de bron van het water. Wat doen wij ervoor? Als iets niet voor je geschikt is, doe dan iets anders. Als je dit ook niet kunt, nog iets anders. Vanuit niets kan je zoveel doen, maar als je altijd denkt: dit kan niet gedaan worden, dat kan niet gedaan worden… Niét met Shri Krishna. Hij was immers een incarnatie van de Virata. Hij was de meester van de meesters.

Zoals wanneer Draupadi -Draupadi was eigenlijk zijn zuster Vishnumaya- in moeilijkheden was, dacht ze aan Shri Krishna. Ze wilde haar sari niet loslaten toen Duryodhana eraan trok. Ze hield haar sari in haar mond en zei “Kri”. Ze wilde Krishna zeggen, maar de sari zou vallen als ze “shna” zei. Daarom hield ze hem vast. Zo vlug ze “shna” zei, viel haar sari. Dan wordt de reactie van Shri Krishna beschreven, Deze klank ging naar Dwarika. Waar is Dwarika en waar is Hastinapur? Op z’n minst op een afstand van tweeduizend mijl. Maar de klank ging door de Chaitanya en veroorzaakte daar een groot geluid: shankar chakra gadhapad. Shankar, chakra, gadhapad zijn de wapens zoals je weet. Hij nam ze en kwam op zijn Garuda om de kuisheid van zijn zuster te redden. Direct. Spontaan, op dat moment.

Hij kon gezegd hebben: “In orde, laat maar, Ik stuur haar een sari, Ik ga dan later wel.” Ik ben zeker dat Hij mijn sari’s gestolen heeft, de sari’s die jullie mij gegeven hebben voor mijn puja’s. Er zijn er teveel.

Zo voel Ik het. Waar haalde Hij al die sari’s om ze aan haar te geven? Moet van mijn eigen verzameling zijn! Ik ben er zeker van.

Daarom hebben jullie Mij zoveel sari’s geschonken, opdat Hij de kuisheid van vele vrouwen zou kunnen beschermen. Dit alles is sterk met elkaar verweven, staat zo met elkaar in verbinding, is zo één, zo verenigd.

Het is één groot spel, maar jullie kunnen het niet zien. Maar als jullie in jezelf geloven, als jullie echt geloven dat jullie Sahaja Yogi’s zijn, in wat jullie kwaliteiten zijn, in wat jullie zelf zijn, in wat jullie waarde is, dan ben Ik zeker dat jullie meesters kunnen worden. Maar eerst en vooral hechten we te weinig waarde aan onze zelfrealisatie.

We weten niet waartoe we in staat zijn, wat we kunnen doen. Nog altijd denk je: “Ik ben maar een heel gewoon mens. Moeder heeft me zelfrealisatie gegeven, maar ik ben nooit naar de universiteit geweest.” Niemand is naar de universiteit geweest. Christus is nooit naar de universiteit geweest, Rama ging niet naar de universiteit, Krishna ging nooit naar de universiteit, Christus ging nooit naar de universiteit.

Hij was een gewoon man, de zoon van een timmerman. Maar jullie zijn gerealiseerde mensen, die hun waarde niet kennen. Wanneer je dat beseft, zal je over alles glimlachen. Je weet niet dat je op de top van de wereld zit. Als je dat weet, zal het meesterschap vanzelf komen.

Anders zit je als meester onder de voet van je leerling. Hoe zal dat eruit zien? Dat is niet zo omdat je wil domineren, maar je hebt je taak, je bent verantwoordelijk. Je weet alles, je weet wat je moet doen, hoe je het moet aanpakken. Dit is het meesterschap dat je moet proberen te verkrijgen. Het is mogelijk, absoluut mogelijk om dit te doen, voor jullie allemaal, maar eerst en vooral moeten we weten hoe we onszelf de baas kunnen worden. Maar dan vragen de mensen meteen: “Moeder dat is het moeilijkste: onszelf onder de knie te krijgen.”

Dat versta Ik niet. Waarom? Je probeert meester te zijn over iemand anders, waarom kan je dan geen meester zijn over jezelf?

Je Zelf heb je altijd bij je. Jij bent met je Zelf samen. Het is van jou, het is jouw eigendom. Als je het eigendom van iemand anders kan corrigeren, waarom dan niet je eigen eigendom? Dat zou zeer gemakkelijk moeten zijn. Maar je bent er niet zeker van dat het van jou is en je weet niet of je het wel kunt. Maar je kunt het. Je hebt (voldoende) zelfkennis. Waarom zou je het dan niet doen?

Waarom zou je niet proberen jezelf kritisch te bekijken, dan zal je zien dat je alle technieken kent, de yukti. Ik moet je niet vertellen dat je dit moet doen, dat moet doen, niets van dat alles. Jijzelf zal het weten. Kom toch. We weten zoveel over kleine, kleine dingen, over gewone materiële dingen. Iets valt, goed, ondersteun het.

Dit gebeurt, zet het op een andere manier. Maar in het spirituele leven is het zeer gemakkelijk, omdat je je in de oceaan van kennis bevindt.

Maar als je niet beseft dat je je in de oceaan van kennis bevindt, dan zal je ook de technieken niet kennen om met anderen om te gaan.

Het hoofddoel van onze communicatie is de hele wereld te emanciperen, ze allemaal emanciperen, ze allemaal uit hun onwetendheid te halen. Daarom moeten we ons meesterschap ontwikkelen en ons niet verliezen in allerlei nonsens. Dit meesterschap moeten we ontwikkelen door onder andere -om te beginnen- elke morgen vroeg te mediteren.

Dat is nodig. Vervolgens moet je jezelf onder ogen zien.

De hele tijd: “Waarom zei ik dit? Ach, dat moet het zijn.

Dit is het woord dat ik meepikte van die persoon.”

Als je jezelf kritisch bekijkt, zal je merken dat je de realiteit probeert te ontlopen en dat je enkel je brein gebruikt. Je brein liegt je van alles voor en vertelt je: OK, haal het.

Het laatste, niet het minst belangrijkste, is dat Shri Krishna een expert is in drama. Hij creëert het drama, Hij acteert in het drama, maar is ook toeschouwer. In deze drie gedaanten zou je jezelf moeten bekijken.

Je maakt een drama van jezelf: “Aha, dit is’t. Kijk eens, hoe ik hier acteer!” Dan word je automatisch ook toeschouwer.

Probeer toeschouwer van je eigen drama’s te worden.

Dan zal je je realiseren wat je aan het doen bent, hoe je alles uitwerkt. Dan zal de begoocheling die we altijd over onszelf hebben, verdwijnen. Als een artiest weet dat hij ook toeschouwer is, als hij zichzelf ziet als degene die speelt, als hij weet dat hij toeschouwer is, dan kan hij zichzelf niet om de tuin leiden, omdat hij er zich van bewust is dat hij acteert. Deze zelfbegoocheling moet je dus trachten te vermijden.

Laten we dat goed onder ogen zien. Maar er is ook een andere manier om eruit te geraken -mensen zoeken vele wegen en vinden die ook- zoals wanneer je iemand vraagt: “Waarom schrijf jij geen brief?” “Ik weet het wel. Ik weet het.” “Vind je niet dat je een brief had moeten schrijven aan die persoon die zoveel voor je gedaan heeft? Denk je ook niet dat het slecht is van jou en wreed om deze brief niet geschreven te hebben?” “Dat weet ik.” “Wat betekent dit: ‘ik weet het?’:

Ik weet dat ik slecht ben? Ik weet dat het dom was? Ik weet dat ik het niet had mogen doen? Ook dat weet ik. Wat nu?” Zij denken dat alles weer in orde is, als ze het opgebiecht hebben.

Dit is een nieuwe vluchtroute, die in de tijd van Shri Krishna nog niet bestond. Het is een moderne manier van reageren, waarbij mensen zeggen: “Ik weet het, in orde, en dan? Ik ben een zondaar, wat dan nog?” Dit is de keerzijde. Eerst komt het besef dat ik verkeerd deed en daarop volgt: en dan? Wat is daar verkeerd aan?

Dit is het punt waarop je begint te ontsporen en dan leidt het je van het één naar het ander. Als ik dit inzie, waarom corrigeer ik mezelf dan niet? Zo moet het zijn. Ik weet dat ik zo ben. Ik weet het.

Als je dat weet, dan ken je ook de techniek om ervan af te geraken, omdat je onthecht bent van deze persoonlijkheid, waarvan je weet dat je ze kan veranderen. Dat is yoga: als je aandacht één is met het Goddelijke, als je zo onthecht bent van jezelf zodat je het kunt zién, dan zijn al je gehechtheden aan andere dingen weg. En de kracht die je ontvangt, werkt ook doorheen je en werkt evenzeer op deze gehechtheden. De situatie verandert in Sahaja Yoga absoluut in iets totaal verschillends en als een slechte yogi bij Sahaja Yoga wil komen, is het meestal zo dat hij buitengezet wordt of zich moet aanpassen.

Het zou omgekeerd moeten zijn. Als een slechte yogi zich aanmeldt, moet hij gecorrigeerd worden, anders wordt hij buitengezet.

Ik denk dat we nu in een meer geëvolueerde situatie zitten in vergelijking met de tijd van Shri Krishna, omdat hij alleen tegen Arjuna praatte en Ik praat over deze kennis tegen duizenden mensen. Hij praatte erover in oorlogstijd, Ik praat in vredestijd. Het is zelfs nog veel verder geëvolueerd, want Shri Krishna gaf geen zelfrealisatie.

Jullie zijn gerealiseerd. Jullie hebben de kennis.

Jullie weten alles. Jullie hebben (kennen) al de subtiele ideeën.

Zo is de situatie vandaag: jullie zijn al een deel van de Virata.

Jullie hebben de Virata nog niet gezien, maar jullie zijn er een onderdeel van. Jullie kunnen de Virata niet zien, want je zit er binnenin. Diegenen die zichzelf niet observeren, worden uit Sahaja Yoga gezet. Je moet jezelf observeren en corrigeren en één worden met het lichaam van de Virata. Dat is het teken van een Yogeshwara, namelijk dat je in een gemoedstoestand bent die maakt dat je altijd glimlacht, dat je alles weet, niet met een sarcastische maar met een vriendelijke glimlach, een liefdevolle glimlach voor alle andere mensen en zij zullen het meteen herkennen. Ik heb kleine kinderen gezien die zo zijn.

Zij zijn soms erg beschermend. Zij zien hun ouders en zo.

Zij komen naar je toe en vertellen je dat je je niet bezorgd moet maken, alles zal in orde komen. Waarover zou je je zorgen moeten maken?

Zij kunnen ook heel erg liefdevol en heel vriendelijk zijn en de manier waarop ze praten, neutraliseert het allemaal. We moeten dus veel van onze kinderen leren, zelfs van onze kleine baby’s.

Wijzelf moeten dat Ganesha-principe in ons hebben. We kunnen het uitwerken. Onschuld is zeer intelligent en zeer effectief.

Ik vraag jullie dus jezelf goed te observeren. Haat jezelf niet, maar corrigeer jezelf. Respecteer jezelf en probeer je eigen glorie te ontwikkelen.

Moge God jullie zegenen.

Al de subtiele ideeën. Zo is de situatie vandaag: jullie zijn al een deel van de Virata. Jullie hebben de Virata nog niet gezien, maar jullie zijn er een onderdeel van. Jullie kunnen de Virata niet zien, want je zit er binnenin. Diegenen die zichzelf niet observeren, worden uit Sahaja Yoga gezet. Je moet jezelf observeren en corrigeren en één worden met het lichaam van de Virata. Dat is het teken van een Yogeshwara, namelijk dat je in een gemoedstoestand bent die maakt dat je altijd glimlacht, dat je alles weet, niet met een sarcastische maar met een vriendelijke glimlach, een liefdevolle glimlach voor alle andere mensen en zij zullen het meteen herkennen. Ik heb kleine kinderen gezien die zo zijn. Zij zijn soms erg beschermend. Zij zien hun ouders en zo.

Zij komen naar je toe en vertellen je dat je je niet bezorgd moet maken, alles zal in orde komen. Waarover zou je je zorgen moeten maken?

Zij kunnen ook heel erg liefdevol en heel vriendelijk zijn en de manier waarop ze praten, neutraliseert het allemaal. We moeten dus veel van onze kinderen leren, zelfs van onze kleine baby’s.

Wijzelf moeten dat Ganesha-principe in ons hebben.

We kunnen het uitwerken. Onschuld is zeer intelligent en zeer effectief. Ik vraag jullie dus jezelf goed te observeren.

Haat jezelf niet, maar corrigeer jezelf. Respecteer jezelf en probeer je eigen glorie te ontwikkelen.

Moge God jullie zegenen.