Shri Krishna Puja: Yogeshwara – De techniek van het spel

Campus, Cabella Ligure (Italy)

Feedback
Share

1991-09-01 Shri Krishna puja: Yogeshwara – De techniek van het spel, Cabella, Italië

Dutch translation version date 2021-1122

Vandaag besloten we de Yogeshwara te vereren. Ik denk dat dit voor ons de belangrijkste naam is van Shri Krishna. Dit betekent dat hij de Ishwara is van de yoga. Zoals jullie weten, betekent yoga vereniging met het goddelijke. Maar yoga heeft ook nog een andere betekenis, namelijk ‘yukti’.

Het woord ‘yukti’ is onmogelijk precies te vertalen in het Engels. We kunnen het vertalen als ‘truc’ (handigheid), maar ‘truc’ wordt altijd geassocieerd met iets grappigs en slechts. Deze ‘yukti’ betekent techniek, maar ‘techniek’ is mechanisch. Ik kon dus geen ander woord vinden voor ‘yukti’. We kunnen zeggen dat het ‘kennen van de techniek’ betekent, en de truc van de techniek is een andere betekenis van yoga, ‘yukti’.

Zelfs al ben je verbonden en je kent de techniek van de vereniging niet, dan is dat nutteloos, het levert niets op. Na de realisatie moet je dus niet alleen de techniek maar ook de truc van (het meesterschap over) de techniek leren.

Wanneer we ter hoogte van Krishna komen, gaat het om een incarnatie die na Shri Rama komt. Shri Rama kwam als een Maryada Purushotama. Dat betekent, iemand die het complete ideaal van de maryada’s en een weldoende koning is. Maar in het geval van Shri Krishna was het een andere fase, omdat de mensen heel ernstig en erg gedisciplineerd waren geworden. Zij leidden een leven waarvan je zou kunnen zeggen dat het over-dharmisch was, zodat ze op een bepaald niveau gefixeerd geraakten. Zij dachten: als we al die dingen elke dag doen dan is het in orde, we hebben het ultieme bereikt. Dus moest Shri Krishna zelf komen, Shri Vishnu kwam als Shri Krishna, om ons te vertellen over de spirituele groei en dat alles maar een spel is.

Maar alleen iemand die meester is van het spel, kan het spel spelen. Je moet het spel kennen. Veronderstel dat je verbindingen hebt, elektrische verbindingen en je weet niet hoe ermee te spelen; niet hoe ze te kennen en te connecteren, maar hoe te spelen. Als je enkel de techniek kent, wordt het een hele opgave, want je zal voortdurend denken dat jij het aan het doen bent. “Dit moet gebeuren en dat moet gebeuren, deze verbinding is niet goed, dat moet verbeterd worden.” Je raakt moe en verveeld. Maar als het enkel een spel voor jou is – voor elke meester is het een spel. Als het enkel een spel is, dan word je niet moe. Het is plezierig. Dat is ‘leela’. Daarom wordt hij ‘Leeladhara’ genoemd, omdat hij een meester is. Hij kwam als een meester niet als een guru, maar als een meester in alle vaardigheden van deze yoga, yukti. Hij is zo behendig, zo bekwaam, dat het voor hem een spel is. Dit alles is een spel voor hem en je moet dus beseffen dat alles wat je in yoga doet, een spel moet zijn. Bijvoorbeeld om vijf uur ’s morgens opstaan zou een spel moeten zijn. ’s Morgens sta je op. De zon is nog niet op om je te vertellen wat je moet doen. De maan is weg en als je in deze schemering of lichte duisternis opstaat, is het zeer mooi. En op dat moment ga je zitten voor je meditatie. Maar het is niet iets ernstigs, het is niet saai, het is een spel. Maar daarvoor moet je een meester zijn. Als je de meester van yoga bent, dan is het een spel.

Eerst moet dus de staat van Shri Rama aanwezig zijn waar je volledig een Vishwa Nirmala dharmi wordt, zodat het jouw spel wordt. Nu moet communicatie met het goddelijke naar de hele wereld gaan. De hele wereld moet deze communicatie krijgen die jullie hebben ontvangen. Daarvoor heeft Shri Krishna tijdens zijn leven op een eenvoudige manier iets ondernomen, als een kind. Het ziet er heel kinderlijk uit.

Toen de gopi’s een bad namen, verborg hij hun kleren – ik bedoel, Indische vrouwen zijn nooit volledig naakt, nooit. Hij verborg hun sari’s en zo meer, en kon hun rug zien, deze kleine jongen. Wat betekent dat voor een kleine jongen? Hij zit in een boom en probeert hun Kundalini omhoog te brengen. Ze komen uit de rivier Jamuna die door Radha gevibreerd is. Er zijn al vibraties, zie je, en hij brengt hun Kundalini omhoog. Dan dragen ze het water en langs achter breekt hij hun kruiken die ook gevibreerd water bevatten. Het gevibreerde water valt dus op de rug van deze dames en hij probeert hun Kundalini te ontwaken. Zie het spel van een kind, hoe hij in zijn kindertijd probeerde te spelen, echt zoals een kind. En later vertoont hij deze kinderlijke expertise in de politiek, met mensen, in communicatie en zo meer.

En zijn kracht was Radha, ‘Ra’ ‘dha’ ‘Ra’ betekent energie, ‘Dha’ betekent degene die ondersteunt, Ra-dha. De “Dha Re Di Sa Dharmaha”, zoals ze dus zeggen. Op dezelfde manier is Radha, Ra-dha, degene die de energie ondersteunt. De eerste kwaliteit die hij dus van haar kreeg – ze is de ‘Alaadha dayini’. Ik kon geen Engels woord vinden voor ‘Alaadh’. ‘Alaadh’ is als je iets moois ziet en er komt ineens vreugde. Je voelt je gewoon heel gelukkig. Zoals jullie weten zijn er weinig woorden in het Engels voor vreugde of zelfs voor geluk. Maar ‘Alaadh’ is een soort van vreugde die je voelt zoals wanneer je verse lucht krijgt. Dat is ‘Alaadh’. Zij is dus ‘Alaadha dayini’ = zij die vreugde geeft. Zij is degene die ‘Alaadh’ geeft. En met haar krachten kon hij deze ‘Alaadh’ dus uitwerken bij alle mensen met wie hij verbonden was.

De gopa’s en gopi’s die bij hem waren moesten Rasa doen. ‘Ra’ is ‘energie’ en ‘Sa’ betekent ‘met’. Dansen met de energie, dat is Radha. Hij speelde soms gewoon op de fluit en zij danste. De energie ging langs haar handen naar alle andere mensen en hun Kundalini ontwaakte. Dat was dus een ander spel van hem. Hij ontwaakte de Kundalini enkel in het spel.

Maar in deze tijd is het heel moeilijk, het is niet gemakkelijk om in deze tijd op die manier de Kundalini te laten ontwaken. Ik bedoel, niemand zou het ook begrijpen. In deze tijd, waar Sahaja Yoga niet enkel de Kundalini doet ontwaken, maar ook de volledige kennis over Sahaja Yoga geeft en iemand de kracht geeft om anderen zelfrealisatie te geven, dat was een enorme taak. En daarom moesten we deze methodes vinden om zelfrealisatie te kunnen geven aan mensen. In die dagen werd de Kundalini ontwaakt, maar de Sahasrara was niet geopend. De Kundalini moet dus ergens in de Agnya zijn blijven hangen, of misschien ter hoogte van het hart of ergens anders. En zulke mensen werden zoekers en zo zien we nu dat mensen hier zijn als Sahaja yogi’s met open Sahasrara’s en ze kennen alle technieken (yukti) van Sahaja Yoga.

Maar er zijn steeds subtielere ‘yukti’s’ van Sahaja Yoga die je moet beheersen. De eerste is dat zijn karakter ‘madhuria’ was, wat beminnelijkheid betekent. Beminnelijkheid. We zeggen altijd: hij is zo zoet als honing. Als hij met iemand praatte, als hij met iemand communiceerde, was het met zachtheid. Als je deze vorm van communicatie nog niet hebt ontwikkeld, dan ben je nog niet in de buurt van Yoga waar je automatisch zacht met mensen praat. Alles is voor hem (Shri Krishna) ‘madhuria’: hoe hij praat, zijn daden, zijn gezicht. Alles is ‘madhuria’. Als we over communicatie praten, dan is het hoogste de communicatie tussen mensen. En als we het hebben over communicatie tussen mensen, dan denken veel mensen dat je met agressie beter kan communiceren. Dat is niet waar. Als je bijvoorbeeld iets wilt van iemand, dan ga je naar hem toe en je zegt gewoon: “Ik wil dit hebben.” Hoe kan je dat doen? Dit, dat!” Zo is het niet goed. Maar als je zacht bent, als je zacht praat, dan zal negenennegentig procent zeker smelten.

Hoe je mensen met zachtheid kunt doen smelten is een techniek die je moet leren, hoe je met zachtheid mensen kunt doen smelten. Dat is één van zijn speciale kwaliteiten: dat je met iemand op zo’n manier praat, oprecht, op een heel zachte manier en het probleem tussen jou en die persoon zal opgelost worden, absoluut. Nu zijn er zoveel trucs en hoe met iemand te praten is een van de belangrijkste dingen die je moet leren.

Eerst en vooral moet je altijd tonen dat je minder intelligent bent dan iemand anders. Zo zal ik, als ik met een wetenschapper praat, zeggen: “Excuseer, maar ik ken niets van wetenschap hoor, Ik deug niet als wetenschapper.” Dan voelen ze: “Ah, heel goed.” Als je met een muzikant praat, moet je zeggen: “Ik ken niets van muziek. Nee, ik heb maar een beetje geleerd, niet veel.” De muzikant zal zich erg gelukkig voelen.

Je kan het strelen van het ego noemen, dat kan je, maar het kan geen kwaad te zeggen: “Ik ben niets in vergelijking met jou.” De eerste techniek is dus volledige nederigheid als je met iemand praat. Dat is een teken van grootsheid, van voldoening, zoals de bomen buigen als ze beladen zijn met fruit. Het eerste wat je dus moet doen, is zeggen: “Ik ben niemand, ik begrijp niets maar ik zou het graag horen.” Dat is het eerste. De eerste kwaliteit in communicatie is dat je zeer nederig bent over jezelf. De andere moet niet weten wie je bent. Dit geeft veel plezier!

Ik kan bijvoorbeeld zeggen… Ik kan over mijzelf zeggen dat mijn echtgenoot erg hooggeplaatst was in India. Ik ontmoette in Delhi een vriendin met wie ik op school en op de universiteit gezeten had. Ze vroeg me waar ik woonde. Ik vertelde haar dat ik in Minabagh woonde. Dat is een klein, onooglijk plaatsje dat voor gewone ambtenaren bedoeld was. We woonden daar omdat we nog geen huis toegewezen gekregen hadden. Tijdelijk woonden we daar. “Wat, zei ze, wat doet je echtgenoot dan?” “Hij is rijksambtenaar.” Meer zei ik niet. Mijn echtgenoot kwam naar beneden, keek naar me en glimlachte. “Ken je hem?” vroeg ze. “Dat is m’n echtgenoot.” zei ik. Ze schrok: “Is hij jouw echtgenoot? O, mijn God! Waarom heb je het mij niet gezegd?” Onmiddellijk veranderde alles. Ze was zo beschaamd dat ze op me neergekeken had, omdat ik maar met een klerk of zo getrouwd was.

Het beste is nederig te zijn. Wees nederig in alles. Ik weet dat sommige Sahaja yogi’s zeggen: “Moeder heeft mij zoveel krachten gegeven. Ik kan dit, ik kan dat.” Dit opschepperig gedoe is niet nodig: “Ik heb geen krachten, zie je. Ik ben gewoon een Sahaja yogi. Maar als je dat wilt, kan ik proberen.” Je moet dus nederig zijn, zoveel je kunt. Oefen dit thuis. Eerst moet je oefenen en dan toepassen. Dit is één van de grootste kwaliteiten in de communicatie met anderen.

Het tweede punt als je de hele Gita leest, is een heel belangrijk punt. Hij zegt “krodho’bhijaayate sammohah” (Gita 2:61)]. Van de ergste eigenschappen die we hebben – volgens hem hebben we zes vijanden – maar in de Gita begint hij met ‘krodha’ (boosheid). Hij zei: “Het begint met ‘krodha’, met boosheid.” Als je binnenin boosheid koestert, ben je helemaal geen meester. Een meester hoeft niet boos te worden, omdat hij kan spelen. Hij kan je zo laten dansen.

Waarom moet je dan boos worden? Als je deze meesterschap niet hebt, om met mensen om te gaan, dan begin je je stem te verheffen na vijf of zes minuten praten. Iets in je begint te blaffen, omdat deze woede nog in je aan het branden is. Maar als je een meester bent, mag er geen woede zijn. Dat is niet nodig. Hij vernoemde krodha eerst: met krodha beginnen alle problemen, van het éne naar het andere, naar het andere, naar het andere…

We moeten dus goed uitkijken als we boze mensen zijn. Boosheid komt van de Vishuddhi. Boosheid begint in de lever, Vishnu, maar wordt geuit door de Vishuddhi. Het gezicht wordt rood, de ogen worden rood. Met je mond begin je allerlei afschuwelijke dingen te zeggen. Je hele uitdrukking wordt zo anders als je boos bent. Je moet deze boosheid dus zien: “Waar in ons zit ze. Waar is die boosheid?” “Lever? In orde, ik zal het in orde brengen.” Om dit te kunnen hanteren, moet je jezelf duidelijk onder ogen zien.

Veel mensen komen me het volgende vertellen: “Moeder, deze dame is zeer opvliegend. Ze is erg dominant. Ze doet dit, ze doet dat …” Als je het haar zegt, reageert ze telkens met: “Nee, nee. Zo doe ik niet. Ik ben erg goed.” “Waarom zeggen anderen dat?” “Ik weet het niet, maar ik ben heel goed!” Klaar! Als iemand zoiets zegt, kijk dan eens naar jezelf. Word je boos, of niet? Word je woedend? Het is heel gemakkelijk dit vast te stellen en onder ogen te zien. De truc is jezelf onder ogen te zien en voor jezelf uit te maken hoeveel je nog tekortkomt.

Eerst komt dus nederigheid, die echt moet zijn, en ten tweede gelijkmoedigheid, geen opvliegendheid. Het is niet nodig om kwaad te worden. Je kan zeggen: “Wat ben je aan het doen? Waarom doe je zo? Als je nu iets doet, iets waarvan ik misschien zou kunnen zeggen dat ik het niet leuk vind, dus ik wil dat niet zeggen.” Zoiets kan je zeggen, ten hoogste. Tot dat punt is het in orde, dat je kan zeggen “Ik hou daar niet van.” Maar ga dan niet verder. Als je juist op dat punt stopt, dan zal de gewoonte om kwaad te worden, verdwijnen.

Die arrogantie, die weg moet, zal stilaan verdwijnen. Die arrogantie moet weg, die boosheid moet weg en je zal verstomd staan dat je je zo opgelucht zal voelen. Want eens deze woede opkomt, is er een reactie die je linker Vishuddhi blokkeert en je gaat je schuldig voelen, je voelt je dan erg slecht. “Waarom zei ik dat? Ik had het niet mogen zeggen.” En je Vishuddhi blokkeert, de linker Vishuddhi en dat zijn zorgen. Al je boosheid, je woede, al wat je hebt, blijft zich opstapelen zoals in een magazijn en dan blokkeert je linker Vishuddhi – en jullie kennen de problemen van de linker Vishuddhi.

Als je dus boos wordt op iemand, voel je dan niet schuldig, maar ga voor de spiegel staan en sla jezelf eens goed, één, twee keer. Word nu boos op jezelf. “Ik wil boos worden.” Sta dan voor de spiegel en sla jezelf, klap, klap, klap, zo. Probeer het ook zo te doen als je boos wordt, je zal je nooit meer schuldig voelen. Nog kwader worden is misschien beter. Op die manier ontlast je je linker Vishuddhi. De volgende keer zal je het niet meer doen. Maar als je je schuldig voelt, zal je steeds weer in herhaling vallen.

Deze kwaadheid uit zich anders bij mannen en vrouwen. Soms ben ik erg bezorgd over de vrouwen: want zij doen beroep op waterkracht (tranen) en dan ben ik verloren. Degenen die een groot ego hebben, huilen veel meer. Dat is het teken. Ik heb gemerkt dat ze meteen beginnen te huilen als je iets zegt want de linker Vishuddhi is al vol als een ballon en als je eraan raakt, verandert hij in water.

Maar het temperament van mannen is een andere stijl, zoals je weet. Als zij boos worden, dan gaan ze met elkaar vechten, boksen ze iedereen overhoop, bedaren dan weer en gaan iets drinken. Het moet eruit, zeggen ze en ze nemen het eruit. Vrouwen doen dat niet, ze kroppen het hier op en als ze het inhouden, dan worden het tranen, ze vloeien naar beneden.

Iets anders is het als het tranen van vreugde zijn, van geluk of van meevoelen met anderen, maar dat is het nu juist niet. Het zijn tranen om anderen ervan te overtuigen dat ze zich erg ongelukkig voelen of zoiets.

De tweede techniek is je eigen temperament onder controle te houden en de derde hoe je het temperament van anderen kan controleren. Dat is zelfs beter.

Ik weet niet of ik jullie het verhaal al verteld heb van Gagangan Maharaj, toen ik bij hem op bezoek ging. Hij was een erg heetgebakerde avdhuta die op een tijger zat. Zijn benen had hij verloren, omdat hij erg veel hitte voortbracht en de hele tijd in het water zat en z’n voeten nutteloos geworden waren. Hij verplaatst zich op een tijger, zegt men, ikzelf heb de tijger nooit gezien, natuurlijk. Maar hij kent mij en hij vertelde iedereen over mij. Daarom ging ik hem opzoeken. Er wordt van hem gezegd dat hij de regen kan controleren. Het was een steile klim van ongeveer anderhalf uur. Zodra ik begon te klimmen, begon het te regenen, werkelijk te gieten en hij kon het niet doen stoppen. Dus voelde hij zich enorm uitgedaagd.

Toen ik boven kwam, zag ik hem zitten op zijn steen buiten de grot en hij schudde zijn hoofd van kwaadheid. Hij wist niet wat te beginnen. Ik keek naar hem, ging zijn grot binnen en ging zitten. Dan kwam hij, ze brachten hem binnen. Hij raakte mijn voeten aan. Alles deed hij (wat gedaan moest worden). Dan vroeg hij: “Waarom hebt u mij niet toegestaan de regen te stoppen? U bent volledig nat, ik ben erg boos op die regen, ik weet het. Maar waarom deed u dat? Om mijn ego te testen?” “Nee” antwoordde ik, “helemaal niet. Ik wist helemaal niet dat u een ego had.” “Waarom dan?” Omdat ik een meester ben, zoals jullie weten. Ik zei: “U bent een sanyassin en u kocht een sari voor me, en dan nog een oranje sari. Ik kan geen oranje sari van u aannemen. Geen enkele sari kan ik aannemen, omdat u een sanyassin bent. Maar ik moest kletsnat worden, om die sari te aanvaarden, nietwaar?” Hij kalmeerde onmiddellijk. Maar ik moest de meester blijven, eerst om hem te kalmeren en dan om zijn geest te controleren.

Dit is het subtielere deel. Je kan de meester van iemand zijn. Zo kan je van iemand weten wat hij voor je gedaan heeft, wat hij voor je klaar heeft, wat er op je afkomt. Ik zou niet zeggen dat je alles van de toekomst weet, maar als je probeert over deze persoon iets te weten te komen, dan weet je alles over hem. Zo eenvoudig is dat. Probeer hem eerst te begrijpen.

Mijn vader kende een heleboel van die handigheidjes. Hij was ook erg humoristisch. Op een dag vertelde mijn broer, Baba Mama, me dat hij een vriend had die heel goed kon zingen. Ik vroeg mijn vader: “Hoe zingt hij?” “Hij is erg moedig,” antwoordde mijn vader. “Waarom?” zei ik. “Hij zingt zelfs als hij het (de muziek) niet kent, dat is het probleem.” Wat een exacte beschrijving gaf hij me over deze man! Deze jongeman was erg moedig. Hij kent het niet, maar hij zingt. Goed. Hij zei ‘moedig’, hij zei niets negatiefs over hem: “Hij is erg moedig!” maar hij gaf me een volledige beschrijving van de jongeman: “Je moet opletten, soms zingt hij op een rare manier en je mag niet lachen.” Dit alles zat in het woord ‘moedig’.

Op dezelfde manier kan je iemand bestuderen en hem dan op dezelfde interessante manier beschrijven. En je zal niet voelen dat deze persoon die of die slechte gewoonte heeft of dat dit of dat verkeerd is met hem. Je beschrijft gewoon: het is een deel van die persoon. Het is een manier om iemand in z’n totaliteit, met al zijn tekortkomingen en kwaliteiten, te kennen en hem te accepteren zoals hij is. Als je dit meesterschap kan hebben … Hoe kan je dat krijgen? Als je aandacht niet op zijn kwaliteiten gericht is, zal je enkel zijn slechte kanten kennen. Als je zijn kwaliteiten kent, zullen de slechtere kanten er zijn, een klein beetje, maar ze zullen een beetje massala (kruiden) aan z’n karakter toevoegen. Je zal het aanvoelen: “Ah, dat is het, hij is een beetje zo.” Er is een swara (muzieknoot) aan z’n karakter toegevoegd.” En je zal zo iemand niet meer zo erg vinden. Je zal er echt van genieten.

Zo is mijn schoonzoon dol op honden, maar zijn vrouw wil ‘geen hond in huis’, het is een appartement. Ze maken dus ruzie over de hond. Prabhat zei dus: “Je komt mij nooit opzoeken.” “Dat is niet zoals het hoort,” zei ik, “maar een volgende keer zal ik als hond komen.” Meteen had hij het begrepen. Zie je, hoe je met iemand praat kan hem laten beseffen wat er zo speciaal is aan hem of wat zijn tekortkomingen zijn. Maar je hoeft hem niets rechtstreeks te zeggen. Als je het onrechtstreeks zegt, met veel humor dan zal hij het begrijpen.

In communicatie met de anderen moet je zeer humoristisch zijn. Maar meestal hebben mensen humor als iemand niet goed kan stappen. Als er een fysiek gebrek is, zullen ze lachen. Als hij z’n haar niet goed gekamd heeft, zullen ze lachen. Als het om iets oppervlakkigs gaat, lachen ze. Dit is geen humor, Het is een soort van kritiek via de lach.

Voor sommige mensen bestaat humor erin dat ze sarcastische dingen zeggen. Dat is niet goed. Als je één sarcastisch woord tegen iemand zegt, denk je dat je geweldig bent, maar voor die persoon heb je voor altijd afgedaan. Hij zal zich herinneren: “Hij heeft me dit en dat gezegd.” Sarcasme werkt helemaal tegen jullie, tegen Sahaja Yoga.

Als je iets te zeggen hebt, zeg het dan op zo’n manier dat het de andere geen pijn doet. Hij zal genieten van die subtiele humor en meteen begrijpen: “Dat is mijn probleem.” Wil je op een humoristische wijze iemand iets vertellen, dan hoef je niet rechtstreeks te zeggen: “Jij bent zo en zo.” Ik zal eerder zeggen: “Er kwam een kraai naar mijn huis…” Op die manier kan ik al jouw kwaliteiten overbrengen op die kraai en vertellen dat die kraai zus en zo handelde. Onmiddellijk zal je je afvragen of Moeder iets zegt over jou of over die kraai. Breng het dus op iemand anders over.

De beste methode is het op iemand anders overbrengen. Als je bijvoorbeeld wil zeggen dat alle namen van de mensen die naar de puja komen er op tijd zouden moeten zijn. Dit keer zijn het de Amerikanen (die de puja organiseren). En je zegt dat de Amerikanen daarom gevraagd hebben. “De Amerikanen hebben om al de namen gevraagd.” Het kan geen kwaad om zulke leugens te vertellen. Op die manier zullen de mensen niet kwaad worden op jou, in het ergste geval op de Amerikanen, maar dat geeft niet, voorlopig. Breng het over (naar iemand anders).

En deze transpositie – ‘astantar’ – is als het doorgeven van de ene hand in de andere. Shri Krishna was daarin een expert. Er is een verhaal over hem, waarin hij ‘Ranchordas’ genoemd wordt: hij die van het slagveld wegliep. Hij vond het niet erg: “Ik liep weg, en wat dan nog?” De reden was de volgende. Er was een heel slechte rakshasa die van Brahmadeva allerlei gunsten verkregen had. Shri Krishna wist niet hoe hij eraan moest beginnen. Niemand wist het. En die rakshasa vermoordde zoveel mensen. Shri Krishna bedacht dus een truc: geef het door aan iemand anders. Hij kende een andere grote yogi, een speciaal type, die gemediteerd had en van dezelfde Brahmadeva een gunst verkregen had: “Als iemand mij stoort tijdens mijn slaap en als ik mijn ogen open en ik kijk naar die persoon, dan zal hij tot as vergaan: basma.” Shri Krishna dacht dus aan hem: “’t Is beter dat ik deze taak aan hem overdraag.” Hij liep dus weg van het slagveld en de rakshasa volgde hem. Shri Krishna sloop stilletjes de grot van de avdhuta binnen, bedekte hem met zijn sjaal en verstopte zich in de grot. Toen de rakshasa binnenkwam, dacht hij dat het Shri Krishna was die sliep. “Ha, nu ben je moe en je slaapt… Nu zal ik zien hoe je jezelf kan redden!” En hij maakte hem wakker. De avdhuta stond op, keek hem aan en hij veranderde in basma (as).

Geef je taak dus door aan iemand die daarvoor meer geschikt is, die het beter kan, in plaats van het zelf te doen en op de man af te zeggen: “Kom op, ik zal met je vechten.” Zo kan je kan niet winnen. Het is een meer een guerrillaoorlog. Geef het door aan iemand anders. Je kan het aan iemand anders doorgeven, met wie je bevriend kan worden. Vlei z’n ego. Doe al wat je wil. Het belangrijkste is echter dat je verlost geraakt van kwalen, van slechte dingen, van rakshasa’s. Je kan het overdragen op om het even wie.

En Shri Krishna gebruikte zoveel trucs. In de Mahabharata beschikte Bishma over een zegen, dat niemand hem kon doden tenzij hijzelf wilde sterven. Shri Krishna besloot dus een paar trucs te gebruiken. Hij zei tot Arjuna… Hij zei het aan Arjuna, Hij deed het niet zelf – Shri Krishna was enkel de wagenmenner: Sarathi- dat ze Bishma moesten doen slapen op pijlen (van Arjuna). Laat zijn lichaam op pijlen rusten, dan moet hij wel beslissen om te sterven.

Dronacharya was ook een grote guru van Arjuna, aan de kant van de Kaurava’s. Hoe moesten ze nu die Dronacharya doden? Groot probleem! Dronacharya kende namelijk al de knepen van het boogschieten. Hoe zouden ze zich kunnen redden, want hij was een meester in het boogschieten en Arjuna was zijn leerling. Hoe moesten ze beletten dat Dronacharya de pijlen van Arjuna zou beantwoorden? Hoe konden ze bereiken dat hij niet terugschoot? Want hij was een meester. Shri Krishna organiseerde het op een speciale manier. Hij zocht een Shikandi, een eunuch uit, maar wat is het voordeel van een eunuch? Hoe hij eunuch werd, is een heel verhaal, maar hij plaatste hem voor Arjuna. In India worden de eunuchen aanzien als vrouwen. Dronacharya zei dus dat hij geen vrouw kon doodschieten, en zo doodden ze Dronacharya.

Hij gebruikte dus deze trucs want hoofdzaak is dat je van het slechte verlost geraakt, om van het kwaad af te geraken. Als je hier niet toe in staat bent, is het beter iemand anders te vragen, want van het kwade afraken is erg belangrijk. Als je het in alle nederigheid kan overgeven aan iemand die competenter is, dan is dat veel beter dan iemand direct aan te vallen, want dat is een dwaasheid. Het heeft geen zin. Dat was dus de truc van Shri Krishna, door en door.

Als je de Mahabharata gezien hebt weet je dat Shri Krishna aan Arjuna zei: “Je krijgt ofwel mijn hele leger ofwel mezelf.” Hij deed de kaurava’s hetzelfde voorstel. De Kaurava’s zeiden: “We kiezen uw leger.” En hij (Arjuna) zei: “Shri Krishna, ik neem u, u zal dus aan onze kant staan.” Maar Shri Krishna zei: “Neen, ik zal enkel op de wagen staan. Ik zal geen enkel wapen gebruiken.” Maar hij is wel een meester in trucs. Hij heeft geen wapens nodig. Zonder wapens kan hij ook doen wat hij wil. Arjuna zei: “Akkoord, u zal mijn wagenmenner zijn.” en daar stond hij.

Omdat Shri Krishna alles wist van alles en iedereen, glimlachte hij bijna altijd. Als iemand mij iets vertelt, zit ik vaak ook te glimlachen, maar ik probeer dit te controleren, want ik wil niet dat ze het zien. Ik weet wat ze doen, wat ze van plan zijn, wat hun trucs zijn, want omdat je zelf een meester bent in trucs ken je ze allemaal en weet je wat voor spelletjes ze met je spelen. Glimlach erom, glimlach gewoon op een zachte manier: “Ah, dat is het, natuurlijk, natuurlijk, ongetwijfeld is dit waar.” Het zal je verbazen dat hierdoor je communicatie met anderen veel zal verbeteren.

Nu heb ik in Sahaja Yoga sommige mensen gezien… het gebeurt heel vaak “Moeder”, kwamen ze mij vertellen, “onze leider zei me dat ik bhootish was. Wat is bhootish? Een ander zei: “Hij zei me dat ik een bhoot ben.” Goed. En iemand zei: “Neen, Moeder hij zei me dat ik een bhoot in me heb.” Wat zijn deze drie categorieën? Vertel het ons.” Waarom iemand vertellen dat hij bhootish is? Dat is niet nodig. Als je weet wat je eraan moet doen, zeg dan alleen: linker Swadishthan.” Corrigeer het, neem het weg. Vraag hem of hij een guru of zo had. Als het iemand is met een goed karakter, een goede persoon, dan is het zelfs nog belangrijker. Je zou moeten zeggen: “Het is niets, het is gewoon een badha van buitenaf. We moeten die wegnemen.”

Maar als iemand Agnya en zo meer heeft en hij heeft daarbij linker Swadishthan, dan moet je natuurlijk zeggen: we kunnen je niet helpen, omdat je weet dat hij sluw is. Wat is het nut om dat spel te spelen? Maar in Sahaja Yoga vergeten we dit. Tegen iedereen die komt, zeggen we: “Kom er maar bij! Kom er maar bij!” Niet iedereen is geschikt voor Sahaja Yoga. Dat moet men weten. Niet de hele wereld. Sahaja Yoga kan alleen gegeven worden aan mensen die het verdienen, die zoekers zijn, die dapper zijn, vira’s. Het is niet bedoeld voor gewone mensen. We openen onze deur voor alle mensen en iedereen komt binnen. We werken zeer hard op hen, doen allerlei dingen voor hen en we ervaren dat ze ons problemen bezorgen.

Begin dus met de eenvoudige mensen, zoals Shri Krishna begon met de gopa’s en de gopi’s. Dan kunnen we kijken of we collectief iemand aankunnen die gecompliceerd is. Het is niet mogelijk om een Hitler of een Rajneesh te transformeren. In Sahaja Yoga moet je niet proberen onmogelijke taken op je te nemen. Doe zoals Shri Krishna met zijn eigen karakter aantoonde, door de dingen die hij niet wou doen, te vermijden. Hij deed dit omdat hij een grote meester was.

Voor hem was het natuurlijk niet nodig om zichzelf onder ogen te zien, om meester te worden over zichzelf, want hij kende zichzelf. Hij is de Ishwara van de Yoga. Hij wist alles. Als je alles weet, dan is het niet nodig om meester te worden, wat ga je meester worden? Integendeel, je zal bang worden van jezelf omdat je zoveel weet.

Het beste is dus dat, wanneer we als mensen in Sahaja Yoga werken, we onszelf heel goed moeten kennen – “Oh, dat is mijn specialiteit.” Daarin moet je ervoor zorgen: “Hoe zie ik mezelf de hele tijd onder ogen? Waarom zeg ik zoiets? Wat schuilt er in mijn gedachten?” Negativiteit is iets wat je heel duidelijk in jezelf moet zien.

Ik heb je vast al zo vaak verteld dat de westerse negativiteit zo is dat hun breinen de hele tijd werk besparende apparaten zijn. Ze houden er toch niet van om te werken. Je zegt hen bijvoorbeeld “ga met die persoon telefoneren.” Onmiddellijk zullen ze je tien verklaringen geven: hij is er misschien niet, zijn vrouw zal schreeuwen, hij is misschien naar zijn werk, het is tien uur, dit, dat. Maar als je belt is hij er wel, maar ze zullen niet bellen. Honderd excuses. Nu zijn er nieuwe excuses begonnen: de computer deed het niet, de fax deed het niet. Behalve je hersenen werkt alles. Het is net andersom: je hersenen werken niet en niets werkt. “De lichten deden het niet.” Ik bedoel, wat het ook is.

Maar je moet leren: “Waarom kan ik de oplossing niet vinden? Ik moet iets doen.” Zoals ik je al vertelde over het topje van een wortel – hoe het erin slaagt om rond en rond te gaan en de bron van water te zoeken. Op dezelfde manier: doen we er iets aan? Goed, als dit niet verkrijgbaar is, doe dat dan, als dat niet beschikbaar is, doe dan dit. Uit het niets kun je zoveel dingen doen. Maar als je de hele tijd wilt zeggen: “Dat kan niet gedaan worden, dat kan niet.”

[Dat was] niet [het geval] met Shri Krishna! Hij was tenslotte de incarnatie van de Virata, de Meester der Meesters kunnen we zeggen. Zoals toen Draupadi in moeilijkheden was – Draupadi was eigenlijk Vishnumaya, zijn zus. Ze dacht aan Shri Krishna. Ze hield haar sari vast, toen die door Duryodhana werd uitgetrokken. En ze hield hem zo vast (met haar tanden). “Kri”, Ze wilde “Krishna” zeggen, maar ze dacht, “Als ik “shna” zeg, zal hij naar beneden vallen.” Dus hield ze vast. Zodra zij hem liet vallen, “shna”, viel de sari uit haar mond, dan is het beschreven, over Shri Krishna: “Dwarika me shora bhayo, shor bhayo bhare. Shankha chakra gadaa padma, Garuda laysidhare.” [Betekenis:] dat geluid ging naar Dwarika. Nu, waar is Dwarika en waar is Hastinapur – op zijn minst een afstand van tweeduizend mijl [van elkaar]. Maar het geluid ging door de chaitanya en maakte daar een sterk geluid; en “Shankha Chakra Gadaa Padma”. Shankha, Chakra, Gadaa, Padma zijn de wapens (van Vishnu) zoals je weet. Hij nam ze allemaal en kwam op zijn Garuda om de kuisheid van zijn zus te redden – onmiddellijk, spontaan, op dat moment.

Hij had kunnen zeggen: “Goed, laat maar, laat één sari vallen, dan ga ik later wel.” Hij heeft zeker mijn sari’s gestolen die jullie voor mijn puja’s offeren, en dat zijn er te veel! Dat vraag ik mij af: waar heeft hij al deze sari’s vandaan om aan haar te geven? Uit mijn eigen voorraad, daar ben ik zeker van, en daarom geven jullie mij zoveel sari’s, zodat hij de kuisheid van vele vrouwen kan redden.

Dit alles is zo samenhangend, zo verbonden, zo één, zo verenigd. Er is zo’n groot toneelspel aan de gang, maar je ziet het niet. Maar als je in jezelf gelooft en als je echt gelooft dat je een Sahaja yogi bent, wat je kwaliteiten zijn, wat je bent, wat je waarde is, dan ben ik er zeker van dat jullie meesters kunnen worden. Maar in de eerste plaats beseffen we de waarde niet van onze realisatie. We weten niet waartoe we in staat zijn, wat we kunnen doen. Je denkt nog steeds, “o, ik was zo’n gewoon mens, Moeder heeft me realisatie gegeven. Ik ben nooit naar de universiteit geweest.” Niemand is naar de universiteit geweest. Ik bedoel, als je ziet, Rama ging nooit naar een universiteit, Krishna ging nooit naar de universiteit, Christus ging nooit naar een universiteit, een gewone man, een zoon van een timmerman. Maar jullie zijn gerealiseerde zielen en jullie beseffen jullie belang en waarde niet. Als je dat eenmaal beseft, zal je om alles glimlachen. Omdat je niet weet dat je op de top van de wereld zit. Als je dat eenmaal weet – alleen dan zal je meesterschap werken. Stel je anders een meester voor die onder de voet van een leerling zit, hoe ziet het er dan uit? Het is niet dat je domineert maar je hebt echt de controle, totale controle. Je weet alles, je weet hoe het aan te pakken, hoe ermee om te gaan. Dit is het meesterschap dat je moet krijgen.

Dit is voor jullie allemaal absoluut mogelijk om te doen. Maar het eerste en belangrijkste wat je moet weten is dat we onszelf moeten beheersen. Maar dan zeggen de mensen meteen “Moeder, jezelf beheersen is het aller moeilijkst.” Dat kan ik niet begrijpen. Waarom niet? Je probeert iedereen te beheersen, waarom kun je jezelf niet beheersen? Jezelf is bij jou, je bent bij jezelf, het is van jezelf, het is je eigen bezit. Je kan het eigendom van anderen corrigeren, waarom kan je je eigen bezit niet corrigeren? Het zou het makkelijkste moeten zijn om te doen, maar je bent er niet zeker van dat dit je eigen bezit is, je weet niet dat je het kan, maar je kan het wel en nu heb je Zelfkennis, waarom zou je het dan niet doen? Waarom zou je niet proberen om naar jezelf te kijken en het zelf te zien? En dan zal je weten dat je alle trucs kent, de yukti. Ik hoef je niet te vertellen “doe dit, doe dat,” niets! Je zal het zelf weten “ha, toe maar!” We weten zoveel dingen, kleine dingen, over gewone materiële dingen: valt er iets? Goed – zet er een steun onder. Dit gebeurt? Zet het op die manier.

Maar in het spirituele leven is het heel gemakkelijk omdat je in de oceaan van kennis verblijft. Maar als je niet weet dat je in de oceaan van kennis verblijft, dan ken je de trucs niet om met anderen om te gaan. Want het belangrijkste doel van onze communicatie is om de hele wereld te emanciperen, om hen te emanciperen. Om hen uit hun onwetendheid te halen. Daarvoor moeten we dus dit meesterschap ontwikkelen en niet verdwalen in onzinnige dingen, maar dit meesterschap moet ontwikkeld worden.

Daarvoor is meditatie vroeg in de ochtend nodig – om te beginnen. En dan jezelf de hele tijd onder ogen zien “Waarom heb ik zoiets gezegd?” “Ah, het moet dit zijn. Dit is het woord dat ik van die persoon heb opgepikt.” Als je jezelf nu dus onder ogen ziet, zal je verbaasd zijn dat je de realiteit probeert te vermijden en alleen je verstand gebruikt. Zoals ik al zei, dit verstand bedriegt je en vertelt je, “Goed, vergeet het maar”.

En de laatste, maar niet de minste, is dat Shri Krishna degene is die een expert is in dramatiek. Hij creëert drama, hij acteert in het drama, en hij is ook de toeschouwer. In deze drie vormen moet je jezelf zien. Je creëert het drama van jezelf, “ah kijk nu hier, hoe ik hier handel!” Dan word je zelf ook toeschouwer. Word de toeschouwer van je eigen drama’s, dan zal je beseffen wat je aan het doen bent, hoe je alles uitwerkt. Dan zal ons voortdurend zelfbedrog gewoon verdwijnen.

Want als een acteur weet dat hij de toeschouwer is, als degene die acteert weet dat hij de toeschouwer is, kan hij zichzelf nooit bedriegen, omdat hij weet dat dit acteren is. Dit zelfbedrog is dus wat je moet proberen te vermijden – “laat me het onder ogen zien”. Maar mensen komen erachter dat er ook een andere uitweg is. Ik bedoel, er zijn manieren en manieren.

Zoals je tegen iemand zegt: “Waarom heb je geen brief geschreven?” “Ik weet het!” “Ik weet het” wat betekent dat? Maar denk je niet dat je een brief had moeten schrijven naar die persoon, die zoveel voor je gedaan heeft? “Ik weet het.” Maar vind je het niet erg en wreed van jouw kant om de brief niet te schrijven? “Ik weet het.” Wat bedoel je met “Ik weet het”? “Ik weet dat ik slecht ben. Ik weet dat ik dom ben geweest. Ik weet dat ik het niet had moeten doen. Maar ik weet dat ook.” Dus wat nu? Omdat ze denken dat het klaar is als ze “ik weet het” hebben opgebiecht! Dit is dus een nieuwe uitvlucht die er niet was in de tijd van Shri Krishna, het is een nieuwe moderne, waar mensen zeggen “Ik weet het, goed en wat dan nog?” O goed, ik ben een zondaar, wat dan nog?” Dit is de tweede kant ervan. Ten eerste “Ik weet dat ik een zondaar ben” en de tweede is een volgend stadium: “En dan, wat is er mis mee?” Zo begint dus de ontsporing en men gaat van het een naar het ander.

Als ik iets weet, waarom zou ik mezelf dan niet corrigeren? Dat zou het moeten zijn. “Ik weet dat ik zo ben, ik weet het.” Als je het weet dan moet je ook de truc kennen – hoe je ervan afkomt. Omdat je onthecht bent van die persoonlijkheid die je kent, kan je jezelf corrigeren. Dit is yoga, waar al je aandacht één is met het goddelijke en je zo onthecht bent dat je het kan zien. De gehechtheid aan alle dingen is voorbij en de kracht die je krijgt, werkt nu door je heen en werkt ook op deze gehechtheden. De situatie verandert, absoluut, in Sahaja Yoga werkt het op een heel andere manier. Als er één slechte Sahaja yogi binnenkomt, wordt hij eruit gegooid of hij moet in orde zijn. Het is andersom. Wie een slechte Sahaja yogi is, als hij binnenkomt in Sahaja Yoga, moet gecorrigeerd worden, anders wordt hij eruit gegooid.

Ik denk dat nu de situatie meer geëvolueerd is dan in de tijd van Shri Krishna, want hij sprak slechts met één, Arjuna. Nu praat ik met duizenden over deze kennis. Toen sprak hij er alleen over in een tijd van oorlog. Ik spreek in een tijd van vrede. En het is veel meer ontwikkeld want Shri Krishna gaf hem geen realisatie. Maar je hebt het besef, je hebt de kennis, je weet alles. Je hebt alle subtiele ideeën. Zo is het dus vandaag, de huidige situatie is dat je al een onderdeel van Virata bent geworden. Je hebt de Virata niet gezien (zoals Arjuna deed), maar je bent er een onderdeel van. Je kijkt er niet naar, je bent erin.

Als je jezelf niet meer onder ogen ziet, zal het enige gevolg zijn dat je uit Sahaja Yoga wordt gegooid. Of anders kan je beter op jezelf letten en jezelf corrigeren en één zijn met het lichaam van de Virata. Dit is het teken van een Yogeshwara, en zo moet je zijn, in een stemming met een grote glimlach, waar je alles weet en niet sarcastisch bent, maar [met een] zeer vaderlijke glimlach, zeer liefdevolle, hartelijke glimlach, die je moet hebben voor alle andere mensen en onmiddellijk zullen ze het herkennen.

Ik heb kleine kinderen zo gezien. Ze zijn soms erg beschermend, weet je. Ze zien hun ouders en dit en dat. Dus komen ze je vertellen: “Maak je geen zorgen alles komt wel goed, God is er tenslotte om voor je te zorgen.” En ze kunnen uiterst liefdevol en vriendelijk zijn en door de manier waarop ze praten zullen ze de hele situatie neutraliseren.

We moeten dus veel leren van onze kinderen, van alle kleine baby’s die we hebben en zien dat we zelf dat Ganesha principe in ons nodig hebben, dat we het met onschuld moeten uitwerken. Onschuld is het meest intelligente en meest effectieve.

Ik zou jullie dus allemaal willen verzoeken, om jezelf onder ogen te zien en haat jezelf niet, maar corrigeer jezelf, respecteer jezelf en probeer je eigen glorie te ontwikkelen.

Moge God jullie zegenen.