Shri Raja Rajeshwari Puja, Madras 1991

(India)


Feedback
Share

Shri Mataji Nirmala Devi

Shri Raja Rajeshwari Puja

‘We geloven in alle religies en in de verbondenheid van alle godheden’

Madras, India

6 december 1991

Engelse transcriptie: ISDP verified
Nederlands: eindversie 25/11/2011

Vandaag vieren we Shri Ganesha Puja, gevolgd door Raja Rajeshwari. Men heeft de Godin zoveel namen gegeven, vooral Adi Shankaracharya[1], die haar Raja Rajeshwari noemde; dat betekent dat zij de Koningin der Koninginnen is. In het Westen gebruikte men deze beschrijving ook voor Moeder Maria. Deze ideeën zijn afkomstig van de oude religie, zoals ik jullie al eerder heb verteld; ze zijn niet afkomstig van de beschrijving van Moeder Maria in de Bijbel. Dat toont aan dat er vele wijzigingen zijn aangebracht in de geschriften van de heilige Bijbel. En er zijn ook veel wijzigingen aangebracht in de Indiase geschriften, zelfs in de Gita[2]. Zo begon de ontsporing in elke religie. En de intellectuelen hebben hiervan geprofiteerd om hun eigen ideeën hierover te projecteren, om dingen te zeggen en te schrijven die absoluut tegen de goddelijke kracht in gingen.

Jullie zijn allemaal zeer bevoorrechte mensen op deze aarde, omdat jullie de werkelijkheid hebben ontdekt, en omdat jullie inzien dat al deze mythologische verhalen op waarheid berusten; de intellectuele kennis berust niet op waarheid. Ook alle kennis die men heeft gebruikt met het doel mensen onderling te verdelen, berust niet op waarheid. Wij geloven namelijk in alle religies, en daarom zijn alle zogenaamde religieuze mensen tegen ons gekant. Je wordt namelijk verondersteld maar in één religie te geloven, en je tegen alle andere te keren. Maar als je in alle religies gelooft, dan ben je zogezegd in het geheel niet religieus – dat is het idee. Dat schokte hen: het feit dat wij in alle religies geloven en dat we alle incarnaties respecteren, en dat we geloven in de verbondenheid van al deze godheden.

Ganesha moet bijvoorbeeld een hele openbaring zijn geweest voor jullie, die uit de westerse landen komen. Zelfs in het Noorden merk ik dat Ganesha niet in zulke mate vereerd wordt als in het Zuiden – vooral in dit gebied, en ook in Maharashtra; want in Maharashtra hebben we acht Ganesha swayambhu’s[3], en iedereen gelooft daarin. Nu zegt men dat dit allemaal maar blind geloof is, enzovoort. Maar laatst hebben jullie Ganesha achter mij zien staan, in mij; dit is enkel om te bewijzen dat er een godheid is, genaamd Ganesha. Jullie zullen de foto’s nog wel zien, waarop Ganesha half zichtbaar is terwijl hij hier zit, en de rest is mijn sari, zo’n soort dingen. Maar dit is allemaal om jullie te overtuigen van het feit dat er een godheid als Shri Ganesha bestaat, en dat hij handelt, of werkzaam is in de Muladhara.

Deze kennis was duizenden jaren geleden al bekend bij het Indiase volk. De Kuchipudi dansstijl ontstond zeven eeuwen voor Christus, dus je kunt je wel voorstellen dat het concept van Ganesha dan wel duizenden jaren geleden moet zijn ontstaan. De mensen in dit land waren dus spiritueel al heel ver geëvolueerd, ze waren op de hoogte van de godheden, hoe ze eruit zagen en wat hun functies zijn – hoewel dit een vorm van kennis was die geheim bleef voor het grote publiek. Maar alles wat de heiligen zeiden werd geaccepteerd, omdat men er geen ego over had. Ik heb geprobeerd erachter te komen waarom mensen in het Westen zoveel ego ontwikkelen. Ik ben er nog steeds niet in geslaagd de belangrijkste reden te vinden waarom deze agressieve houding ontstaat via het ego. Je kunt het rivaliteit noemen, maar de hele geschiedenis van het Westen toont aan dat zelfs de mensen die Christus volgden, die niets anders dan nederigheid verkondigde, wat overal in grote letters beschreven staat, dat deze mensen desondanks erg agressief waren.

Nu is deze nederigheid het allerbelangrijkste dat je moet begrijpen. En het zal je verbazen dat nederigheid ook wel vinay wordt genoemd, wat een kwaliteit is van Shri Ganesha – vinayaka. ‘Vidya vinayen shobhate’. Vidya betekent ‘kennis’ – ‘kennis wordt alleen gesierd door nederigheid.’ En jullie zagen gisteren de nederigheid van deze grote artiesten, en de grote guru’s[4] die er waren. Zo was er een guru die mij in zijn academie uitnodigde, en hij bood me allerlei dingen aan, zoals men dat ook bij een Godin zou doen. En ik was zo ontroerd, te zien hoe hij mij en Sahaja Yoga onmiddellijk accepteerde. Zelfs deze Kalakshetra, die gedomineerd werd door de Theosophical Society – maar deze vrouw gaf niet zoveel om de Theosophical Society – ze had een enorm auditorium opgericht, en dat allemaal omwille van de kunst. En ze stond zelfs de Theosophical Society niet toe daar binnen te komen. En ondanks dat alles hebben ze mij toch allemaal geaccepteerd, je kunt zo duidelijk hun toewijding en inzicht zien. Een heilige nederig behandelen, is ongetwijfeld een ongeschreven regel in dit land. En een heilige mag niet uitgedaagd of gedomineerd worden. Wat een heilige zegt, moet geaccepteerd worden.

De eerste kwaliteit die Ganesha ons dus geeft is vinay – vinay, wat ‘nederigheid’ betekent. Nederigheid is niet oppervlakkig, zoals wanneer je voortdurend ‘sorry’ of ‘het spijt me’ blijft zeggen, of ‘ik ben bang dat…’ – niet op die manier. Het is niet louter een lippendienst, maar nederigheid moet van binnenuit komen. Nu wordt nederigheid natuurlijk altijd gehinderd door het ego, en dit ego zorgt dat je blijft zweven, en dat je nooit inziet dat je egoïstisch bent geweest. Zelfs als ik over het ego spreek, denken mensen altijd dat Moeder het over iemand anders heeft, ze denken nooit: “Ik ben het die dit ego heeft.” Ganesha is dus de doder van het ego, want nederigheid is het enige dat het ego echt kan tenietdoen.

Maar wat kun je doen om jezelf nederig te maken? In dit land leven er bijvoorbeeld heel eenvoudige mensen, die op een heel eenvoudige manier leven. Zij hebben niet allerlei gesofisticeerde dingen om zich heen; ze eten met hun handen en gebruiken planten en bladeren als bord, zie je. En volgens een paar vrouwen die hier woonden, westerlingen, zijn ze allemaal heel primitief. Maar kijk eens naar de manier waarop ze deze kunst ontwikkeld hebben. Dit soort snelle (dans)bewegingen, met zelfs sprongetjes, het is bijna onmogelijk om dat te leren. Maar de reden dat ze dit kunnen bereiken is hun nederigheid ten opzichte van kunst. Kunst moet gerespecteerd worden. Een guru (meester) moet gerespecteerd worden. Respect is de enige manier waarop je alles kunt leren. En dit zit Indiërs min of meer in het bloed, volgens mij, dat je je guru onvoorwaardelijk moet gehoorzamen, onvoorwaardelijk. En deze guru leidt zoveel mensen op, hij heeft zoveel meisjes als leerling, enkel en alleen om uiting te geven aan zijn kunst. Hij verdient er niet veel geld aan, dat kan ik zien. De voorzieningen zijn erg eenvoudig, en hij vraagt ook helemaal niet veel geld. Maar de toewijding die hij heeft is als de toewijding van Shri Ganesha voor van zijn Moeder. En hij gaat er ook volledig in op; niets anders is nog belangrijk.

Als je dus nederig wilt zijn, dan moet je je aandacht wegnemen van andere dingen. Dit is ontzettend belangrijk. Als je aandacht naar je andere problemen gaat, of als je probeert naar Sahaja Yoga te komen via omwegen, dan zal het niet uitwerken. Je moet nederig worden in je hart, volkomen nederig. Hij is onschuldig, daarom is hij ook nederig. Als je niet onschuldig bent dan kun je ook niet nederig zijn. Nederigheid is een teken van onschuld. Een braaf kind, een lief en onschuldig kind is uitermate gehoorzaam. Wat je ze ook vraagt, ze zullen direct gehoorzamen. Net zoals mijn kleinkinderen – we gingen ooit naar Nepal, en het was daar heel koud. En hun moeder zei: “Ze willen niets over hun hoofd dragen.”

Ik zei: “Ik heb daar maar één minuut voor nodig.” Ik riep ze gewoon en gaf ze een paar lappen stof. Ik zei: “Jullie moeten jullie hoofd bedekken.”

“Oké.” En ze legden het over hun hoofd en maakten het netjes vast. Ze zagen er zo wel een beetje raar uit, maar dat vonden ze niet erg.

En dat is wat er bij ons nog ontbreekt, waardoor we zien dat er minder diepte bereikt wordt. Het gaat hier niet alleen om de conditioneringen – ik zou het niet aan de conditioneringen toeschrijven. Mensen hebben namelijk nauwelijks nog conditioneringen; zelfs Indiërs zijn zo geworden. Het is moeilijk voor hen om nederig zijn, ontzettend moeilijk. Je zou het aan westerse invloed kunnen toeschrijven, of misschien zijn ze hun verleden vergeten. Maar nederigheid is zo belangrijk. Ik moet je bijvoorbeeld vertellen dat wij in onze kindertijd – al waren we in een christelijke familie geboren – eerst Moeder Aarde moesten aanraken en haar om vergiffenis moesten vragen, door haar met het hoofd aan te raken. En we raakten de voeten van onze ouders aan, en van alle oudere familieleden – nietwaar? We raakten de voeten aan van alle oudere familieleden. En zelfs een paar oudere bedienden, zie je, die onze oudere broers nog hadden verzorgd en zo – ook van hen raakten we de voeten aan. Maar aan die nederigheid ontbreekt het nu. En ook de waardigheid die ouderen zouden moeten hebben is er niet meer. Hoe het ook zij, vroeger was het onze plicht om van iedereen de voeten aan te raken, en de ouderen niet tegen te spreken.

En deze houding zou zo’n mooie atmosfeer creëren in Sahaja Yoga, als je je steeds zou afvragen: “Doe ik dit vanuit nederigheid?” Stel jezelf gewoon die vraag: “Deed of zei ik dit vanuit nederigheid?” Nu zijn er ook problemen met mensen die de leiders bekritiseren. Ze zijn leiders omdat ze dat verdienen. Als ik op een dag zie dat ze niet meer deugen, dan gooi ik ze buiten – dat weten jullie goed genoeg. Maar er is geen nederigheid. De nederigheid wordt vervangen door ego, en dat ego creëert ook een ego in de leiders. Zo worden de leiders egoïstisch, waardoor er zoveel leiders buiten worden gegooid. Ik bedoel, ik weet gewoon niet wanneer er een evenwicht zal ontstaan, en of ik de leden of de leiders hiervoor verantwoordelijk moet stellen. “Goed, Moeder heeft hen als leiders aangesteld, dus laten we hier nederig mee om gaan. Er zal ten slotte wel een reden zijn waarom Moeder hen heeft gevraagd leiders te worden. Waarom zouden we met hen proberen te discussiëren en fouten zoeken?” We moeten een eenheid vormen.

Shri Ganesha is zo nederig, en zijn gana’s[5] zijn zelfs nog nederiger, want hij zal geen enkele gana tolereren die niet nederig is ten opzichte van Moeder. Bij het kleinste teken met de ogen staan ze al klaar om te vechten en te doen wat hen opgedragen wordt. En ze kunnen zelfs uit de kleinste oogwenk van hun Moeder afleiden wat ze moeten doen. Alleen dit soort toewijding maakt je steeds dieper en dieper.

Nu zijn we er in het Westen vaak van overtuigd dat we onze naam zoveel mogelijk moeten verspreiden, dat we meer publiciteit moeten maken, meer over onszelf moeten praten en dat we nog wat meer over onszelf moeten opscheppen. Hoe meer je dit doet, hoe succesvoller je zult zijn. Zo zien jullie dit elke dag. En ze schermen met “ik geloof”, zie je, maar wie ben jij om te geloven of niet te geloven? Wie ben jij om zoiets te zeggen? Maar op die manier probeer je jezelf een imago te geven – een man van groot karakter, of het een of ander indrukwekkend profiel. Je creëert dus een profiel, dat totaal gekunsteld is en belachelijk. En verrassend genoeg buigen mensen voor zo’n gekunsteld profiel.  Misschien zijn ze zelf ook gekunsteld, dat is de reden waarom ze buigen voor deze gekunstelde mensen. Ik sta er echt versteld van. Ik bedoel, het zijn de grootste schurken, mensen weten dat het schurken zijn, dat ze de gekste dingen hebben gedaan, maar toch zullen ze zich aan hen onderwerpen. Misschien willen ze er een zeker materieel voordeel mee behalen, ik weet het niet, of misschien een of ander kunstmatig voordeel. Zelfs een foto nemen met zo iemand wordt als iets heel bijzonders beschouwd.

Al dit soort ideeën moeten dus doorzien worden door Sahaja yogi’s. Zij moeten deze klucht doorzien, dit spel, zien wat er aan de hand is, en ze moeten het weerkaatsen, aan introspectie doen en nagaan: “Ik hoop dat ik dit niet in me heb.” Want soms lachen we om anderen terwijl we zelf net zo zijn. Eenmaal we dus aan introspectie doen, zien we in onszelf: “Ja, dit heb ik ook.” Er zijn bepaalde yogi’s in sommige landen waar ik veel over te horen krijg. Er zijn er die plotseling zeggen: “Moeder heeft mij speciale krachten gegeven.” Of ze zeggen: “Ik ben Maha Mataji” – zo was er ook een, ‘Maha Mataji’. Zelfs ikzelf heb nooit gezegd dat ik Mataji ben. Jullie noemen mij zo, maar ik heb mezelf nooit zo genoemd. Maar hij zei: “Ik ben Maha Mataji.” Noem hem gek, noem hem wat je wilt, maar het is zonder twijfel zijn arrogantie, die zo’n grote vormen heeft aangenomen dat hij niet meer weet wat hij zegt. Zo stimuleren jullie ook het ego van jullie leiders, door kritiek op hen te uiten. Hoe meer je hem bekritiseert, hoe meer hij reageert, en als hij reageert begint zijn ego op te zwellen.

Zoals ik jullie heb verteld zullen we vandaag Raja Rajeshwari vereren. Ik heb jullie hier nooit eerder over verteld. Ik heb jullie nog nooit gevraagd om de Guru Gita te lezen, om dezelfde reden. Ik heb jullie nooit verteld dat zij Raja Rajeshwari is, omdat dit waarschijnlijk je ego weer enigszins zou uitdagen: “Hoe kan zij de Koningin der Koninginnen zijn?” Als het de Moeder van Christus zou zijn, dan zou het natuurlijk kunnen, maar niet Mataji – dat is teveel van het goede! Daarom heb ik jullie dit nooit verteld. Ik zei: “Baba, ik ben maar een nederige Moeder, meer niet, de Heilige Moeder” – dat is alles. Er zitten hier gaten in, dat zou de reden kunnen zijn.

Hoe het ook zij, ik begreep wel wat het probleem was, en zo hebben we op een humoristische manier veel dingen opgelost. Maar ik heb nog steeds het gevoel, als je deze artiesten ziet, als je ziet hoe deze mensen zijn en hoe ze dingen creëren – dat het waarschijnlijk niet strookt met jullie ideeën over decoratie, of wat dan ook. Misschien vind je het nogal opzichtig, of zoiets dergelijks, zie je, dat gebeurt altijd in het brein. “Het had veel minder opzichtig kunnen zijn, er zou iets buitengewoons moeten zijn”, enzovoort. Waarschijnlijk zul je het beginnen te bekritiseren, want dat is een van de eigenschappen van mensen die niet nederig zijn: dat ze denken dat ze het recht hebben om overal kritiek op te hebben. “O, ik houd niet van deze kleur, het is lelijk.” Maar de kunstenaar heeft het met zijn hart gemaakt – waardeer het gewoon!

Een tweede belangrijk punt is dus dat je alles zou moeten waarderen. Waardeer je leven; wat er ook gebeurt, waardeer het gewoon, en aanvaard het. Maar niet met tegenzin. Al deze mentale ideeën in je hoofd van ‘dit is kunst en dat is kunst’ hebben ons in een situatie gebracht waarin er onmogelijk nog mensen kunnen zijn als Rembrandt of Michelangelo – geen sprake van. Het is niet mentaal, kunst is nooit mentaal. Het komt van binnenuit, en alles wat van binnenuit komt kan niet vergeleken worden met onze uiterlijke normen. Waardering is dus belangrijk – ik bedoel, je zou kunnen zeggen dat Zuid-Indiërs heel erg opzichtige kleren dragen in hun eigen stijl. Maar ik vind van niet. En anderen zullen weer iets anders beweren. Ik heb ook gemerkt dat Noord-Indiërs altijd Zuid-Indiërs moeten bekritiseren en dat Zuid-Indiërs altijd Noord-Indiërs moeten bekritiseren. Maar zo kan niemand ooit enig voordeel halen uit de ander. Het is gewoon domheid, niets anders dan domheid.

Maar als je de ander waardeert en aanvaardt, dan kun je je alles eigen maken. Zo houden Noord-Indiërs niet van Zuid-Indiaas eten, absoluut niet. Wat je ook probeert, ze kunnen er niet van genieten. En ze kunnen ook niet genieten van hun muziek. Het is toch onvoorstelbaar dat heel India verdeeld is in twee delen, en dat Zuid-Indiërs niet kunnen genieten van Noord-Indiaas eten of van Noord-Indiase dans – ik bedoel, zelfs in ons land. We zijn zo verdeeld, dit land is zo verdeeld dat iemand uit Rameshwaram eten uit Madras niet zal lusten en dat iemand uit Madras niet houdt van eten uit Delhi. Al deze vormen van verdeeldheid zijn dus ontstaan doordat je je niet identificeert met je innerlijke nederigheid. Als je overal van kunt genieten, dan pas ben je nederig. Als je alle vormen van expressie kunt waarderen, dan ben je nederig.

En deze nederigheid is van een zeer diepe betekenis, omdat ze afkomstig is van de Muladhara. En dat is Shri Ganesha. Stel je nu eens voor, hij heeft maar een kleine rat om op te rijden, hij heeft geen Chevrolet Impala of een Rolls Royce. Met zijn dikke buik en alles rijdt hij gewoon op een kleine rat. Hij etaleert zijn krachten niet – hij is zo nederig, zo lief. En hij is de schepper van alle ritmes, van alle dingen en van de vibraties. Zonder hem zou ik niet weten wat er van deze wereld terecht zou komen. En daarom moeten we echt alles waarderen, in plaats van een afkeurende houding aan te nemen. Ik bedoel, misschien houd je zelfs niet van de kleur van deze kamer, of houd je daar niet van. Ik bedoel, er zijn zoveel dingen waar je niet van houdt. En dan moet ik vragen: “Waar houd je dan wel van?” “Gebakken bonen” – goed dan! We moeten onszelf openstellen. Door nederigheid bloei je open, dring je door, ontvouw je iets. Zonder nederigheid is dat niet mogelijk, omdat je altijd overal tegen in gaat en een muur creëert. Enkel de nederigheid zal ervoor zorgen dat je tot ontplooiing komt.

Vandaag, op de eerste dag van onze rondreis, zou ik jullie willen verzoeken om zo nederig mogelijk te zijn. Je moet begrijpen dat nederigheid ongelofelijk eenvoudig is, en mooi. Je zag hoe dat jonge meisje veena speelde, zo’n moeilijk  ‘Adi Vadyam’, een oeroud instrument, en ze bespeelde het met zo’n zachtheid, met zo’n bedrevenheid, en zo nederig. En daarna kwam ze naar me toe en zei: “Moeder, wat was het een enorm voorrecht voor mij om voor u te hebben mogen spelen.” Stel je voor – zo’n groot talent. Laatst ontmoette ik nog iemand anders, een mandoline speler, van dezelfde leeftijd, of misschien zelfs jonger. Ik bedoel, hij is wereldberoemd, maar toen hij voor mij gespeeld had wilde hij geen geld aannemen, niets, hij was gewoon helemaal in vervoering. Zelfs de danseres vertelde me dat ze in vervoering raakte toen ze me zag, en ze danste zo goed, met zoveel levenskracht. En ze had zelfs koorts. Ze zei: “Mijn koorts is gezakt, alles, ik ben weer helemaal beter.” Kijk nu eens naar die artiesten. Ik bedoel, ze hebben me nog nooit gezien, en ze weten niets over Sahaja Yoga. Maar wat hebben ze een nederig inzicht in het Goddelijke – doordat ze nederig zijn. Goddelijkheid etaleert zichzelf niet, wil zich niet bekend maken, maakt niet veel lawaai.

(Dus nu zijn ze hier. Kom maar. Is dat Guido? De Italianen zijn gearriveerd. Daarom heb ik vandaag de puja wat uitgesteld. Is dat Guido? Roep hem eens. Guido is te nederig om naar voren te komen. Kom maar, kom maar. Kom maar meer naar voren. Moge God jullie zegenen. Ik heb op jullie gewacht! Ga alsjeblieft zitten. Nee, nee, kom! Kom maar. Jullie kunnen allemaal vooraan zitten, er is genoeg plaats. Kom maar… Jullie kunnen allemaal daar zitten. Ik moet ze tevreden houden, zie je, want ik woon in Italië! Kom maar… Het is in orde, dan krijgen ze er ook een deel van. Kom maar naar voren, daar. Je kunt ook in het midden zitten, dat maakt niet uit. Je kunt zitten waar je maar wilt, dat kan. Kom maar naar voren, er is hier nog plaats.)

Ik heb hen net verteld over Shri Ganesha, dat zijn essentiële kracht ontstaat door zijn nederigheid; en dat we allemaal uitermate nederig moeten zijn, uitermate nederig, en dat je alles zou moeten waarderen. Natuurlijk moeten jullie zorgen dat ze mijn lezing kunnen beluisteren – ze hebben het al opgenomen – zodat ze zullen weten waarover ik vandaag gesproken heb. Maar nu kunnen we met de puja beginnen.

Moge God jullie zegenen.



[1] Adi Shankaracharya: Indiase heilige, filosoof en dichter (788-820); schreef de ‘Saundarya Lahiri’, waarvan elk couplet een mantra is ter ere van de Moeder.

[2] Gita: De Gita of Bhagavad Gita (letterlijk ‘Lied van de Heer’) is onderdeel van een groot episch gedicht genaamd Mahabharata. De gita is een dialoog tussen Shri Krishna en prins Arjuna (vòòr de grote veldslag van Kurukshetra in India) over het vinden van God en de Spirit (Atma, eeuwige ziel) én daarbij het juiste handelen.

[3] swayambhu: ‘dat wat gecreëerd werd door Moeder Aarde’; swayambu’s zijn stenen, rotsformaties en plaatsen die spontaan uit de aarde zijn voortgekomen en zeer sterke vibraties uitstralen (bv. Uluru, bepaalde (heilige) plaatsen in de Himalaya, Ganesha swayambu’s in India,…)

[4] guru: meester

[5] gana’s: engelen, strijders in het goddelijke leger, waarvan Shri Kartikeya de opperbevelhebber is